Categorie: Berichten

berichten die betrekking hebben op Anosmie

Lucificer na toiletbezoek: werkt niet maar helpt wel!

Ruik ik fris? Hoe ruikt mijn woning en wat ruikt degene die na mij het toilet binnengaat? Veel leden voelen zich onzeker over de geurtjes om hen heen en proberen vaak mogelijk onprettige geuren voor hun omgeving te maskeren. Een bekende methode is het afsteken van een lucifer na een bezoek aan het toilet, maar werkt dat nu wel echt? Ja en nee: de meningen zijn verdeeld.

Brandt niet
De geur van ontlasting is in een toiletruimte sterk verdund. Volgens Jos van den Broek, biochemicus en docent wetenschapscommunicatie aan de Leidse universiteit, brandt zulke ijle damp niet meer. Hij noemt de verbrandingstheorie daarom ‘flauwekul’. Bovendien meent hij dat een lucifer te klein is om een paar kubieke meter geurdeeltjes te verbranden.

Reukzin verdoofd
De Australische scheikundige John Christie heeft een andere verklaring. Hij stelt dat luciferkoppen veel zwavel bevatten. Bij ontbranding wordt zwavel omgezet in zwaveldioxide. Dit gas heeft een heel doordringende geur waar de neus bijzonder gevoelig voor is. Daardoor raakt de reukzin zelfs gedeeltelijk verdoofd. Hierdoor onstaat wellicht het idee dat we de geur van ontlasting minder goed waarnemen wanneer we een lucifer aansteken. Een manier om je neus een beetje voor de gek te houden dus.

Aangenaam verrast
Volgens Van den Broek is er ook een psychologisch element dat een rol speelt. Men verwacht al snel een onprettige lucht in een toilet. Vaak is iemand daardoor al aangenaam verrast wanneer niet de geur van ontlasting maar zwavel in  de ruimte hangt.

Missie geslaagd
Kortom; het afstrijken van een lucifer neemt de geur van ontlasting niet weg. Wel zorgt het ervoor dat degene na jou het minder snel zal waarnemen. Daardoor dient deze methode toch zijn doel!

Fantosmie: 6,5 procent van de mensheid heeft het

Geuren ruiken die er eigenlijk niet zijn; een deel van onze leden wordt er elke dag mee geconfronteerd. Vanwege het feit dat het vooral vieze luchtjes zijn die worden waargenomen, wordt deze reukstoornis vaak als heel hinderlijk ervaren.

Niet gemerkt
Toch is er uit onderzoek gebleken dat een groot deel van de mensen die in mindere mate fantosmie hebben, het zelf niet in de gaten hebben. Dat hebben derzoekers van het Amerikaans National Institute on Deafness and Other Communication Disorders recent vastgesteld. Uit een test van 7000 personen komt naar voren dat zo’n 6,5 procent van de bevolking een vorm van fantosmie heeft. De meeste deelnemers aan het onderzoek hadden dat zelf echter niet door.  Slechts 11 procent van hen raadpleegde een arts over de niet-bestaande geuren.

Opvallend
Hoewel de onderzoekers geen duidelijke oorzaak konden vinden, kwam er uit het onderzoek wel naar voren dat een aanzienlijk deel van de mensen met fantosmie ooit hersenletsel heeft gehad. Ook viel het de onderzoekers op dat het over het algemeen meer jongeren dan ouderen waren die niet-bestaande geuren waarnemen.

Neuzen: formaat hangt af van klimaat

Kleine wipneusjes, een ronde dopneus of een een grote gok. Geen neus is hetzelfde! We schrijven vaak over hoe ons reukorgaan werkt, maar nog niet eerder over hoe de neus eruitziet en waarom dat nu zo is? Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat klimaat onze neuzen gevormd heeft.

Zoek de verschillen
Zij annalyseerden de uiterlijke kenmerken die verschillen tussen bevolkingsgroepen uit West-Afrika, Zuid- en Oost-Azië en Noord-Europa. Ze richtten zich hierbij op de breedte van de neusgaten en de lengte van de neusrug. Ook de hoogte van de neus en oppervlakte van de neus en neusgaten werden bekeken. Naast die geografische verschillen legden ze data over de temperatuur en vochtigheid.

Warm en koud
De onderzoekers vonden een sterk verband tussen de breedte van de neusgaten met temperatuur en vochtigheid. Brede neuzen komen vaker voor in warme, vochtige klimaten. Mensen in gebieden met een koud en droog klimaat hebben vaker een smalle neus.

