Categorie: nieuwsberichten (pagina 1 van 3)

Het NieuwsBericht is een uitgave van de Anosmievereniging welke gemaakt wordt voor de vrienden van de vereniging.

Persbericht

PERSBERICHT_REUKSMAAKSTOORNIS

50% van de coronapatiënten kampt met reuk- of smaakverlies: patiëntenvereniging start campagne om lotgenoten samen te brengen

Gemiddeld heeft zo’n 50% van de coronapatiënten te maken met reuk- en/of smaakverlies. Hoewel dit bij een deel van de mensen binnen een paar weken herstelt, is er een grote groep die veel langer te maken heeft met dit verlies. Voor deze groep start patiëntenvereniging Reuksmaakstoornis.nl vanaf 16 september een online campagne.

Met deze campagne wil Reuksmaakstoornis.nl – de Nederlandse patiëntenvereniging voor mensen met een reuk- en smaakstoornis – hen een betrouwbare informatiebron bieden. Daarnaast voorziet de vereniging ook in de behoefte om vragen te kunnen stellen, ervaringen te delen en lotgenoten te treffen.

Belangrijkste vragen
Door middel van een besloten groep op Facebook, een eigen YouTube-kanaal en promotie via LinkedIn wil de patiëntenvereniging mensen die reuk- of smaakverlies ervaren na besmetting met het coronavirus samenbrengen. In samenwerking met ervaringsdeskundigen, wetenschappers en medici is er informatie verzameld en zijn de belangrijkste vragen die men na reuk- of smaakverlies heeft op een rijtje gezet. Wat kun je bijvoorbeeld zelf doen om het herstel van je reukvermogen te bevorderen?

Samenwerking met KNO-vereniging en Reuk- en smaakcentrum
De informatie die gedeeld wordt, is in samenwerking met de KNO-vereniging, wetenschappers van het Reuk- en smaakcentrum in Ede en de reukpoli van het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft tot stand gekomen en gebaseerd op recent onderzoek en wetenschappelijke bevindingen. Zo is er een FAQ opgesteld, waarin veelgestelde vragen van coronapatiënten met betrekking tot reukverlies beantwoord worden. Ook zijn er aan de hand van korte filmpjes interviews gehouden met wetenschappers, kno-artsen en ervaringsdeskundigen.

Reuksmaakstoornis.nl
Reuksmaakstoornis.nl is de Nederlandse patiëntenvereniging voor mensen met een reuk- en smaakstoornis. Ze bestaat dit jaar 20 jaar en is opgericht door ervaringsdeskundigen met als doel het organiseren van lotgenotencontact en het delen van ervaringen. Er worden jaarlijks diverse dagen, workshops en activiteiten georganiseerd waarop leden bij elkaar komen. Ook heeft de vereniging nauw contact met kno-artsen en wetenschappers, waardoor ze altijd op de hoogte is van de laatste ontwikkelingen rondom reuk- en smaakstoornissen.

Reuk- en smaakverlies na COVID-19 – nieuws

Het is bekend dat COVID-19 bij veel patiënten een (al dan niet tijdelijk) verlies van reuk en/of smaakzin veroorzaakt. Het RIVM heeft dit symptoom inmiddels ook op het lijstje met hoofdsymptomen geplaatst. Op dit moment wordt door het GCCR, met meer dan 500 wetenschappers en artsen van over de hele wereld, onderzoek gedaan om meer duidelijkheid te krijgen over de relatie tussen COVID-19 en reukverlies. Onze vereniging staat in nauw contact met wetenschappers van de Universiteit van Wageningen en het reuk- en smaakcentrum in Ede. Beide instituten zijn de expertisecentra in Nederland op het gebied van reuk en smaak en nemen deel aan het wereldwijde onderzoek. We volgen alle onderzoeken uiteraard op de voet.

Heeft u, of iemand in uw omgeving, recent verkoudheidsklachten gehad of het vermoeden dat u corona heeft (gehad)? Vul dan onderstaande vragenlijst van het GCCR in en draag bij aan wereldwijd onderzoek.

https://gcchemosensr.org/surveys/nl/

We interviewden Sanne Boesveldt, onderzoeker bij Wageningen University en GCCR-vertegenwoordiger voor Nederland, over dit onderwerp. Lees het artikel hier.

Lees verder:

Filmpje van het GCCR: https://www.youtube.com/watch?v=53GEN4bHmm4&feature=youtu.be&fbclid=IwAR3fJPnwiq-RLR5S06Z5p8oM0-1IyrVOQViDjq5tohQFJQsbZeYNlJMo5l4

Artikel in het NRC: https://www.nrc.nl/…/05/28/help-ik-proef-niets-meer-a4000986

Informatie over het onderzoek van het GCCR: https://www.wur.nl/nl/nieuws-wur/Show-corona/Onderzoek-naar-verlies-van-reuk-en-smaak-bij-corona.htm

Wetenschap: https://theconversation.com/coronavirus-scientists-uncover-why-some-people-lose-their-sense-of-smell-138898 

Interview met Sanne Boesveldt

Reuk- en smaakverlies door COVID-19 – interview met Sanne Boesveldt

Gezondheidsorganisaties van over de hele wereld hebben het verlies van reuk en smaak aangemerkt als een (mogelijk) symptoom voor COVID-19, het coronavirus dat de wereld sinds januari dit jaar bezighoudt. Meer dan 500 wetenschappers, artsen en patiëntenverenigingen uit 50 verschillende landen hebben nu de handen ineen geslagen om dit symptoom verder te onderzoeken. Ze vormen samen the Global Consortium of Chemosensory Researchers (GCCR). 

Sanne Boesveldt is het aanspreekpunt voor deze organisatie vanuit Nederland. Ze is werkzaam bij het reuk- en smaakcentrum in Ede en bij de universiteit van Wageningen waar ze dagelijks bezig is met het onderzoeken van reuk. Wij vroegen haar om meer informatie over het GCCR.

Hoe is het GCCR ontstaan en hoe ben jij hierbij betrokken geraakt?

‘’GCCR is een wereldwijd netwerk dat zo ongeveer half maart is opgezet, toen de eerste patiënten en KNO-artsen in de media verschenen met het verhaal dat reukverlies wellicht een vaker voorkomend symptoom zou kunnen zijn bij COVID-19, het coronavirus. Toen is het eigenlijk een beetje begonnen met een aantal reuk- en smaakwetenschappers die elkaar onderling gingen mailen. Binnen een weekend waren er honderden mails wereldwijd heen en weer aan het gaan. Toen is er besloten om een heel netwerk op te zetten. Het GCCR bestaat ondertussen uit meer dan 500 artsen, wetenschappers en patiëntenorganisaties uit meer dan 50 landen, dus echt wereldwijd. Het doel is vooral om reuk- en smaakverlies in relatie tot corona beter in kaart te brengen, beter te begrijpen. Komt dit vaak voor? Is dit ernstiger of komt het vaker voor dan bij andere luchtweginfecties of dan bij een gewone griep of verkoudheid? We willen gewoon weten: wat is er aan de hand?

Juist omdat dit virus zich wereldwijd verspreidt en zich niks aantrekt van landsgrenzen is het heel belangrijk om een wereldwijd onderzoek uit te zetten. Per land worden er ontzettend veel verschillende maatregelen genomen, bijvoorbeeld qua lockdown, social distancing en testbeleid. Daar trekt het virus en het symptoom reuk- en smaakverlies zich eigenlijk niks van aan. Dus het is heel goed om ook over de grens te kijken, en vooral een hele grote hoeveelheid data te verzamelen om op die manier betrouwbare uitspraken te kunnen doen.’’

Jullie roepen nu iedereen die (mogelijk) besmet is geweest met corona op om een vragenlijst in te vullen, kun je hier wat meer over vertellen?

