Categorie: nieuwsberichten (pagina 2 van 2)

Het NieuwsBericht is een uitgave van de Anosmievereniging welke gemaakt wordt voor de vrienden van de vereniging.

Feest der herkenning

dubbelinterview met Stan & Julie

Stan Bielderman (12) is het jongste lid van onze vereniging en heeft aangeboren anosmie. Hij had nog nooit iemand ontmoet die ook nooit heeft kunnen ruiken. Tijd om daar verandering in te brengen! In het sfeervolle hotel Karel V in Utrecht ontmoet hij Julie Velthoven (19), die net als hij al haar hele leven niets ruikt. Onder het genot van een smaakvolle high tea vragen ze elkaar het hemd van het lijf.
door Susanne de Bruin

Ietwat onwennig nemen de twee tegen over elkaar plaats in de bistro van het hotel. Vooraf kregen ze het verzoek wat vragen op te stellen. Stan heeft zijn vragen op een klein briefje geschreven dat hij voorzichtig uit zijn broekzak tevoorschijn haalt. Julie breekt het ijs met haar eerste vraag.

Julie: ‘’Ik ben eigenlijk heel benieuwd hoe jij er achter kwam dat je niet kan ruiken?’’

Stan: ‘’Ik kan me herinneren dat klasgenootjes in groep 2 al zeiden dat de mest stonk, wanneer er een tractor voorbij reed bijvoorbeeld. ‘Het zal wel’, dacht ik dan altijd. Twee jaar geleden lunchte ik met een vriend, die zei dat de salami op zijn brood zo sterk rook. ‘’Ik ruik helemaal niks’’, reageerde ik toen. Dat vond hij vreemd, net als mijn vader die bij ons aan tafel zat. Met een blinddoek om hielden ze verschillende dingen onder mijn neus, zoals kaas en pindakaas. Maar ik herkende natuurlijk niets!’’

Julie: ‘’Wat toevallig! Bij mij is het op bijna dezelfde manier gegaan! Ik was ook tien en ik werd ook geblinddoekt! Bij mij gebeurde het tijdens een schoolopdracht. We moesten kruiden herkennen aan hun geur en ik had er niet één goed. Toen heeft de juf mijn ouders benaderd en is er onderzoek gedaan…’’

Stan: ‘’Kreeg je toen ook een mri-scan? Bij mij was daarop te zien dat ik geen reukzintuig en reukzenuwen (bulbus en tractus) heb.’’

Julie: ‘’Ja! Maar daar was bij mij niet zoveel op te zien en ook uit de andere onderzoeken en reuktesten is geen duidelijke oorzaak gekomen. Mijn zenuwen zetten simpelweg de prikkels niet om. Maar ik was op een bepaalde manier wel blij met de diagnose anosmie. Ik had al jarenlang het gevoel dat er iets aan mij niet klopte. Ik voelde me zelfs een beetje dom. Toen duidelijk werd dat ik er niets aan kon doen dat ik niet kan ruiken, was ik eigenlijk best opgelucht! Hoe was dat voor jou, toen de dokter vertelde dat je anosmie hebt?’’

Stan: ‘’Ik weet het eigenlijk niet meer precies. Ik geloof dat ik meteen begon te huilen. Ik was heel verdrietig, dat ben ik soms nog steeds. Ik voel me gewoon niet compleet doordat ik niet kan ruiken. Ik zou het zo graag wel willen kunnen. Het klinkt missschien gek maar eigenlijk hoop ik dat de wetenschap ooit iets uitvindt dat ik in mijn neus kan schuiven om toch te kunnen ruiken!’’

Julie: ‘’En als je één keer één ding zou kunnen ruiken, wat zou je dan kiezen?’’

Stan: ‘’Poep, want dat moet ontzettend stinken. Daarna ben ik dan vast blij dat ik dat niet meer ruik!’’

Julie: ‘’Haha wat slim! Ik denk dat ik het liefst mijn ouders zou ruiken, want ik zou liever mensen willen ruiken dan objecten of omgevingen. Dat lijkt me veel meer waarde hebben… En unieker! Wat is dan meer geschikt dan de mensen die mij gemaakt hebben’’

Stan: ‘’Heb jij er vaak last van dat je niet kunt ruiken?’’

Julie: ‘’Nee, niet vaak. Vooral bij mooie momenten, als ik langs de zee loop bijvoorbeeld. Of als ik hoor dat eten heel lekker ruikt! Dan zou ik wel willen ruiken, om het moment ‘voller’ te maken. En soms is het ook onhandig. Omdat ik zelf niet kan ruiken of ik nog fris ruik, douche ik elke dag en draag ik t-shirts hooguit twee keer. Heb jij ook zulke regeltjes?’’

Stan: ‘’Niet echt, ik doe eigenlijk gewoon wat mijn moeder zegt. Ze zegt het wel als mijn trui niet meer zo fris ruikt!’’

Julie: ‘’Wat eet jij het liefst?’’