Naast ruiken heeft de neus natuurlijk ook andere taken. Bijvoorbeeld het opwarmen en bevochtigen van ingeademde lucht. Een smalle neus en smalle neusgaten verbeteren het contact tussen de lucht en het neusslijmvlies waardoor dat beter lukt. Dat was voordelig voor onze voorouders die leefden in koudere streken. Volgens de onderzoekers heeft dat gegeven ertoe geleid dat neuzen smaller zijn geworden in bevolkingsgroepen die verder weg van de evenaar leven.

Partnerkeuze
Daarnaast denken de onderzoekers seksuele selectie ook een rol speelt. Als mensen bij de keuze voor een partner steeds voor kleine of juist grote neuzen verkiezen, kan dat ook de evolutie van de neus beïnvloeden. Of dat het geval is geweest moet nog verder worden onderzocht.

De invloed van reukverlies op het eetpatroon en voedselvoorkeuren

Elbrich Postma, Lisan Jonker & Dr. Sanne Boesveldt – Wageningen University

In het laatste kwartaal van 2016 hebben we de leden van Reuksmaakstoornis.nl uitgenodigd om mee te doen aan een onderzoek naar de invloed van reuk- en smaakverlies op het eetpatroon en voedselvoorkeuren. Dit verslag geeft een overzicht van de resultaten van het onderzoek, waar in totaal 105 deelnemers aan deelnamen. Om de resultaten te kunnen vergelijken, hebben we in de analyse ook de resultaten van dezelfde vragenlijsten in een controlegroep gebruikt.

“Sinds ik een
reukstoornis heb,
moet ik het hebben van
hoe iets eruit ziet en
hoe iets aanvoelt in
de mond.”

(Veranderde) relatie met voeding
Het onderzoek begon met drie vragen over de (veranderde) relatie met voeding. Bijna 97% van de deelnemers gaf aan dat voedsel nu anders smaakt dan vroeger. Bovendien beleefde meer dan 84% van de deelnemers nu minder plezier aan eten dan vroeger. Met ‘vroeger’ werd in dit geval de situatie voor het verlies van het reuk of smaakvermogen bedoeld. Het is duidelijk dat er veranderingen optreden in de relatie die de deelnemers met voeding hebben sinds zij een reukstoornis hebben.

“Ik let meer
op textuur, knapperig,
romig, smeuïg.
Vaak leg ik iets meer
zoute, of juist zoete
accenten.”

Eetpatroon: hoe goed worden de Richtlijnen Goede Voeding nageleefd?
Het volgende onderdeel was de vragenlijst genaamd ‘Eetscore’. Deze vragenlijst meet hoe goed de deelnemer voldoet aan de Richtlijnen voor Goede Voeding. Dit is een wetenschappelijk gebaseerd advies over de gewenste dagelijkse inname van voeding. Door deze richtlijnen te volgen, krijg je alle benodigde voedingsstoffen binnen. Dit advies wordt opgesteld door de Gezondheidsraad. In deze versie van de Eetscore gebruikten we de richtlijnen uit 2006. De vragenlijst bevat 25 vragen, waarmee de inname voor de afgelopen maand van 34 veel gegeten voedingsmiddelen in Nederland gemeten wordt. Op basis van de voedingswaarden van deze producten, wordt de inname van 8 verschillende componenten binnen de richtlijnen bepaald:

De uitslag van de Eetscore geeft een score per component (0-10) en een totaalscore (0-80). Voor de componenten groente, fruit, vezels en vis geldt: hoe hoger de inname, hoe hoger de score. Voor de componenten verzadigd vet, transvet, zout en alcohol geldt: hoe lager de inname, hoe hoger (en dus beter) de score.

Resultaten Eetscore
De gemiddelde totaalscore voor het volgen van de richtlijnen was 55.6 punten (de maximale score is 80 punten). Dit geeft aan dat de deelnemers redelijk gezond eten, maar nog niet aan alle Nederlandse richtlijnen voor een gezonde voeding voldoen. Deze gemiddelde totaalscore was vergelijkbaar met de score in de controlegroep. Er waren wel verschillen tussen de scores per component.

De deelnemers van Reuksmaakstoornis.nl hadden een opvallend lagere score op de richtlijn voor vezels, transvetten en alcohol dan de controlegroep (hoe lager de score, hoe slechter de richtlijn nageleefd wordt). De score op de richtlijn voor zout was daarentegen significant beter dan in de controlegroep. De componenten vis en verzadigd vet scoorden het laagst op naleven van de richtlijn. Dit was ook het geval in de controlegroep.