‘’We roepen iedereen op die een luchtweginfectie heeft gehad, dus iedereen die wellicht denkt dat hij of zij corona heeft gehad. Het kan ook een verkoudheid of griepje zijn geweest. Daarmee willen we juist ook kijken naar hoe het coronavirus verschilt van een reguliere verkoudheid of griep. Op dit moment hebben al meer dan 30.000 mensen wereldwijd de vragenlijst ingevuld, waarvan meer dan 3000 uit Nederland. Dat is super fijn!

We zijn ook al begonnen met de eerste blokjes data analyseren. Daar zien we al wel hele leuke, interessante resultaten uit naar voren komen. Aan de ene kant zien we heel duidelijk dat je reukvermogen ontzettend afneemt bij corona, je smaakvermogen neemt ontzettend af en ook je ‘trigeminale perceptie’. Dat gaat meer over ‘gevoel’ in je neus en mond, zoals temperatuurgevoeligheid. Bijvoorbeeld de hitte van chilipepers, het verkoelende van menthol, maar ook de prikkelingen van het koolzuur in cola, dat soort dingen. Die drie factoren maken eigenlijk samen onze hele smaakbeleving van eten. Het is dus ook heel erg moeilijk om daar in het dagelijks taalgebruik onderscheid in te maken. Zo heb je bijvoorbeeld mensen die zeggen ‘ik proef niks meer’, terwijl als ze getest worden blijkt dat het smaakvermogen nog volledig intact is, maar vooral het reukvermogen is aangetast. Mensen vinden dat vaak lastig om te onderscheiden. Met de vragenlijst maken we daar juist specifiek onderscheid in. We zien dat alle drie de factoren heel erg afnemen bij besmetting van het coronavirus.

Wat we ook al kunnen zien, en daarin is het coronavirus eigenlijk heel anders dan een reguliere griep of verkoudheid, is dat waar je bij een normale verkoudheid last hebben van een verstopte neus en je daardoor niet goed kunt ruiken, er hier helemaal geen relatie is tussen een verstopte neus en hoe slecht je reukvermogen eigenlijk is.

Dat zijn nu al twee elementen waarin corona anders lijkt te zijn dan een reguliere griep of verkoudheid. Het werkingsmechanisme lijkt daarmee ook heel anders te zijn. Daar zijn wel een aantal ideeën over, maar dat is niet waar ik onderzoek naar doe.’’

Denk je dat deze vragenlijst een bijdrage kan gaan leveren aan een vroegere diagnose van het coronavirus?

‘’Dat is niet per se het doel ervan, maar ik denk wel dat het een mooie bijvangst zou kunnen zijn. We hebben al wel verhalen van patiënten gehoord die zeggen: ‘het reukverlies was eigenlijk het eerste wat me opviel, pas een paar dagen daarna kreeg ik verkoudheidsklachten of koorts.’ Dus in die zin zijn er wel aanwijzingen dat reuk- en smaakverlies vroege symptomen zijn, maar dat moet nog uit de grote dataset gaan blijken. Als dat zo is, dan kunnen we misschien verder gaan denken. Dan kunnen mensen die plotseling reukverlies bij zichzelf opmerken en daar geen andere verklaring voor hebben misschien uit voorzorg zichzelf en anderen beter beschermen en afschermen.’’

Hebben jullie hierover contact met het RIVM en wereldwijde gezondheidsorganisaties?

‘’Ik heb in maart direct contact met het RIVM gezocht, maar dat was heel erg in het begin en toen stond reuk nog niet hoog op het prioriteitenlijstje. Ondertussen heeft het RIVM reukverlies wel op de lijst met hoofdsymptomen gezet. We zien nu ook dat het in verschillende landen en door de WHO op de lijst met symptomen is gezet. Ik denk wel dat al deze onderzoeksinspanningen daartoe hebben geleid, hierdoor heeft het meer aandacht gekregen en werd het serieus genomen.

Er is ook nog best wel veel discussie over. Ik las vorig weekend een column in het NRC waarin iemand schreef: ‘waarom zou je in godsnaam reuk bij COVID-19 gaan onderzoeken, want het komt zelden bij patiënten voor.’ Ik denk dat dat ondertussen al redelijk achterhaald is. We hebben nog geen betrouwbare cijfers van hoe vaak het voorkomt, want daarvoor ben je ontzettend afhankelijk van het soort patiënten wat wordt getest natuurlijk. Maar de schattingen lopen ondertussen uiteen van 30% tot wel 90%, dus het is zeker niet iets wat heel zeldzaam is. Als ik ook kijk naar hoe ontzettend veel mails en reacties ik op dit onderzoek van mensen krijg blijkt daaruit wel dat dit geen zeldzaam fenomeen is. Hieruit blijkt ook dat het best wel lang kan duren voordat het reuk- en smaakvermogen zich weer herstelt. ‘’

Is daar al meer over bekend, keert de reuk altijd terug bij coronapatiënten?

‘’In onze data hebben we daar nog niet specifiek naar gekeken. In eerste instantie namen we aan dat het reuk- en smaakvermogen redelijk snel terugkeerde, maar we horen nu juist best wel wat verhalen van patiënten waar dat niet het geval is. Dus dat is zeker iets waar we in de komende analyses nog meer aandacht aan gaan besteden. Het is natuurlijk heel erg ‘on going’, zowel corona als het onderzoek, dus dat weten we gewoon nog niet.’’

Denk je dat alle aandacht rondom het coronavirus nu ook voor meer aandacht voor anosmie zorgt?

‘’Ja, zeker. Ik heb dat in het begin van corona gedacht, toen het symptoom reukverlies een beetje in de media kwam, in zekere zin is het toch wel een beetje een zegen voor anosmie. Het is natuurlijk verschrikkelijk, maar nu weten mensen van over de hele wereld wat reukverlies betekent, en dat het bestaat. Iedereen weet nu ook dat het een enorme impact kan hebben, nu ziet iedereen wel het belang in van het reukvermogen. Mensen kennen ineens de term anosmie, dat was drie maanden geleden natuurlijk helemaal niet het geval.

In die zin denk ik dat het zowel voor wetenschappers als voor patiënten een positieve kant kan hebben. Er komt meer aandacht en wellicht ook meer geld beschikbaar, en meer begrip voor patiënten. Dat zorgt uiteindelijk ook voor betere behandelingen. Je merkt nu ook dat het bij een deel van de patiënten toch wel vrij lang lijkt te duren voordat er herstel plaatsvindt, en ze nu zelf ook op zoek gaan. Wat is er voor behandeling, kan ik zelf iets doen? Dus je ziet dat die vraag naar antwoorden ook groter wordt.’’

Wat zou je mensen met plotseling reukverlies nu aanraden om te doen?

‘’Die vraag krijg ik natuurlijk heel veel en dat vind ik wel lastig. Ik ben zelf geen arts dus ik zou zeggen: houd vooral de richtlijnen van het RIVM aan. Ik persoonlijk zou, als je nu in één klap last hebt van verlies van je reuk en/of smaak zonder dat je daarvoor een andere oorzaak kan bedenken, het zekere voor het onzekere nemen.

Zo zijn er ook verhalen van patiënten waarbij reuk- en smaakverlies het enige symptoom is wat ze hadden, en dat ze toch positief getest werden en corona bleken te hebben. En voor iedereen: als je vermoedt dat je corona de afgelopen 2 weken corona hebt gehad of verkouden bent geweest, vul dan alsjeblieft de vragenlijst in.’’

Hoe gaat het onderzoek nu verder?