Stan: ‘’Vooral heel zoute dingen, zoals chips! Op mijn ei doe ik ook altijd veel zout, ook al weet ik dat het eigenlijk niet zo gezond is… Pizza en Chinees vind ik ook heel lekker’’

Julie: ‘’Ik ook! Maar ik houd ook van heel pittige dingen, zoals sambal en peper. Ik ben gek op de aziatische keuken. En voor sushi kun je me wakker maken ’s nachts! Sinds ik weet dat ik anosmie heb, ben ik bewuster met eten bezig. Als kind was ik een slechte eter, daar mopperden mijn ouders vaak over. Toen duidelijk werd dat ik anosmie heb, voelden ze zich daar achteraf wel een beetje schuldig over…’’

Stan: ‘’Mijn moeder zei weleens dat ik gewoon verkouden was als ik zei dat ik iets niet goed kon ruiken. Daar voelde zij zich later ook schuldig over, maar dat hoeft helemaal niet. Ik kan er juist goed met haar over praten. Heb jij al vaak met mensen gepraat die ook niet kunnen ruiken?’’

Julie: ‘’Nog niet zo vaak. Kirsten (voorzitter van onze vereniging) was twee jaar geleden voor mij de eerste met wie ik ervaringen kon uitwisselen. Het was heel fijn om iemand te spreken die dezelfde dingen meemaakt, het was dus helemaal niet zo gek wat ik heb!’’

Stan: ‘’Ik heb me nooit echt gek gevoeld. Eigenlijk ben ik er het liefst zo min mogelijk mee bezig. Als ik erover praat word ik al snel verdrietig.’’

Julie: ‘’Jeetje, je zit er echt mee hè… Ik heb dat zelf nooit zo ervaren maar ik hoop ontzettend voor jou dat je het op den duur wel een plekje kunt geven.’’

Stan: ‘’Wist je dat maar één op de tienduizend mensen hiermee wordt geboren? Toen ik dat hoorde dacht ik wel ‘dan moet ik toch wel bijzonder zijn’.

Julie: ‘’Precies, het is ook best een beetje cool eigelijk. Wij zijn gewoon lekker speciaal!’’ •

Proeven met je neus: retronasaal ruiken via de mond

Geur speelt een belangrijke rol in ons leven: zowel in het sociale leven (Jasper de Groot van de Universiteit Utrecht heeft in Nieuwsbericht|2 van dit jaar al geschreven over de relatie tussen geur en emoties, en het belang voor communicatie), voor onze veiligheid en zelfstandigheid (de geur van bedorven melk of het ruiken van gas/vuur kan ons waarschuwen) en natuurlijk bij (plezier in) eten. door Dr. Sanne Boesveldt

De beleving van eten heeft namelijk voor een groot deel te maken met reuk, meer nog dan met smaak. Niet alleen vooraf, wanneer we langs de bakker lopen en de geur van vers gebakken brood opsnuiven en daardoor trek krijgen, maar ook tijdens het eten zelf speelt reuk een belangrijke rol.

Geuren uit de omgeving komen via onze neus binnen (‘orthonasale geur’) en binden vervolgens aan receptoren in het reukepitheel. Dan wordt een signaal doorgegeven via de eerste hersenzenuw (nervus olfactorius) naar de bulbus olfactorius en naar reuk- en overige gebieden in de hersenen. Als voedsel in de mond gekauwd wordt, komen er ook geurmoleculen vrij. Deze moleculen bereiken je reukepitheel via de achterkant van de mondholte. Vanuit daar volgen ze dezelfde route naar je hersenen. Dit noemen we ‘retronasale geur’. In het dagelijks taalgebruik wordt het vaak verward met smaak of proeven, maar het is eigenlijk geur!

Oftewel, hoe iets proeft in je mond wordt dus voor een groot deel bepaald door de geur ervan. Een voorbeeld: als je verkouden bent en je neus verstopt zit zeggen we vaak dat we ons eten niet meer proeven. Dit heeft echter niets met echte smaakwaarneming (de 5 basissmaken op je tong) te maken, maar met het feit dat er geen luchtdoorstroming door je neus is. Hierdoor kunnen de vluchtige geurmoleculen van het eten in je mond het reukepitheel in je neus niet bereiken.

Kortom, je neus (geurwaarneming) is heel belangrijk voor het proeven. Mensen met anosmie kunnen vaak nog wel de basissmaken proeven (zoet, zuur, zout, bitter, en umami/hartig), maar missen dus een groot deel van de totale smaakbeleving; het ruiken. Een aardbei smaakt dan met name zoet en een beetje zuur, maar dankzij de geur wordt het herkenbaar als een aardbei. En, hoewel reuk een heel belangrijk onderdeel is van proeven en smaakbeleving, kun je zonder reukvermogen dus nog wel de basissmaken proeven, de textuur voelen (hard, zacht, knapperig), of de trigeminale sensaties (pittige pepers, verkoelende munt) waarnemen in je eten. •

 

Proefje met proeven!
Een mooi proefje dat je zelf kunt doen om te ervaren wat het is om zonder reuk te eten, of in het geval van anosmie voor de mensen in je omgeving, is de jellybeans test:

  • Stap 1
    Pak een jellybean snoepje met willekeurige kleur. Stop hem in je mond terwijl je je neus dichtknijpt en begin te kauwen.
  • Stap 2
    Probeer te bedenken welke smaak jellybean je in je mond hebt.
  • Stap 3
    Laat vervolgens je neus los en ga verder met kauwen. Je smaakbeleving zal heel anders zijn! Veel complexer, en waarschijnlijk kun je nu veel beter identificeren wat je in je mond proeft.