Voedselvoorkeuren: voorkeur voor voedingsstoffen
Naast het meten van het voedingspatroon, wilden we ook meten of er voorkeuren zijn voor bepaalde producten bij mensen met een reuken/ of smaakstoornis en of deze voorkeuren anders zijn dan die van mensen met een normaal reuk- en smaakvermogen. Dit hebben we gemeten met de voedselvoorkeurentaak. Deze taak meet de voorkeur voor de voedingsstoffen eiwitten, vet, koolhydraten. Deze noemen we ook wel macronutriënten. Ook hebben we de voorkeur voor producten met een lage energiewaarde onderzocht.

In de taak sorteert de deelnemer telkens 4 afbeeldingen van voeding in de volgorde van voorkeur.

 

In de voedselvoorkeurentaak hebben we gekeken naar de voorkeur voor eiwitten, vet, koolhydraten en lage-energie producten. Bij deelnemers met een nietaangeboren reukstoornis zagen we hetzelfde voorkeurspatroon als bij de controlegroep. Er was geen verschil tussen de voorkeur voor zoete of hartige producten. Wanneer we keken naar de voorkeuren bij deelnemers met een aangeboren reukstoornis (14 deelnemers), zagen we een ander patroon dan bij de deelnemers met een nietaangeboren reukstoornis. Bovendien hadden de deelnemers met een aangeboren reukstoornis een voorkeur voor zoete boven hartige producten.

 

 

Aanbevelingen
Ondanks de veranderde relatie met voeding, lijken de deelnemers gemiddeld redelijk gezond te eten. Over het algemeen gelden voor de deelnemers dezelfde aanbevelingen die gelden voor de gezonde controlegroep: eet meer groente, fruit en vis en minder verzadigde vetten. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met het feit dat de deelnemers een andere smaakbeleving hebben dan de controlegroep, waardoor adviezen op maat gewenst zijn. Hoewel de deelnemers met een aangeboren reukstoornis een ander patroon van voedselvoorkeuren hebben, lijken zij de richtlijnen niet minder goed te volgen dan deelnemers met een niet-aangeboren stoornis. Een onderzoek met meer deelnemers en over langere tijd is wenselijk om een beter beeld te krijgen van het eetpatroon en de voedselvoorkeuren van deze groep, ook in relatie tot duur en oorzaak van de stoornis.

“Sinds ik
niet meer kan ruiken,
vind ik het heel moeilijk
om te beslissen waar
ik zin in heb om
te eten.”

Conclusie
Als we de resultaten samenvatten, kunnen we het volgende zeggen:

  • De deelnemers laten duidelijk een veranderde relatie met voeding zien: ze geven aan dat voedsel anders smaakt en beleven minder plezier aan eten door hun reukstoornis.
  • De deelnemers eten gemiddeld redelijk gezond, maar voldoen nog niet aan alle Nederlandse richtlijnen voor een gezonde voeding. Dit is gelijk aan de controlegroep.
  • De deelnemers houden zich gemiddeld slechter aan de richtlijnen voor vezels, transvetten en alcohol en beter aan de richtlijn voor zout dan de controlegroep.
  • De deelnemers die een niet-aangeboren reukstoornis hebben, laten hetzelfde patroon van voedselvoorkeuren zien als de controlegroep.
  • Deelnemers met een aangeboren reukstoornis hebben een ander voedselvoorkeurenpatroon.

Klik hier om de pdf te bekijken

Over de reuk- & smaakkliniek in ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede

Beste leden van de Anosmievereniging Nederland,

Op de ledendag van de Anosmievereniging van afgelopen voorjaar heeft Kees de Graaf namens de Wageningen Universiteit een presentatie gegeven over de reuk- en smaakkliniek die wij graag willen openen in ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede.

Het voornemen destijds was om de kliniek in oktober dit jaar te openen. Helaas is het wegens financiële redenen op dit moment nog niet mogelijk om de kliniek te openen. Er wordt hard gewerkt aan de realisatie van de benodigde financiële middelen.

Wij begrijpen dat u door deze presentatie en het nieuwsbericht op de website van de vereniging erg enthousiast bent geworden. Vanuit het ziekenhuis in Ede hebben wij dan ook te horen gekregen dat het ziekenhuis op dit moment al meerdere keren per week gebeld wordt met vragen over de reuk- en smaakkliniek.

Omdat de kliniek nog niet open is, kunnen deze vragen vanuit het ziekenhuis op dit moment helaas nog niet beantwoord worden. Wij willen u daarom vriendelijk verzoeken het ziekenhuis dan ook niet te benaderen met deze vragen.

Via de Anosmievereniging zullen wij u op de hoogte houden over de vorderingen rondom de kliniek. Ook kunt u zich inschrijven voor de nieuwsbrief die verstuurd wordt op het moment dat er meer bekend is over de openingsdatum  van de kliniek. U kunt hiervoor mailen naar elbrich.postma@wur.nl.

Alvast bedankt voor uw medewerking!