‘’Op dit moment zijn we vooral bezig met de vragenlijst, die is er. Maar we zijn ook druk bezig met het ontwikkelen van een soort thuistest, zodat mensen thuis de ontwikkeling van hun reuk en smaak kunnen testen, en dit dan ook in een app kunnen bijhouden. De vragenlijst is natuurlijk heel erg gebaseerd op zelfrapportage, wat mensen zelf vinden. Met behulp van zo’n thuistest willen we ook iets meer kwantificeren. Dus om het ook op een objectievere manier te kunnen testen. We willen dat mensen dat ook over de tijd kunnen herhalen, zodat ze de progressie kunnen bijhouden. Het leuke en ook het lastige hieraan is: we ontwikkelen zoiets voor de hele wereld en een groot deel van de wereld is in quarantaine, niet iedereen kan zomaar naar buiten om spullen te kopen voor zo’n reuk- en smaaktest. Dus we moesten heel erg gaan nadenken van: wat voor producten kun je daarvoor goed gebruiken? Wat voor soort producten heeft iedereen standaard in huis, in de badkamer en in het keukenkastje? Dat was nog even een gepuzzel, maar ik vermoed dat die app er zeer binnenkort aankomt. ‘’

Heb je enig idee hoe lang jullie nog met het onderzoek bezig zijn?

‘’Voorlopig gaan we door zolang het virus doorgaat. We blijven data verzamelen, de verwachting is dat er misschien een tweede golf aankomt. Ik kan me voorstellen dat we dat misschien al kunnen voorspellen aan de hand van de verzamelde data. Misschien kunnen we daaraan toetsen: is dit reukverlies een vroeg symptoom, ja of nee? Dus voorlopig gaan we nog even door en roepen we iedereen op om mee te doen.’’

Heeft u, of iemand in uw omgeving, recent verkoudheids- of griepverschijnselen gehad? Of heeft u corona gehad? Vul dan de vragenlijst van het GCCR in door op onderstaande link te klikken. Zo draagt u bij aan wereldwijd onderzoek naar het verlies van reuk- en smaakvermogen bij het coronavirus.

Vragenlijst GCCR: https://gcchemosensr.org/surveys/nl/

__NB_JUNI2020_SANNE

Interview met Teun Aalbers

Teun Aalbers is mede-oprichter van applicatie-ontwikkelaar GainPlay Studio, het bedrijf dat onze reuktrainingapp heeft ontwikkeld. Hij en zijn team zijn het brein achter alle ontwikkelingen van de app en ons aanspreekpunt voor alle vraagstukken. We interviewen hem om meer te weten te komen over de totstandkoming van reuktraining.nl.

Over GainPlay Studio

Oprichters: Teun Aalbers (business) en Jan Jonk (design)

Team: op dit moment werkzaam met een team van 5 mensen (inclusief stagiaires)

Specialisatie: het ontwikkelen van apps gericht op gedragsverandering/therapietrouw

Mooiste project: MindLight, een game voor kinderen met een angststoornis

Het ontstaan van reuktraining.nl

‘‘Het contact voor de reuktrainingapp kwam via mij binnen, via de Dutch Game Garden waar wij onderdeel van zijn. Wij waren meteen enthousiast over deze app, omdat het heel erg past binnen de visie van GainPlay Studio. Wij zien dat gametechnologie kan bijdragen aan de motivatie om een bepaald soort gezondheidsgedrag te vertonen. We hebben ook een aantal andere projecten die heel erg op therapietrouw* zijn ingestoken, dit is ook waar reuktraining.nl om draait. Dat was voor ons dus ook heel interessant, omdat we hier ook weer van konden leren. Het leuke aan ons werk is dat wij bij alle projecten van tevoren geen inhoudsexpert zijn, maar gaandeweg heel erg veel leren.

 

Een vriendinnetje uit mijn studententijd heeft anosmie. Ik was dus al wel bekend met deze aandoening en wat dat voor iemand kan betekenen. Dan is het altijd leuk om te kijken of je bij kunt dragen aan een oplossing voor een bepaalde patiëntengroep of een nieuwe groep gebruikers. Wij vinden het heel interessant om te kijken of je iets kunt ontwikkelen voor een relatief kleine groep gebruikers, omdat die anders vaak ondergesneeuwd raken. Dat is bij anosmie ook het geval.’’

 

De ontwikkeling van de app

‘’Ieder project is natuurlijk anders. Bij reuktraining.nl was Ilona Owusu het eerste aanspreekpunt vanuit het bestuur. Zij heeft vanuit haar werk gedeeltelijk een design-achtergrond, maar de vraag waarmee het bestuur onze kant opkwam was eigenlijk nog heel erg open. De beginfase heeft dan ook wel een tijdje geduurd, het is altijd een uitdaging om de wensen helemaal in kaart te brengen. Vragen die we dan stellen zijn; wat zijn de kaders waarbinnen we dit project gaan uitvoeren? Hoe blijft het ook behapbaar binnen het budget?

We hadden meteen hele grote en hele kleine ideeën waar we mee aan de slag konden. De vraag vanuit het bestuur was wel om het project overzichtelijk te houden en om niet per se een ‘game’ te ontwikkelen, maar wel aan de applicatiekant te blijven. Vanuit voorgaande trajecten die we vanuit therapietrouw hebben gedaan hadden we wel al meteen een aantal ideeën, vanuit de wetenschap die daarachter zit. Er zijn een aantal strategieën om mensen gemotiveerd te houden.

Toen zijn we na gaan denken over hoe alles er dan uit moet gaan zien, en welke functionaliteiten nou écht belangrijk zijn. Hierin hadden we, gezien de wensen van het bestuur, twee belangrijke pijlers: de wetenschappelijke achtergrond én de gebruiksvriendelijkheid voor de patiënten. Het verzamelen van wetenschappelijke data was voor de functionaliteiten die daarvoor in de app moesten worden ingebouwd best wel ingewikkeld en koste veel tijd.

De data die verzameld worden komen terecht in een database, die wij beheren. Er is een verwerkingsovereenkomst gesloten met het bestuur waarin staat wie er toegang mag hebben tot die database bij ons binnen het bedrijf en voor welke doeleinden wij dat mogen doen. Op dit moment zijn de enige redenen waarom wij tot die data toegang hebben ofwel voor onderhoud, ofwel voor het uitdraaien van een exportvorm in opdracht van het bestuur. De gegevens worden dus allemaal beveiligd opgeslagen, en wij doen daar als bedrijf in principe niks mee totdat het bestuur daarom vraagt.

De uitdaging bij het ontwikkelen van deze app was het feit dat datgene wat wij mensen willen laten doen, terwijl ze die reuktraining aan het doen zijn, niet zo veel beweegruimte meer geeft. Het is een relatief simpele handeling: 30 seconden aan een flesje ruiken. Dat doe je met 3 of 4 geuren en dan ben je klaar. De applicatie moet hier perfect bij aansluiten. Je hebt dan geen ruimte om iemand bijvoorbeeld een kwartier lang een puzzelspelletje te laten spelen. Dan worden je opties beperkt, mensen moeten er snel en makkelijk mee om kunnen gaan. Toen kwamen we al snel bij mini-games uit, die je heel even afleiden van het feit dat je iets inherents redelijk saais aan het doen bent. Daar moet dan net voldoende variatie in zitten en daar hebben we ook met Ilona en de rest van het bestuur over gebrainstormd.

De vraag was: hoe kunnen we de herhaling van het ruiken aan een flesje zo laagdrempelig mogelijk maken? Dit moet ook nog eens aansluiten bij een zeer heterogene doelgroep, van alle leeftijden. Dan kom je qua ontwerp bij een redelijk mainstream design uit, je kunt niet volledig in een niche voor kinderen gaan zitten, of juist iets uitkiezen wat ouderen heel erg aanspreekt. De games moeten ook niet al te ingewikkeld zijn. ‘’

Doorontwikkeling van de app

‘’Er is voor nu geen nieuwe ontwikkelvraag vanuit het bestuur. Dit is de app en hiermee gaan we aan de slag. De app is ook in eigendom van de vereniging. Het bestuur wil de app gratis beschikbaar stellen aan iedereen die daar gebruik van willen maken, wat denk ik heel erg goed is. Voor ons betekent dit dat er echt een vraag moet komen van het bestuur om daar weer wat mee te doen. Ik kan me heel goed voorstellen dat er vanuit de gebruikers vragen gaan komen voor nieuwe games en extra opties, dan zal het bestuur zelf een afweging moeten maken of het de moeite waard is om dat wel of niet te laten doen.