Dit proefje kan natuurlijk ook met andere snoepjes; jellybeans zijn een voorbeeld omdat ze in zoveel verschillende ‘smaken’ voorkomen.

Baat het niet, dan schaadt het niet’ Alles over reuktrainingen

Reuktrainingen, een onderwerp dat leeft onder veel leden van onze vereniging. Tijdens de laatste Vriendendag in september was er veel interesse voor de verkoop van de Sniffin’ Sticks van MediSense een ook op de Vriendenpagina op Facebook worden geregeld ervaringen uitgewisseld. Voor ons een goede reden om op onderzoek uit te gaan. Want hoe gaat zo’n training nu in zijn werk en wat zijn de resultaten? door Susanne de Bruin

Hummel 4
De naam die het vaakst in één zin wordt genoemd met geurtrainingen, is die van de Duitse professor Thomas Hummel. Hummel leidt in Dresden een reuk- en smaakkliniek en deed in 2009 onderzoek naar het effect van geurtrainingen. Hij ontwikkelde de ‘Hummel 4’ methode, de meest gangbare reuktraining waarbij deelnemers tweemaal daags een aantal minuten de geuren van vier verschillende etherische oliën (roos, eucalyptus, citroen en kruidnagel) door de neus inademen. Uit zijn onderzoek kwam toen naar voren dat bij 30% van de deelnemers na twaalf weken een verbetering in het reukvermogen te meten was. De mensen die deelnamen hadden hun reukzin verloren door een infectie aan de bovenste luchtwegen, een hoofdtrauma of door een onbekende oorzaak. Uit het onderzoek ‘Recovery of Olfactory Function Induces Neuroplasticity Effects in Patients with Smell Loss’ van Kollndolfer et al. (= en anderen). (Vrije vertaling: ‘Het aanpassingsvermogen van de hersenen brengt herstel van de reukfunctie op gang bij patienten met reukverlies’.) bleek dat bij patiënten die hun reukzin hadden verloren door een infectie aan de bovenste luchtwegen, een verandering optrad in de delen in de hersenen die een rol spelen bij het verwerken van geur. Ook hadden zij na het volgen van de geurtraining een verbeterd vermogen om geuren waar te nemen. De onderzoekers brachten deze veranderingen in kaart met behulp van een Fmri-scan. Met behulp van deze scan kan de plaats van hersenactiviteit bepaald worden terwijl de deelnemers een geur waarnemen.

Serieuze cijfers
Bovendien verscheen vorig jaar een meta-analyse (een analyse van diverse onderzoeken) van Pekala et al., waarin naar aanleiding van 10 studies en 639 onderzochte patiënten werd geconcludeerd dat reuktraining een veelbelovende behandelmethode is voor reukstoornissen. Resultaten uit de studies lijken erop te wijzen dat het een effectieve behandelmethode is voor reukstoornissen die door verschillende oorzaken zijn ontstaan. “De onderzoeken en getallen die nu bekend zijn, kunnen we zeker serieus nemen”, stelt dr Wilbert Boek, KNO-arts in het reuk- en smaakcentrum in Ede. “In het reuk- en smaakcentrum verzamelen we ook gegevens, van reuktesten en Fmri-scans. Maar dat doen we pas anderhalf jaar, we zijn nog ‘te jong’ om met getallen te komen”, licht hij toe. Zijn ervaringen met reuktrainingen zijn echter wisselend. “Er zijn genoeg mensen die er helemaal niets aan hebben. Maar vorige week sprak ik nog iemand die al zeven jaar niets had geroken en na de reuktraining toch verbetering merkte in haar reukvermogen!’’ Aan de hand van zijn ervaringen kan Boek zich wel vinden in de onderzoeksresultaten van Hummel. “Zo’n 20% tot 30% heeft baat bij de reuktraining, ik denk dat dat een reële inschatting is.”

Spontaan succes
Ook KNO-arts Dick Kooper raadt zijn patiënten met reukverlies geregeld reuktraining aan. “Baat het niet, dan schaadt het zeker niet”, meent hij, “Ik ben geen wetenschapper, dus ik laat mijn patiënten niet na een jaar terugkomen om de resultaten te bespreken. Maar al zo lang ik me in het reukvermogen verdiep, adviseer ik reuktrainingen. Soms hoor ik spontaan succesverhalen van mijn patiënten die er echt baat bij hebben”, vervolgt hij. De werking van reuktrainingen blijkt echter moeilijk te herleiden. Neuroplasticiteit van de hersenen is een bekend fenomeen. Dit betekent dat hersenen na verlies van een functie in staat zijn om zich aan te passen. Dat aanpassingsvermogen kan worden opgewekt door trainingen.