Met vriendelijke groet, namens het team van de reuk- en smaakkliniek,

Elbrich Postma


Naar boven ↑

Onderzoek naar behandelmethoden van anosmie

581x350-Uitgelicht-DYKnow

Het Monell Chemical Senses Center in Philadelphia ontving in februari een boze brief van een Amerikaanse accountant: hij had zijn reuk verloren en had er genoeg van dat er in de medische en onderzoekswereld niet genoeg aandacht besteed werd aan de aandoening anosmie. Hij nam geen genoegen met het feit dat er geen genezing mogelijk is voor anosmie en vroeg het instituut om een onderzoek te starten naar mogelijke behandelmethodes. Met een grote donatie gaf de accountant het startsein voor een groot onderzoek wat ongeveer drie jaar gaat duren. Het project heeft ‘a sense of hope’ oftewel: ‘een sprankje hoop’.

In de Verenigde Staten lijden naar schatting 6 miljoen Amerikanen aan een vorm van anosmie. Deze zijn het gevolg van hoofdletsel, of – zoals in het geval van de gulle accountant – van chronische ontstekingen in de neusholte waardoor de zenuwcellen in de reukreceptoren beschadigd raken.

Onderzoekers Mridula Vinjamuri en Liquan Huang van het Monell Center gaan de komende drie jaar proberen om met behulp van stamcellen een oplossing te vinden voor de beschadigde reukreceptorcellen in de neusholte. Het onderzoek maakt gebruik van de unieke eigenschap van de receptorcellen in het reukorgaan om te regenereren waarbij speciale stamcellen een cruciale rol spelen. Bovendien heeft Monell de mogelijkheid om door middel van een vooruitstrevende biopsiemethode levend weefsel in te zetten voor het onderzoek.

Het doel is om de werking van de menselijke reukstamcellen te doorgronden, deze stamcellen te isoleren en daarna te proberen deze te laten groeien tot volledig functionerende reukreceptorcellen welke dan gebruikt zouden kunnen worden voor transplantatie.

schema

Voor het onderzoek is een bedrag van $ 1,5 miljoen nodig wat het Monell Center door middel van donaties bij elkaar hoopt te brengen.

Het Monell Chemical Senses Center is een autoriteit op het gebied van reuk en smaak. U kunt meer lezen over het Monell instituut via de volgende link www.monell.org


Naar boven ↥

Fifth Sense krijgt de status goed doel!

Fifth Sense, de belangenorganisatie voor mensen met reuk- en smaakstoornissen in Engeland, heeft op 15 maart jl. haar status als goed doel (charity) gekregen. Oprichter Duncan Boak organiseerde een bijeenkomst voor pers, leden en de medische wereld. In Engeland moet een belangenorganisatie deze status hebben anders kunnen ze geen donaties, subsidies en sponsoring inzetten voor hun activiteiten.

De bijeenkomst in Londen was een groot succes: dr. Carl Philpott van de reuk- en smaakkliniek van het James Pagett University Hospital in Norwich gaf een lezing over de oorzaken van anosmie maar er was ook een wijnproeverij waaraan zowel mensen met anosmie als ruikende aanwezigen konden deelnemen. De ruikende mensen werd wel letterlijk ‘een knijper op de neus’ gezet zodat zij konden ervaren hoe het is om te proeven zonder reuk. Een van de hoogtepunten was de bijdrage van Abi Millard, een negenjarig meisje met congenitale anosmie (aangeboren anosmie). Abi heeft op haar school een sponsorzwemwedstrijd georganiseerd om meer bekendheid te geven aan anosmie. Daarmee haalde ze 1125 pond op die Abi aan Fifth Sense schonk!

Duncan Boak presenteerde de doelen van Fifth Sense voor de komende drie jaar. De organisatie gaat zich inzetten voor:

  • ondersteuning van mensen met reukstoornissen;
  • het beschikbaar stellen van informatie;
  • en het bevorderen van onderzoek naar oorzaken en vooral behandelmethodes van reukstoornissen. Samen met dr. Carl Philpott werkt Duncan Boak aan een nationaal onderzoek naar reukstoornissen, waarmee Fifth Sense meer inzicht hoopt te krijgen in het aantal gevallen van anosmie in Engeland. Hopelijk zal de uitkomst van dit onderzoek leiden tot meer begrip bij de medische wereld voor deze aandoening en betere behandelmethoden.

De bijeenkomst werd afgesloten met het aansnijden door Duncan Boak en Abi Miljard van een speciale ‘Fifth Sense’-taart, gemaakt door June Blythe, één van de leden van Fifth Sense die na 38 jaar haar reuk terugkreeg.

Naar boven ↑