Bij de lancering van de app bleken wat mensen problemen te hebben, zij hadden het Game Center van iOS niet ingeschakeld staan. Dat is standaard bij projecten, dat er zoiets misgaat. Het duurt soms een uur om achter zo’n probleem te komen, soms duurt het twee weken. Het kan ook zijn dat er echt iets fout zit in de code. Soms heb je dat heel snel gevonden, en soms heb je pech. In dit geval hadden we wel het vermoeden, met de verzamelde gegevens van alle gebruikers waar het misging. Uiteindelijk hebben we dan dus kunnen beredeneren dat het aan het Game Center ligt. Wij slaken dan ook wel een zucht van verlichting hoor, want als het daar dan niet aan ligt dan kunnen we opnieuw beginnen met zoeken naar een oplossing. Als je er niet uitkomt ga je een heel lang proces in, dat wil je liever niet.’’

En nu?

‘’Het project rondom reuktraining.nl is voor ons afgerond. Nu zijn we met ons team bezig met een project wat echt nog in de conceptfase zit, dat is een project wat we doen in de palliatieve zorg (zorg rondom het levenseinde). Dit is een ingewikkeld onderwerp, veel Nederlanders vinden het moeilijk om hierover te praten en mee om te gaan. Met dit project gaan we mensen daarin ondersteunen en begeleiden. Het is niet echt een game in de traditionele zin van het woord, maar wel een project waarin we mensen met een gamemechanisme gaan ondersteunen om dat gesprek open te breken en te starten. Op dit moment is dat helemaal actueel natuurlijk. Maar vanuit een maatschappelijk oogpunt vind ik dat een ontzettend mooi project, ook vanuit een eigen ervaring. Daar ben ik heel erg trots op. Het zit nog wel in de conceptfase, we zijn nog bezig om hier financiering voor te vragen en het is natuurlijk maar de vraag of dat gaat lukken.

We brainstormen intern ook over een app ter ondersteuning bij het stoppen van de besmetting van het coronavirus. Ik vind, wij moeten uitgaan van onze eigen kracht. Die ligt bij gedragsverandering van mensen. Daar zijn wij goed in. Dat is voor de oplossing die we nu zouden moeten hebben slechts een deel van het verhaal. Je hebt ook vraagstukken over database-structuren, regels rondom privacy, wel of geen gps-tracking, gaat het allemaal naar de overheid, enz. Er zit een heel groot scala aan ethische en morele vraagstukken achter, wat niet per se ons specialisme is en ook niet iets is waar onze ambities liggen. Wij zouden aan de voorkant van die app, waar de gebruiker mee in interactie gaat, denk ik wel echt een bijdrage kunnen leveren. Het inzetten van spelmechanismen om mensen te motiveren of iets te leren en ander gedrag te laten vertonen. En om ze te activeren, maar ook betrokken te houden bij die problematiek. Want je voelt nu al aankomen dat mensen hun aandacht aan het verliezen zijn, en dat ze het allemaal een beetje zat zijn. Hoe zorgen we er nou voor dat mensen de juiste mindset blijven houden?

Verder wil ik nog wel even benadrukken dat Ik denk dat de actie die jullie als patiëntenvereniging met reuktraining.nl genomen hebben, wel een hele positieve is. Jullie durven af te stappen van de traditionele manieren van communiceren via nieuwsbrieven en de website. Dat doen jullie ook nog natuurlijk, en dat is ook goed. Maar de maatschappij verandert en ik denk dat jullie relatief nog steeds aan de voorkant zitten om mee te gaan met die verandering. En ik hoop, niet alleen omdat ik zelf in die business zit, dat meer patiëntenorganisaties dit soort stappen gaan nemen om hun leden te ondersteunen op een positieve manier. Daarmee hoop ik dat mensen realiseren dat het hiermee ook niet klaar is. Deze app doet het over 10 jaar niet meer, gewoon omdat de techniek vooruitgaat, maar ook omdat mensen andere dingen gaan verwachten. Jullie zouden er nu bijvoorbeeld alweer over na kunnen gaan denken hoe en of jullie de app over 5 jaar willen gaan updaten. Mensen blijven nieuwe dingen verwachten, en daar moet een soort van langetermijnvisie komen. Hoe past de techniek bij wat wij uitdragen naar onze leden? Ik vind dat jullie daar een hele positieve rol in spelen, en ik hoop dat meer organisaties dat ook gaan doen.’’

*Therapietrouw is het gewillig en blijvend volgen van de door een arts voorgeschreven behandeling door een patiënt

__NB_JUNI2020_TEUN

Onderzoek ‘Neus tot brein’

In de zomer van 2017 werkte het Reuk- en smaakcentrum in Ede mee aan een Zweeds onderzoek over multisensorische integratie, het ‘Neus tot brein’-onderzoek. De focus voor dit onderzoek lag op mensen met aangeboren anosmie. In Nederland deden in totaal elf anosmiekers mee. Zij werden, samen met elf Nederlanders zonder reukstoornis met eenzelfde soort profiel, aan verschillende tests onderworpen. Zo kregen zij verschillende afbeeldingen te zien en geluiden te horen, terwijl er ondertussen scans van de hersenen werden gemaakt.

Door de hersenen van iemand met aangeboren anosmie te vergelijken met die van iemand zonder anosmie hopen de onderzoekers belangrijke informatie te verkrijgen die kan bijdragen aan onderzoek naar het beter begrijpen van reuk- en smaakstoornissen. Ook wordt er gekeken of mensen met aangeboren anosmie, doordat zij geen gebruik kunnen maken van het reukorgaan, andere zintuigen sterker of anders ontwikkelen dan mensen die wel kunnen ruiken.

In totaal zijn er in Nederland en Zweden 34 mensen met aangeboren anosmie getest, en hier tegenover 34 personen zonder reukstoornis. De resultaten zijn nog niet bekend, de Zweedse onderzoekers zijn nog volop bezig met het analyseren van de beelden van de scans. Afgelopen september werd de allereerste voorpublicatie over dit onderzoek gedaan. Hierin wordt onder andere bevestigd dat de hersenen van de anosmiekers er bij het olfactorisch gebied (het deel in je hersenen wat te maken heeft met het verwerken van geuren) anders uitzien dan die van de niet-anosmiekers. Dit is echter niet het geval bij de primaire reukcortex. Dit is het deel van de hersenen dat geuren identificeert. Dit betekent dat een leven lang niet kunnen ruiken niet noodzakelijkerwijs leidt tot veranderingen in de primaire reukcortex. Wat dit verder zou kunnen betekenen is nog niet duidelijk, maar het geeft wel hoop voor toekomstig onderzoek. Ook bevestigen deze bevindingen voorgaande onderzoeken.

Verdere onderzoeksresultaten van het ‘Neus tot brein’- onderzoek zijn nog niet bekend. Hoofdonderzoeker is het Karolinska institutet in Stockholm, Zweden. Wetenschappers Elbrich Postma en Sanne Boesveldt, werkzaam bij het Reuk- en smaakcentrum in Ede en de afdeling Humane Voeding van Wageningen University, volgen het onderzoek op de voet.

Fantosmie: 6,5 procent van de mensheid heeft het

Geuren ruiken die er eigenlijk niet zijn; een deel van onze leden wordt er elke dag mee geconfronteerd. Vanwege het feit dat het vooral vieze luchtjes zijn die worden waargenomen, wordt deze reukstoornis vaak als heel hinderlijk ervaren.

Niet gemerkt
Toch is er uit onderzoek gebleken dat een groot deel van de mensen die in mindere mate fantosmie hebben, het zelf niet in de gaten hebben. Dat hebben derzoekers van het Amerikaans National Institute on Deafness and Other Communication Disorders recent vastgesteld. Uit een test van 7000 personen komt naar voren dat zo’n 6,5 procent van de bevolking een vorm van fantosmie heeft. De meeste deelnemers aan het onderzoek hadden dat zelf echter niet door.  Slechts 11 procent van hen raadpleegde een arts over de niet-bestaande geuren.