Reukgeurdeeltjes aanbieden
“Ik denk dat ik het niet meer mee ga maken dat we precies kunnen verklaren hoe reuktraining het reukvermogen kan herstellen. Daar is in de toekomst nog veel onderzoek voor nodig. Het liefst zou ik een deel van een reukzenuw onder de microscoop leggen”, bekent Boek. Maar aangezien je de patiënt zijn herwonnen reukvermogen dan direct weer afneemt, is dat voorlopig geen optie. “Wanneer je een spiercel traint, worden er niet alleen meer spiercellen maar ook meer zenuwcellen aangemaakt. Vissen hebben het vermogen om blindheid zelf te herstellen. Twintig jaar geleden deed ik onderzoek aan Harvard University. Ik maakte vissen aan een oog blind en legde vijf dagen later het netvlies van zowel het ongerepte als het blind gemaakte oog onder de microscoop. Een aantal stofjes zag ik duidelijk pieken. Professor Peter Black suggereerde toen dat dit dan de zenuwgroeifactoren moesten zijn. Sindsdien geloof ik wel in het herstelgedeelte van zenuwen, en dat je dat kunt stimuleren door reukgeurdeeltjes aan te bieden”, aldus Boek. Wie de reukgeurdeeltjes volgens de wijze van Hummel aan wil bieden om zo het reukvermogen te trainen kan dat op twee manieren doen. Bij veel tuincentra maar ook in winkels als ‘Holland & Barret’ zijn flesjes met de juiste etherische oliën te koop. Daarnaast bieden (online) partijen zoals MediSense officiële reukstiften in een geurkwartet aan. Beide KNO-artsen verwachten geen verschil in resultaten. “Ik zie geen meerwaarde in zo’n geurkwartet. Toevallig weet ik dat de vier geuren die je nodig hebt verkrijgbaar zijn bij ‘Holland & Barret’, dat adviseer ik mijn patiënten dan ook”, verklaart Kooper. “Voor onderzoek zouden de geurstiften beter zijn, die zijn altijd hetzelfde. Maar wanneer patiënten zelf met reuktraining aan de slag gaan, verwacht ik dezelfde resultaten als zij gebruik maken van flesjes etherische olie”, vertelt

Stiftenkwartet
Tijdens de laatste Vriendendag was Robert King van MediSense aanwezig. Hij bood het geurkwartet met Sniffin’Sticks van fabrikant Burghart aan. “Het voordeel aan de stiften is dat ze gestandaardiseerd zijn. Het reuk- en smaakcentrum in Ede werkt ook met de reuktesten van Burghart”, vertelt King. MediSense verkoopt het reukkwartet wereldwijd al drie jaar. Pas sinds een jaar is er vraag naar in Nederland. “Misschien komt dat door de komst van het reuk- en smaakcentrum”, oppert King, “In Duitsland wordt het al jaren door KNO-artsen geadviseerd en daar is de vraag dus ook veel groter.’  Dieuwke Dillo, sinds kort lid van onze vereniging, bestelde zo’n geurkwartet maar kon niet wachten op de lange levertijd. Daarom kocht ze ook de flesjes etherische oliën, nu traint ze met allebei. “Ik ben mijn reukzin verloren door een hoofdtrauma. Sommige geuren neem ik heel vreemd vervormd waar, andere helemaal niet. Die vervormingen zijn vaak heel chemisch.” Dokter Boek waarschuwt patiënten dat het best pittig kan zijn om twee keer per dag zo met je reukstoornis te worden geconfronteerd. Dat beaamt Dillo: “Ik vind het behoorlijk confronterend, maar op een bepaalde manier ook wel fijn om er bewust mee bezig te zijn. Het is voor mij ook wel een rustmomentje. Het werkt zelfs een beetje therapeutisch, denk ik”, vervolgt ze. Het is voor Dillo, die nu zo’n twee maanden bezig is, moeilijk te zeggen of haar reukvermogen verbetert: “Ik weet het niet, het is heel wisselend”, vertelt ze.

Rozenolie favoriet
Lineke Kortekaas, ook lid van de vereniging, vond een wel heel eigenzinnige manier om haar reuktraining vorm te geven. Ze besprenkelde watje met de etherische oliën en bewaarde die in lege pepermuntblikjes. “Eerlijk gezegd vond ik die stiften best duur, daarom wilde ik de training eerst met oliën uitproberen. Maar het druppelen vond ik behoorlijk veel werk, die stiften zijn veel gemakkelijker en praktischer in gebruik. Zo kwam ik op het idee de lege blikjes die ik steeds bewaar te gebruiken. In het begin ging het perfect, maar jammer genoeg sluiten ze niet helemaal af. Doordat ik vervormd ruik, is de kruidnagelgeur enorm vies voor mij. De geur verspreidde zich door heel mijn werkkamer als mijn blikjes daar lagen, daarom heb ik ze toch maar weggegooid. Nu ruik ik aan de flesjes, dat gaat prima. De ene dag is heel anders dan de andere dag. De rozenolie is mijn favoriet, het is zo’n beetje de enige geur die ik nog echt plezierig vind. Ik verloor mijn reukzin 1,5 jaar geleden door een virus. In augustus startte ik met de reuktraining. De vervormingen lijken minder erg te worden, maar dat kan ook gewenning zijn. Roos en citroen ruik ik nu heel goed, maar eucalyptus en kruidnagel ruik ik vervormd en dus heel vies”, besluit ze. •

AAN DE SLAG! Reuktrainig in 5 stappen

  • 1. Schaf 4 flesjes etherische olïen aan in de geuren: citroen/roos/eucalyptus/kruidnagel. Een kwartet geurstiften in deze geuren volstaat ook.
  • 2. Neem een geurstift of een flesje met olie en houd dit ongeveer drie centimeter onder uw neus. De stift of de olie mag uw neus niet raken.
  • 3. Haal vijf keer diep adem door uw neus. Doe dit op een rustige manier. Wanneer u te snel inademt, komt de geur niet goed uw neus binnen.
  • 4. Voor u verder gaat met de volgende geur neemt u een paar minuten rust. 5. Herhaal deze stappen voor de andere drie geuren. Het maakt niet uit in welke volgorde u de geuren inademt.

Kno-arts Dick Kooper in Haïti

Veel van onze leden zullen kno-arts Dick Kooper kennen van zijn heldere presentaties op onze Vriendendagen waarin hij zijn brede kennis van reukstoornissen met ons deelt. Kooper interesseert zich in zijn werk echter niet alleen voor het reukzintuig. Sinds het begin van zijn studie medicijnen heeft hij de wens gehad ooit in een ver land te zien hoe de gezondheidszorg er daar aan toe gaat. Met zijn specialisme KNO ligt het echter niet voor de hand om in het buitenland te helpen en zo is het er nooit van gekomen. door Susanne de Bruin

Gesloten volk

Tot hij een collega sprak die vijftien jaar geleden naar Haïti was afgereisd. Hij bracht Kooper in contact met een OK-verpleegkundige die het al jaren niet meer was gelukt team een bijeen te brengen. Ze sloegen de handen ineen en vertrokken 7 oktober jl. voor drie weken naar het ontwikkelingsland. “De orkaan Matthew had het land een week voor wij kwamen zwaar getroffen. Op veel plaatsen was geen internet en geen stroom”, vertelt Kooper, “We kwamen er om te kijken wat we kunnen doen. Zijn alle benodigde middelen beschikbaar en hebben zij nog specifieke behoeften’’, vervolgt hij. Het bleek niet gemakkelijk om daar achter te komen. “Haïtianen zijn enorm gesloten mensen, ze laten niet gauw het achterste van hun tong zien. Pas aan het einde van ons verblijf, na drie weken, gaven ze te kennen graag meer over oorchirurgie te weten te komen. Hartstikke leuk, we bekijken nu of we volgend jaar met een oorchirurg terug kunnen komen”, vertelt Kooper bevlogen. Zelf kan hij een volgende keer ook weer zijn steentje bijdragen. “Ook neuschirurgie staat op hun wensenlijstje. De kno-artsen daar werken niet met scoopjes, dat zijn instrumenten waarmee de neusholte onderzocht kan worden. Dat kunnen wij ons in Nederland haast niet voorstellen. Ze beschikken overigens wel over scoopjes, die zijn jaren geleden al achter gelaten door artsen die kwamen helpen. Niemand heeft ze echter uitgelegd hoe ze ze kunnen gebruiken”, licht Kooper toe.

Alleen acute klachten
Tijdens zijn verblijf heeft Kooper heel wat patiënten behandeld. Het viel hem op dat ze met heel andere klachten komen dan hij in Nederland gewend is. “Mensen komen hier met pijn, ontstekingen of bijvoorbeeld een loopoor. Ik heb niemand over minder acute zaken als hoorverlies gehoord. Misschien boeit het ze niet maar ik denk ook dat het komt doordat Haïti een arm land is waar mensen hun zorgkosten zelf moeten betalen. Ook over reukstoornissen heb ik dus niets gehoord. Zelfs niet bij een man bij wie ik een grote tumor uit zijn neus verwijderde. Het kan haast niet anders dan dat hij veel meer ruikt nu die tumor eruit is.“

Van blog naar boek
Kooper ziet er naar uit om in het najaar van 2017 terug te keren naar Haïti. “Nu ik weet wat we kunnen verwachten, is het nog veel leuker weer terug te gaan. Bovendien kunnen we dan veel gerichter te werk gaan. Zo zou ik graag een plan opzetten waardoor we slechthorendheid bij kinderen snel kunnen signaleren. Hier wil ik bijvoorbeeld scholen bij betrekken”, legt hij uit. Tijdens zijn verblijf in Haïti hield Kooper een blog bij. Een uitgever vond zijn verhalen zo sterk dat hij ze graag wilde bundelen in een boekje. In eerste instantie moest Kooper daar niets van hebben: “Ik schreef die blog enkel om mijn omgeving deelgenoot te maken van mijn belevenissen, ik had nooit de intentie die verhalen in een boek naar buiten te brengen”, licht Kooper toe. Toch bedenkt hij zich al snel: “Als een professional het de moeite waard vindt, wie ben ik dan daar niet in mee te gaan? Bovendien kon ik het geld goed gebruiken voor de volgende reis naar Haïti. Er gaat dus geen cent van de opbrengst naar mij”, benadrukt hij. Het boek Geknakt Haïti ligt in verschillende boekhandels en is voor E 12,50 te bestellen.