Opvallend
Hoewel de onderzoekers geen duidelijke oorzaak konden vinden, kwam er uit het onderzoek wel naar voren dat een aanzienlijk deel van de mensen met fantosmie ooit hersenletsel heeft gehad. Ook viel het de onderzoekers op dat het over het algemeen meer jongeren dan ouderen waren die niet-bestaande geuren waarnemen.

Nieuw boek over de relatie tussen geur en voeding

Vakantieleesvoer: Why you eat what you eat

Neurowetenschapper en biopsycholoog Rachel Herz heeft zich verdiept in de invloed van ruiken op onze emoties en ons gedrag. Bovendien onderzocht ze het effect van het verlies van reukzin op gedrag, voedselvoorkeuren en partnerkeuze. Onlangs verscheen haar boek ‘Why you eat what you eat’ over de wetenschap achter onze relatie met voeding. ”Mijn interesse in anosmie ontstond toen ik via een advocaat betrokken raakte bij een zaak waarbij een vrouw haar reukzin had verloren door een auto ongeluk. Het was mijn taak om argumenten te vinden waarom dat zulke grote gevolgen had in haar dagelijks leven’’, vertelt Herz in een interview. In haar boek raadt ze haar lezers die hun reukzin verloren zijn aan om hun andere zintuigen en de herinnering aan smaken juist in te zetten om dat wat ze aan smaak missen aan te vullen. Door dat regelmatig te doen onthoud je de herinnering aan de smaak langer, stelt ze. Ook waarschuwt ze voor etenswaren met tegengestelde smaken, zoals zoet, zout en vet. Bijvoorbeeld chocolade met zeezout. ‘’Dat soort dingen zijn vaak nog steeds plezierig om te eten als je niet kunt ruiken, maar wanneer je er teveel van eet zorgt dat al gauw ongezond eetpatroon en gewichtstoename’’, meent ze.

Het hele interview lees je hier. Haar boek ‘Why you eat what you eat’ is als e-book te koop bij Bol.com en gebonden bij Bruna.

Geuren in de geschiedenis

een bijzondere route door het Rijksmuseum

Vorige maand gaf geurkunsthistorica Caro Verbeek leden van onze vereniging een bijzondere rondleiding door één van de mooiste museums die ons land rijk is: Het Rijksmuseum in Amsterdam. Op zaterdag 24 juli om 13:00 uur verzamelde de eerste groep van 20 leden in de centrale hal. Later die middag arriveert de tweede groep.
door Susanne de Bruin
Ronde en donkere geuren

Caro neemt de groep direct mee op een reis door de tijd en leidt hen naar de kunstvoorwerpen en schilderijen uit de Middeleeuwen. Daar aangekomen legt ze uit dat geur in deze tijd werd gezien als de meest ideale manier om met elkaar te communiceren. Zoete geuren waren schaars en kostbaar en betekenden dus dat iemand belangrijk of welvarend was. Een geur als mirre is zoet en bitter tegelijk, en verwijst zo naar het lijden van Christus. ‘’Geuren waren een symbool op zich, in deze tijd bestaat dat niet meer.’’ Doordat geur tegenwoordig een veel minder grote rol speelt, is het voor mensen ook veel moeilijker om geuren te omschrijven. Leden geven aan dat partners dat ook niet altijd even gemakkelijk afgaat. Caro geeft tips: ‘’Probeer te benoemen of een geur donker of licht is. Scherp of zacht, fris of zwaar? En welke vorm past hierbij? Is het een ronde geur of misschien puntig of hoekig?

Ruiken in religie

De introducés mogen haar advies even later in de praktijk brengen, want Caro heeft iets bijzonders meegenomen naar de rondleiding: een geurige rozenkrans. Terwijl ze de krans rond laat gaan, legt ze uit waarom rozenkransen in die tijd vaak een zoete geur verspreidden. ‘’De zoete geur stond symbool voor heiligheid. Welke geuren kunnen jullie onderscheiden?’’, vraagt Caro. De roos wordt als eerst genoemd, hieraan dankt de krans dus ook haar naam. ‘’De rozen waarvan etherische olie werd gemaakt om de kransen mee te begeuren, kwamen helemaal uit Damascus en kostten in die tijd een fortuin’’, licht ze toe. Anderen noemen kruidnagel, kaneel en nootmuskaat. ‘’Dat klopt, typische kruiden die de V.O.C. verscheepte naar ons land. Ik heb deze rozenkrans begeurd naar een 16e-eeuws recept en de olie in de balletjes gekleid zodat de geur heel lang behouden blijft’’, vertelt ze. Reuk en religie zijn in de Middeleeuwen nauw met elkaar verbonden omdat geur de taal van God zou zijn. Bovendien is het moeilijk om je op een gebed te concentreren wanneer je een vieze geur ruikt. ‘’Een begeurd gebed werd daarom als een hoger en krachtiger gebed gezien dan bidden in enkel woorden’’, stelt de geurkunsthistorica. Er zijn zelfs mensen in de geur der heiligheid gestorven. Veel paters en zusters deden in die tijd aan ascese, en aten en drinken daarbij niets omdat de ziel belangrijker was dan het lichaam. Hierdoor konden zij suikerziekte krijgen, waardoor hun adem zoet ging ruiken. De adem stond gelijk aan de ziel, dus wie een zoete adem had moest wel heilig zijn… Ook in het leven van Christus speelt geur een belangrijke rol. ‘’Het is bekend dat hij bij zijn geboorte geuren cadeau krijgt, maar veel minder mensen kennen de versie van het bijbelverhaal waarin Maria haar onbevlekte ontvangenis, verwekt wordt door de zoete geur die engel Gabriël verspreidt’’, legt Caro uit. Tot slot is er het verhaal van Maria Magdalena die Jezus zijn voeten in nardusolie wast. ‘’Nardusolie was voorbestemd voor heiligen, koningen en farao’s. Maria Magdalena zag dus een groot leider in Christus. Daarnaast werden eigenlijk alleen de voeten van doden gezalfd. Zij voorzag dus zijn naderende dood.’’ Voor wie kan ruiken heeft Caro ook de geur van Nardusolie meegenomen. ‘’Het ruikt naar zweetvoeten’’, vindt een van de introducés. ‘’Nee, naar oude kaas’’, roept een ander. ‘’Veel mensen vinden het tegenwoordig helemaal geen prettige geur. Zo zie je maar wat cultuur met de beleving van geur kan doen’’,benadrukt ze.

Geurige grachten

Het blijkt een misvatting dat het in de Middeleeuwen overal stonk. ‘’Maar de contrasten waren wel groter. Riolen bestonden nog niet en alle dode dieren werden in de grachten gegooid. Om die reden deed Amsterdam aan stedelijke begeuring. ‘’Kijk, op dit schilderij zie je hoe de lindebomen langs de grachten bloeien. Hun heerlijke geur maskeert de stank uit de grachten’’, verklaart Caro. Ook in huis werden bloemen niet alleen ter decoratie en als statussymbool neergezet. Achter glas staat een grote, delfts-blauwe bloemenpiramide tentoongesteld. ‘’Die stond vroeger vol peperdure tulpen en de mooiste kamer, ver weg van de grachten en het toilet’’, vertelt ze. Onder de deelnemers bevindt zich ook Polly Visser: ‘’Ik vind het heel interessant. Ik ben altijd heel geïnteresseerd in alles wat met geuren te maken heeft. Het is leuk om het museum eens op een heel andere manier te bekijken’’, vindt ze. Jan van der Zanden is er samen met zijn vrouw Leonne die lid is van de vereniging. ‘’Die stedelijke begeuring vind ik heel interessant. Waarom wordt dat nu niet meer gedaan? Deze week rook ik de lindebloesem tijdens het etsen, heerlijk vind ik dat! Het zou mooi zijn als er ook nu zo bewust met geuren zo worden omgegaan.’’