Reukzin: de feiten op een rijtje

Onze reukzin heeft grote invloed op de manier waarop we de wereld om ons heen beleven. Geuren kunnen invloed hebben op onze gemoedstoestand, oude herinneringen oproepen en zelfs de band met geliefden versterken. Bovendien kan reukverlies effect hebben op onze gezondheid, voedingspatroon en veiligheid.

Prikkels en moleculen
Geuren bestaan uit kleine moleculen in de lucht, die wanneer we ze inademen ons reukepitheel hoog bovenin onze neus bereiken. Elke cel op dat reukepitheel beschikt over een specifieke geurreceptor die slechts een bepaalde geur herkent en doorgeeft aan onze reukzenuwen. Er zijn echter meer geuren in de lucht dan het aantal verschillende geurreceptoren waarover de gemiddelde mens beschikt. Sommige moleculen prikkelen dan ook meerdere cellen op het reukepitheel, die combinatie van prikkels wordt dan in ons brein omgezet en herkend als een bepaalde geur.
‘’Uit onderzoek is gebleken dat het aantal verschillende geuren dat een mens kan onderscheiReukzin:den ergens tussen de 10.000 en 100 biljoen ligt’’, aldus dr Gary Beauchamp, reuk- en smaakonderzoeker aan het Monell Chemical Senses Center in Philadelphia. ‘’Ieder mens beschikt over andere combinaties van de cellen die geuren herkennen op het reukepitheel’’, vervolgt hij, ‘’Het zou zelfs kunnen dat wanneer twee mensen aan precies dezelfde substantie ruiken, zij de geur heel anders waarnemen.’’

Effect of associatie?
Geuren hebben invloed op verschillende facetten van ons leven zoals herinnering, onze stemming en emotie. Dat komt doordat geurprikkels verschillende delen van ons brein bereiken. Geurige bloemen, kruiden en planten worden al duizenden jaren ingezet om genezing te bevorderen. Door middel van aromatherapie probeerde men de fysieke en mentale gesteldheid te verbeteren.
Tegenwoordig is er zelfs wetenschappelijk bewijs dat aromatherapie wel degelijk positieve resultaten kan opleveren ten behoeve van de gezondheid.

Zo wordt lavendel vaak ingezet ter ontspanning. Het is echter de vraag of de geur van lavendel direct zorgt voor een ontspannen gevoel of juist de herinnering aan een ontspannen ervaring uit het verleden oproept waardoor we de geur onbewust met ontspanning associëren. Wetenschappers doen momenteel onderzoek naar de effecten van verschillende vormen van aromatherapie.

Ongemerkt gevaar
Het merendeel van de mensen met reukverlies, hebben er geen idee van dat ze minder ruiken. Uit een groot landelijk onderzoek naar gezondheid en voeding in Amerika, het National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES), is recent gebleken dat 12% van de volwassenen in de VS een reukstoornis heeft. Naarmate men ouder wordt, neemt dat percentage toe. Onder mensen ouder dan 80 bleek 39% minder te ruiken.
Reukverlies beïnvloedt voor elk mens de kwaliteit van leven op een andere manier. De gevolgen kunnen groot zijn: Men kan minder genieten van eten, waardoor de eetgewoonten veranderen en het voedingspatroon minder gezond wordt. Zo bereiden mensen met reukverlies soms hun maaltijden met meer zout of suiker om zo hun smaakbeleving op te peppen. Dat kan nadelige gevolgen hebben voor mensen met kans op een hoge bloeddruk, nierfalen of diabetes.

Het brein slijt
Ook het feit dat geur je niet kan waarschuwen kan gevaarlijke situaties opleveren. Uit eerdergenoemd onderzoek bleek dat een op de tien mensen de geur van rook niet kan herkennen. De geur van gas werd door 15% van de ondervraagden niet geïdentificeerd. Ook hierbij nemen de percentages toe naarmate men ouder wordt.

‘’Met de leeftijd verslechtert onze reukzin. In bepaalde mate gebeurt dat in onze neus, maar met name in ons brein gaat het achteruit’’, aldus Dr. Davangere Devanand van Columbia University, een expert op het gebied van neurodegenerative ziektes en reukverlies. ‘’De hoofdoorzaak ligt in het feit dat de gebieden in onze hersenen waar reuk en herinneringen liggen, beschadigd raken wanneer we ouder worden’’, stelt hij.

Mysterieus zintuig
Toch kunnen reukstoornissen ook wijzen op andere oorzaken dan slechts veroudering. In sommige gevallen kan het wijzen op voorstadia van Parkinson, Alzheimer of MS. Devanand doet momenteel onderzoek naar de relatie tussen reukstoornissen en Alzheimer.
De reukzin is misschien wel ons meest mysterieuze zintuig, volgens Beauchamp. ‘’We weten aardig wat van reukverlies en zijn goed in staat de diagnose te stellen. Maar voor de meeste gevallen zijn er nog geen betrouwbare behandelingen. Sommige studies stellen dat geurtraining kan helpen bij het onderscheiden en identificeren van geuren. Het zou de aanmaak van nieuwe receptoren kunnen stimuleren’’, legt hij uit, ‘’Maar er wordt nog steeds onderzocht of het wel werkt en op welke manier’’, besluit hij.

Deze zomer verschenen de resultaten van het National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES), een groot landelijk onderzoek naar gezondheid en voeding in de VS. Het onderzoek werd in opdracht van het Amerikaanse instituut voor gezondheidsstatistiek (CDC). De belangrijkste uitkomsten met betrekking tot reukstoornissen, vindt u hier.
In totaal namen 1281 personen deel aan het onderzoek. Alle deelnemers waren ouder dan 40 en kregen acht meerkeuzevragen waarbij geurmonsters zijn ingezet. De uitslag van het onderzoek wordt in drie categorieën verdeeld.
• Wie 6-8 geuren juist identificeert, valt in de categorie normosmie en heeft dus een normaal reukvermogen.
• Wie 4-5 vragen juist beantwoordt heeft waarschijnlijk een reukstoornis of hyposmie (verminderde reuk).
• Bij een score van 0-3 duidt de uitslag op anosmie of zware hyposmie.
12,4% van de deelnemers bleek een reukstoornis te hebben. Dat zou betekenen dat statistisch gezien 13,3 miljoen inwoners van VS een verminderd reukvermogen hebben. Onder hen is 55% man en 45% vrouw.
Binnen deze groep heeft 3,2% anosmie. Dat zou wijzen op 3,4 miljoen Amerikanen die niets ruiken, waarvan 74% man en 26% vrouw.

Leven zonder geur in beeld

De afwezigheid van iets wat je niet kan zien, vastleggen op beeld is niet gemakkelijk. Fotografe Dorien Scheltens werkt al sinds 2014 met het thema ‘Anosmie’. Zo presenteerde ze haar fotoserie ‘Neutral’ eerder dit jaar bij Mediamatic Odorama in Amsterdam en portretteerde zij alle geïnterviewden voor het nieuwe magazine van onze vereniging dat in september wordt gelanceerd.

Reukloosheid is geen alledaags onderwerp, hoe ben je ermee in aanraking gekomen?
‘Een goede vriendin van me kan al haar hele leven niet ruiken, en ik vond het interessant om haar daarover te horen vertellen. Geur is zoiets vanzelfsprekends: ook al weet ik dat ze niet kan ruiken, ik maak soms alsnog gedachteloos opmerkingen over hoe het ruikt. Toen ik voor mijn studie fotografie aan de Willem de Kooning Academie een onderwerp zocht voor mijn persoonlijk project, kwam ik al snel op reukverlies.’

Hoe ging je te werk?
‘In eerste instantie wilde ik proberen geur te visualiseren. Maar geur is natuurlijk onzichtbaar, dus dat lukte me alleen wanneer ik bijvoorbeeld met bloemen zou werken en dat was niet wat ik zocht. Anosmie, de afwezigheid van geur, was interessanter. Dat bleek echter nog moeilijker in beeld te brengen. Daarom besloot ik om veel met tekst te werken. Ik heb me uiteindelijk toegespitst op identificatie en intimiteit, wat ik de kern van reukverlies vind. Zo kun je een geliefde herkennen aan zijn geur en een kleurloze vloeistof is haast niet te identificeren wanneer je er niet aan kan ruiken.

Ik interviewde onder anderen vier mensen die niet konden ruiken. Hun uitspraken combineerde ik met het beeld dat ik maakte toen ik bij hen was. Ook maakte ik gebruik van wetenschappelijke feiten over de reukzin, die ik dan bijvoorbeeld combineerde met foto’s van geuren die je in de ochtend tegenkomt, zoals koffie of de lichaamsgeur van mensen die net ontwaken.

Je vertelt dat je ook in de huizen van de mensen die je spreekt fotografeert, waarom?
‘Thuis staat het dichtst bij je. Het is ingrijpend wanneer je je eigen huis en de geliefden met wie je er woont niet meer kunt ruiken. Toen ik aan het project begon, legde ik net als veel andere mensen de focus op eten, de beperkte smaakbeleving. Maar gaandeweg het project kwam ik er achter dat anosmie veel meer is dan niet kunnen ruiken of de melk zuur is. Natuurlijk is smaak belangrijk, maar geur heeft een veel diepere emotionele lading. Ik vind het belangrijk om die achtergrond van mensen te kennen voordat ik ze fotografeer. Ik geloof dat het beeld daardoor sterker wordt.