Zoet is gezond

Tot de uitvindingen van Pasteur, heeft men lange tijd gedacht dat ziektes zich via vieze geuren zouden verspreiden. ‘’Zoete lucht was gezond. Door steeds te zorgen dat het om je heen lekker ruikt, dacht men zich te kunnen beschermen tegen ziekte’’, legt Caro uit. Geheel onopvallend staat in een vitrine een bijzonder geurvoorwerp verborgen. ‘’Dit is een pomander, binnenin zitten verschillende vakjes met daarin verschillende geuren zoals kaneel, nootmuskaat en citrus. Het werd gedragen door hoogwaardigheidsbekleders zoals dokters, rechters en advocaten die vaak in stinkende ziekenhuizen en gevangenissen kwamen. De meest kostbare geurvulling was ambergrijs, het braaksel van een potvis. Wanneer dat gedroogd wordt ruikt het zoet en dat was in die tijd dus heilig en gezond.’’

Nieuwe naam

Tijdens de rondleiding bespreekt Caro ook nog de geur boodschappen verborgen in kunst. In het schilderij Isaac zegent Jakob van Govert Flinck wordt de blinde vader Isaac om de tuin geleid door middel van geurbedrog. ‘’Jakob doet alsof hij zijn oudere broer Esau is door zijn trui om zijn nek te binden. Hierdoor ruikt Jakob zoals Esau naar akkers en gelooft Isaac dat hij zijn eerstgeborene zegent’’, aldus Caro. Soms lijkt geur echter ten onrechte aanwezig. In 2016 werd een nieuwe Rembrandt ontdekt die het zintuig ‘de reuk’ zou verbeelden. ‘’Op dat schilderij is te zien hoe een patiënt wordt opgewekt met reukzout. Dat ruik je niet, maar voel je net als ammoniak via trigemninale zenuwen. Het schilderij had dus eigenlijk ‘Nervus trigeminus’ moeten heten’’, stelt ze lachend.

Leerzaam en confronterend

Na afoop bespreekt de groep de rondleiding na onder het genot van kof e en gebak of een lekker wijntje met bittergarnituur. ‘’Tijdens deze rondleiding zijn we verrijkt met kennis over hoe belangrijk geur in onze geschiedenis was op gebied van gezondheid en religie. Wat extra bagage om ook anderen te laten inzien dat het zintuig reuk veel belangrijker is dan veel mensen denken’, vindt voorzitter Kirsten Jaarsma. Ook deelneemster Elly Warnierde Boer is enthousiast. ‘’Ik vond het heel mooi maar ook heel confronterend. Het gaat over wat je mist. Al die geuren om me heen zijn echt weg, dat kwam even binnen. Maar het is tegelijkertijd ook heel leerzaam, je kijkt op een andere manier naar kunst. Het werd vroeger veel meer op waarde geschat, wij leerden op school dat geur het minst belangrijke zintuig was.’’ Hieruit ontstaat een gesprek aan tafel. In de Middeleeuwen had men vast veel beter begrepen wat de impact van reukverlies was.
Een interessante stelling, vindt Caro: ‘’Dan had je God niet kunnen ruiken, en ook de duivel niet. Je had je zelfs niet kunnen beschermen tegen ziektes’’, besluit ze. •

Klik hier om de pdf te bekijken

Human Olfaction Conference

Voorzitter Kirsten Jaarsma en redacteur Susanne de Bruin bezochten op 22 en 23 juni j.l. de ‘Human Olfaction Conference’ in Nijmegen. Tijdens deze conferentie deelden 31 befaamde wetenschappers en geleerden vanuit de hele wereld hun kennis over reuk op het gebied van taal, cultuur en biologie in het Max Planck Instituut op de campus van de Radboud Universiteit.
door Susanne de Bruin
Hummel

Professor Thomas Hummel, wereldwijd één van de grootste namen in de medische wetenschap rondom reukzin en pionier op het gebied van behandeling van en onderzoek naar reukstoornissen, geeft ook een presentatie op de conferentie. Hij gaat in op de functie van het reukzintuig en de gevolgen wanneer dat verdwijnt of ontbreekt. Allereerst bespreekt hij de resultaten van zijn onderzoek naar de gevolgen voor mensen met aangeboren anosmie. Met behulp van gra eken legt hij uit dat, hoewel het verschijnsel wel degelijk bekend is in de medische wereld, artsen maar weinig weten over de impact van congenitale anosmie. Zo laat hij zien dat de groep met aangeboren anosmie bijna dubbel zoveel ongelukken heeft in de keuken en in het huishouden vanwege de waarschuwende functie die ruiken in bijvoorbeeld de keuken heeft.

Sociaal en seksueel

Daarnaast speelt reukzin een belangrijke sociale rol in het kiezen van partners en het herkennen van emoties in je omgeving. Zowel mannen als vrouwen met aangeboren anosmie geven aan zich niet zeker te voelen op sociaal gebied. Bij vrouwen komt aangeboren anosmie vaker voor. Zij blijken onzekerder in liefdesrelaties dan vrouwen uit de ruikende controlegroep. De mannen die nooit hebben kunnen ruiken hebben over het algemeen een stuk minder bedpartners dan de heren uit de controlegroep.

Reukverlies = gewichtsverlies?

Uit andere resultaten bleek dat er fysiek weinig verschillen waren tussen de groepen met en zonder reukzin. Ondanks de verminderde smaakbeleving voor de groep onderzochten met niet-aangeboren anosmie verloor slechts 11% gewicht. Daarentegen kwam 21% zelfs aan en de overige 68% behield zijn oorspronkelijk gewicht.

Bulbus trainen

Wie ouder wordt dan 80, heeft een grote kans zijn reukzin te verliezen. Doordat het zo geleidelijk met de jaren verdwijnt wordt het echter vaak niet opgemerkt. Volgens Thomas Hummel kan 5% van de wereldpopulatie niet ruiken. Van de mensen in de leeftijdsgroep 70+ zou zelfs 30% een sterk verminderd reukvermogen hebben. De reuktrainingen die Hummel heeft ontwikkeld worden over de hele wereld worden gebruikt. Door middel van trainingen met essentiële oliën of de door Hummel ontwikkelde Snif n’ Sticks in de geuren citroen, roos, kruidnagel en eucalyptus wordt de reukzin geprikkeld.
Uit de resultaten van Hummel zijn onderzoek bleek dat de patiënten die de reuktraining 14 maanden volhielden, gemiddeld zo’n 25% beter konden ruiken. Bovendien neemt de Bulbus Olfactorius na vier maanden training toe in volume en is op MRI-beelden te zien dat ook de connectiviteit tussen de verschillende hersengebieden toeneemt. Wie de training structureel twee keer per dag uitvoert, heeft een grotere kans op positieve resultaten dan iemand die het geregeld vergeet. Volgens Hummel heeft dat te maken met het bewustzijn van de geuren om je heen. Met de training dwing je jezelf als het ware de geuren bewust waar te nemen waardoor je ze steeds beter zou kunnen herkennen en onderscheiden. Wie dat maar af en toe doet, lijkt het ruiken te verleren en is zich dus al snel minder bewust van de geuren.

Geurgeluk

Geur en stemming hebben ook veel met elkaar te maken. Zo blijkt zelfs dat de bulbus olfactorius slinkt wanneer iemand in een acute depressie verkeert. Het reukvermogen wordt eveneens minder sterk. Echter, het werkt ook andersom. Wanneer het reukvermogen, bijvoorbeeld door middel van de reuktrainingen, toeneemt heeft dat een positief effect op de gemoedstoestand. Uit onderzoek onder een groep senioren bleek dat zij zich na intensieve reuktraining zo’n zes jaar jonger voelden.

Pauzepraat

Tussen de presentaties door was er voldoende gelegenheid om de wetenschappers en andere bezoekers te ontmoeten. In de pauzes werden dan ook volop handen geschud, nagepraat en dieper op onderwerpen ingegaan. We troffen ook een bekende, Elbrich Postma van het reuk- en smaakcentrum in Ede en als onderzoeker bij Wageningen University. Ze stelt ons voor aan de Zweedse wetenschapper Johan Lundström, hij doet onderzoek aan het gerenomeerde Karolinska Instituut in Zweden. Samen met Elbrich Postma doet hij momenteel onderzoek naar congenitale anosmie. Hierover geeft Postma meer uitleg tijdens de aanstaande Vriendendag op 23 september. Tijdens de conferentie konden ze ons al wel meer vertellen over het effect van niet-aangeboren anosmie op ons brein. Zoals professor Hummel al aangaf in zijn presentatie, heeft het gebrek aan reukzin effect op de connectiviteit, ook wel de verbindingen, tussen de verschillende hersengebieden in ons brein. ‘’Het werkt net zoals met spieren; als je het niet gebruikt, vermindert de werking van de olfactieve cortex’’, stelt de Zweedse Lundström. Dat veroorzaakt grote veranderingen in de hersenen, zo legt hij uit. In het gehele brein neemt de connectiviteit af. ‘’Door het verlies van een zintuig krijgen hersengebieden in het hele brein minder input’’, gaat hij verder.

‘Door het verlies van een zintuig krijgen hersengebieden in het hele brein minder input’

Toch is daar volgens Lundström weinig van te merken in het gedrag van iemand die zijn reukzin verliest. Je merkt eigenlijk alleen dat diegene niet meer kan ruiken, verder niets meent hij. De theorie dat andere zintuigen beter gaan werken wanneer er één uitvalt, blijkt een misvatting: ‘’Je gaat niet per se beter horen, zien, of proeven maar je gaat de informatie wel ef ciënter verwerken en gemakkelijker met elkaar linken’’, stelt hij. Voor we congenitale anosmie heeft, ligt het nog net even anders. ‘’De hersencapaciteit in de olfactorische cortex die normaal gesproken voor reukzin gereserveerd is, blijft dan over. Zie het als de harde schijf van een computer, die extra capaciteit kan dan worden gebruikt voor andere functies in het brein.’’

Kickstart na crush

De Zweedse onderzoeker brengt vervolgens een ander onderwerp ter sprake dat binnen de vereniging ook leeft; anosmie veroorzaakt door een hoofdtrauma. Net als onze voorzitter Kirsten Jaarsma,die haar reuk verloor als gevolg van hoofdletsel, denken veel mensen dat bij een harde klap tegen het hoofd de hersenen in de schedel heftig bewegen en de reukreceptoren langs het zeefbot afscheuren. Als spaghetti door een vergiet. Dat is in veel gevallen echter niet zo, de schade zit vaak hoger, voorin de hersenen: ‘’Door de klap bewegen de hersenen inderdaad en botst de frontale cortex vaak hard tegen de bulbus olfactorius. De bulbus wordt dan beschadigd door de cortex. Als we op een scan direct na het ongeval zouden zien dat de bulbus beschadigd is, konden we direct een medicijn toedienen dat patiënten ook krijgen na een beroerte. Het versnelt het herstel van beschadigd hersenweefsel. Dat middel moet echter wel binnen enkele uren na het ongeval worden toegediend’’, licht hij toe. Wie (langere tijd) na het hoofdtrauma zijn reukzin wil verbeteren, raadt hij net als Hummel de reuktrainingen aan. ‘’Het kan werken als een soort kickstart, om de aanmaak van nieuwe verbindingen weer op gang te brengen. Wij noemen dat de neuroplasticiteit van de hersenen’’, besluit hij.

Er is eigenlijk maar één Nederlands woord voorbehouden aan geur: muf
Geen woorden voor geur

De conferentie werd georganiseerd door het ‘Centre for Language Studies’ van de Radboud Universiteit. De verbinding tussen taal
en reukzin was dan ook een veelvoorkomend onderwerp in de presentaties. In onze Westerse maatschappij hebben we geen brede woordenschat voor het beschrijven van geuren. We doen met name aan aan bronbeschrijvingen; iets ruikt bijvoorbeeld houtachtig of naar vers gemaaid gras. Er is eigenlijk maar één Nederlands woord voorbehouden aan geur: muf. Een andere manier om ons over geuren uit te drukken, is door er een waardeoordeel aan te hangen. Iets stinkt, of ruikt juist lekker. In andere talen zoals het Jahai, Maniq en Thai – gesproken door inheemse stammen in Thailand en Maleisië – zijn er veel meer woorden speciaal voor geuren. In veel gevallen komt dit doordat reukzin ook op cultureel gebied een belangrijkere rol speelt in hun cultuur.
Woordenschat voor het beschrijven van geuren
bron: Odor-color associations differ with verbal descriptors for odors:
A comparison of three linguistically diverse groups (Josje M. de Valk, et al)
Doordat de Westerse samenleving veel visueler is ingesteld, wordt deze focus op kijken ook overgedragen op onze kinderen. Ouders zeggen vaker ‘kijk eens, een bloem’ dan ‘ruik eens, een bloem’. Lila San Roque van het Max Planck Instituut onderzocht hoe kinderen die de Engelse taal leren, geuren benoemen. Volgens San Roque lijkt het erop dat kinderen zich wanneer ze ongeveer twee en een half jaar oud zijn, bewust worden van geuren om zich heen. Dat zou dan later zijn dan het bewustzijn van andere zintuigen. Rond die leeftijd – tussen twee en een half en drie – lijken de kinderen het de moeite waard te vinden om over geur te praten. Ze hebben in Westerse talen echter weinig woorden tot hun beschikking om dat te doen. Na die leeftijd lijkt de focus zich weer naar de dingen die ze zien te verleggen.

Geuren in kleuren

Ook volwassenen vinden het niet gemakkelijk om geuren en smaken te beschrijven. Volgens het spreekwoord baart oefening echter kunst; zijn de mensen die beroepsmatig met hun reukzin werken een uitzondering? Onderzoekers IljaCroijmans en Asifa Majid van de Radboud Universiteit zochten uit of kof e- en wijnexperts beter zijn in het beschrijven van geuren en smaken dan andere mensen. De experts bleken inderdaad meer consistent in het beschrijven van geuren. Volgens Croijmans komt dit waarschijnlijk doordat zij er vaker over praten en dus een bredere vocabulaire tot hun beschikking hebben. Croijmans schonk de wijn in zwarte glazen zodat de proefpersonen zich niet door de kleur konden laten beïnvloeden. Er bestaat dan ook een verband tussen geuren en kleuren. Asifa Majid, Josje de Valk, Ewelina Wnuk en John L.A. Huisman van Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut onderzochten het verband tussen de manier waarop geur in taal beschreven wordt in de keuze voor kleur. Wederom werden Nederlands, Thai en Maniq met elkaar vergeleken omdat deze talen geur heel verschillend benoemen. Hieruit bleek dat de keuze voor kleuren inderdaad samenhangt met de manier waarop de geur beschreven werd. Synestheten, mensen die extreem sterke verbanden leggen tussen o.a. geuren en kleuren, bleken hierdoor zelfs beter in benoemen en onderscheiden van verschillende geuren dan de controlegroep. Deze bevindingen suggereren dat met behulp van synesthetische waarnemingen geuren beter te omschrijven zijn.
Het waren twee leerzame dagen vol nieuwe ontwikkelingen en inzichten rondom geuren en het menselijk reukzintuig. Bovendien zijn er veel interessante contacten gelegd die de vereniging op de hoogte zullen houden van hun bezigheden in het werkveld. Een waardevol bezoek aan de conferentie dus! •

Klik hier om de pdf te bekijken

Meesterlijk menu vol smaaksensaties tijdens masterclass!

Een nieuwe masterclass van Jos Grootscholten betekent samen kokkerellen om met elkaar een spetterend menu op tafel te zetten. Maar tijdens het schillen, snijden, pellen, bakken, branden en frituren worden ook ervaringen uitgewisseld, tips gegeven en vooral veel gelachen.
door Susanne de Bruin

De sfeer is gemoedelijk in de Kookfabriek in Utrecht. Op maandagavond 13 maart verzamelen 40 deelnemers zich in het sfeervolle pand aan de 2e Daalsedijk. Aan de hippe, industriële look van de locatie is nog goed te zien dat hier zo’n honderd jaar geleden de spoorwerkplaats van de NS gevestigd was. Nu telt de kookfabriek twaalf kookeilanden en twee demokeukens waar de leden van de vereniging, veelal vergezeld door partner, vriend of familie, zich naar hartelust culinair kunnen uitleven.

Lijstje vol lekkers
Maar eerst worden de deelnemers opgedeeld in negen teams en luisteren ze muisstil naar de instructie van sterrenchef Jos Grootscholten. Grootscholten is patron-cuisinier van restaurant Het Perceel in Capelle aan den IJssel dat hij in 2010 samen met zijn partner Sharon Tettero opende. In 2013 kreeg hij niet alleen een Michelinster, maar werd hij ook nog uitgeroepen tot culinaire belofte van het jaar door de GaultMillau-gids.

Voor de vereniging stelde hij voor de tweede keer een gevarieerd en verrassend menu samen. “Ik heb me laten leiden door voorzitter Kirsten’’, vertelt Grootscholten, “Zij kan als geen ander inschatten wat wel en niet werkt voor de leden van de vereniging. Met haar ’boodschappenlijstje’ ben ik aan de slag gegaan.’’ Tijdens het opstellen van dat zogenoemde boodschappenlijstje (zie volgende pagina’s) liet de voorzitter zich inspireren door ‘het nieuwe proefboek’ van Peter Klosse. Als wetenschapper, docent en restaurateur legt Klosse in dit boek onder andere uit wat een gerecht succesvol maakt. Ook is er aandacht voor proeven en de rol van de hersenen bij de perceptie van smaak. “Alle dingen die ik lekker vind uit dat boek, schreef ik op. Klosse geeft een goed beeld van wat lekker is. Hij brengt bijvoorbeeld ingrediënten met de basissmaak umami heel helder in beeld en beschrijft ook de do’s en don’ts wat betreft smaak en proeven’’, vertelt Kirsten enthousiast. Op haar boodschappenlijstje stonden bijvoorbeeld bietjes, zoete aardappel, wortels en pompoen. Ook garnalen en krokant gebakken vlees beveelt ze aan, net als kersen, oude kaas en chocolade. Ingrediënten die een belangrijke rol spelen in het menu van Grootscholten. Daarnaast vraagt Jaarsma om uitbundig gebruik van de tongsmaken zoet, zout, zuur, bitter en umami en een uitgesproken mondgevoel. Bovendien benadrukt ze het belang van mooie kleuren in de gerechten.

Tips & tricks
Dat beaamt Henny Teunissen, een van de leden die deelneemt aan de masterclass. Al bij het doornemen van de ingrediënten op het menu raakt ze direct enthousiast: “Dit lijkt me nu echt een heel mooi voorgerecht’’, over de gebrande makreel met zoetzure gele biet en citrus vinaigrette. “Ik vind het velletje van die visjes al zo mooi, en met al die groenten wordt het lekker kleurrijk. Doordat iets er mooi uitziet, krijg ik zin om het op te eten. Presentatie is heel belangrijk voor mij’’, legt ze uit. Het blijkt een gerecht dat er niet alleen mooi uitziet, maar ook leuk is om te maken. Met een gasbrander wordt de makreel ‘afgebrand’, een ongewone handeling in de keuken die veel bekijks trekt. Het resultaat mag er zijn, Gerda Boeve is laaiend enthousiast. “Ik heb zo ontzettend lekker gegeten dat ik bijna vergat dat ik anosmie heb’’, vertelt ze, “Het komt denk ik door de mix van smaken en die heerlijke bite.’’ Ook de amuse viel bij Boeve in de smaak: “Die gefrituurde eieren waren ook heerlijk, lekker knapperig van buiten en zacht van binnen.’’

Het bereiden van die bijzondere amuse ging echter lang niet alle deelnemers even gemakkelijk af. Met name het pocheren levert bij veel teams wat problemen op. Gelukkig blijkt het alle moeite waard: “Wat een sensatie in je mond’’, vindt Jacqueline Spierenburg, “Die zachte binnenkant met een harde buitenkant en dan die mayonaise lekker zurig.’’ Tijdens het eten deelt ze graag wat tips met haar teamgenoten:‘’Ik doe graag wat balsamicoparels door salades. Net als granaatappelpitjes knappen die heerlijk in je mond. En ik eet ook heel graag avocado op brood, daar doe ik dan sojasaus van het merk ABC op, dat is zoet en zout tegelijk’’, tipt ze. Naast haar zit Geraldine van Hees, die voor de tweede keer meedoet met de masterclass. “Het is me vorig jaar heel goed bevallen. Ik belandde toen in een heel leuk vrouwenteam, we noemden onszelf ‘de smakeloze’ groep. Jammer genoeg waren die dames vanavond verhinderd maar we hebben nog steeds regelmatig contact. Binnenkort gaan we weer samen eten, maar dan wordt er voor ons gekookt’’, vertelt ze.

Spelen met structuur en temperatuur
Het hoofdgerecht is staartstuk met specerijen, gedroogde wortel en oude kaas. Een gerecht dat speelt met structuur want op het bord vind je niet alleen gedroogde maar ook geraspte wortel en wortelcrème. “Ik ben echt een wortelfan, dus ik vind dit heerlijk. En het vlees is ook heel goed, ik eet het eigenlijk nooit zo rauw’’, vertelt Henny Teunissen. “In de crème zit gember, dat is lekker pittig net als de oude kaas’’, merkt Jacqueline Spierenburg op.
Voor het dessert maken de deelnemers een marmelade van rode wijn met kersen en een kersensorbet met warme witte chocolade. “Een lekker toetje met het zurige en het fijne mondgevoel van de kersen en de extreme zoetheid van de witte chocolade. Ook het temperatuurverschil met het koude ijs en de warme chocolade werkt goed’’, vindt voorzitter Kirsten Jaarsma.

Het belang van verschil in temperatuur is ook een van de belangrijkste bevindingen van de studentes Vienne Sanders en Merel van de Ven. Beiden studeren Voeding en Diëtetiek aan HAN (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen). Voor een schoolopdracht organiseren zij binnenkort zelf een kookworkshop, ter voorbereiding mochten ze meedoen met de masterclass. “Dit is voor ons een heel nieuwe doelgroep. Onze opleiding richt zich wel op mensen met diabetes, of een hoge bloeddruk maar nooit op mensen met een reuk- of smaakstoornis. Het was dan ook heel leerzaam om tijdens de masterclass met de leden van de vereniging in gesprek te gaan over hun ervaringen’’, aldus Vienne, “we hebben zo een veel beter beeld van waar we op ons in onze workshop op willen focussen. Volgens mij is zowel temperatuur als structuur heel belangrijk, dat nemen we zeker mee.’’ Wanneer de kookworkshop gegeven wordt is nog onduidelijk. “Waarschijnlijk organiseren we het ergens in mei of juni’’, voorspelt ze.

Vegetarische lookalike
Wanneer alle gangen genuttigd zijn, is het tijd voor de afsluiter van de avond: de prijsuitreiking. Het vegetarische team komt als winnaar uit de bus! “De samenwerking ging heel goed, het klopte gewoon’’, verklaart Geerke Vermeulen over de winst. “Ik wil Jos Grootscholten graag complimenteren met het verrassende menu. Grappig ook dat de aubergine uit de oven qua uiterlijk precies op de makreel van de andere groepen leek! Ik had niet verwacht dat de masterclass zo leuk en goed georganiseerd zou zijn’’, besluit ze.

Klik hier om de pdf te bekijken

Oudere berichten