Wat maakt dat dit onderwerp je zo blijft fascineren?
‘Het is een medische aandoening, maar met heel emotionele facetten. Het roept veel emoties en herinneringen op, dat maakt het zo veelzijdig en interessant.’

Geur en herinneringen: de wetenschap aan het woord

Dr. Jasper de Groot is post-doctoraal researcher bij de afdeling Sociale-, gezondheids- en organisatiepsychologie van de Universiteit van Utrecht. Hij onderzoekt de relatie tussen geuren en emoties.

‘Het vermogen om te ruiken? … Ik heb er nooit over nagedacht. Normaal gesproken denk je er niet over na. Maar toen ik het kwijtraakte … verloor het leven een flink deel van haar kleur; men realiseert zich vaak niet hoeveel “kleur” wordt bepaald door reuk. Je ruikt mensen, je ruikt boeken, je ruikt de stad, je ruikt de lente. Misschien ben je je er niet van bewust, maar reuk vormt een rijke, onbewuste achtergrond van al het andere.’
• Vrij vertaald uit ‘De man die zijn vrouw voor een hoed hield’ (Sacks, 1985)

Bovenstaande uitspraak, stammend uit een beroemd neurologieboek, lijkt misschien nog wel het meest treffend onder woorden te brengen welke gevoelens er in veel anosmiepatiënten kunnen omgaan. Hoewel de invloed van een geur vaak moeilijk onder woorden te brengen is, doet dit niets af aan het feit dat het reukvermogen een intieme relatie heeft met emoties en herinneringen. Het gevolg is dat geuren diepe, emotionele herinneringen kunnen oproepen:

‘Niets is meer memorabel dan een geur. Eén geur kan … jeugdherinneringen oproepen van een zomervakantie aan een bergmeer. … Het effect van een geur kan lijken op de explosie van een landmijn die in ons geheugen verstopt ligt, onder een jarenlang groeiend deken van mos. Wanneer je ongezien op een dergelijke mijn stapt, kunnen diepe herinneringen plotseling de oppervlakte bereiken.’
• Vrij vertaald uit ‘Een natuurlijke geschiedenis van de zintuigen’ (Ackerman, 1990)

Moeilijk te bevatten
Wat reukvermogen, gevoelens en sommige herinneringen met elkaar gemeen hebben, is dat ze vaak moeilijk te bevatten zijn. Het zijn namelijk evolutionair gezien de relatief oudere structuren in ons brein die geuren en emoties verwerken. De hersenen zitten zo in elkaar dat er krachtige en korte verbindingen gevormd kunnen worden tussen een geur en een emotie. Anders dan bij sommige andere zintuigen, kunnen deze herinnering de tijd vaak goed doorstaan. Dit kan verklaard worden door de relatief sterke associaties (dat wil zeggen: verbindingen) die kunnen ontstaan tussen geuren, emoties en herinneringen.

De dichter en schrijver Edgar Allan Poe wist in de 19e eeuw al te benoemen dat ‘geuren een opzienbarende kracht hebben door ons te beïnvloeden door associatie’. Soms is zo’n associatie slechts betekenisvol voor één of een paar personen, bijvoorbeeld de specifieke aftershave die grootvader altijd droeg. Het na jaren opnieuw ruiken van deze aftershave kan je jaren terugplaatsen in de tijd. Niet alleen maskerende geuren zoals aftershave kunnen geassocieerd worden met personen, maar natuurlijk ook de lichaamsgeur die zij zelf produceren. Onderzoek heeft namelijk uitgewezen dat personen verschillen in de lichaamsgeur die ze produceren, zodat je personen aan hun lichaamsgeur zou kunnen herkennen (dit geldt ook voor bijvoorbeeld leeftijd). Deze geur zou je vervolgens kunnen associëren met de gevoelens die je voor deze persoon hebt.

Geur van koffie
Associaties met geuren zijn echter niet puur ‘individueel’ (idiosyncratisch) van aard. Wat ook bijzonder is, is dat meerdere personen eenzelfde soort emotionele associatie kunnen hebben met een geur. Neem de complexe geur van koffie, een oppeppende drank die vaak wordt genuttigd in een sociale omgeving. De geur van koffie op zich kan voor meerdere mensen al een belonend, plezierig gevoel veroorzaken.
Als we het vervolgens hebben over de lichaamsgeur die wij zelf produceren, wijzen meerdere wetenschappelijke onderzoeken uit dat voornamelijk vrouwen beïnvloed kunnen worden door de emotie van een transpirerend persoon. Onderzoek heeft uitgewezen dat vrouwen over het algemeen een beter reukvermogen hebben en gevoeliger zijn voor emotionele signalen.

In ons onderzoek werd één groep proefpersonen schrik aangejaagd (of gewoon in een warme ruimte geplaatst). De proefpersonen droegen absorberende verbanden onder hun oksels om hun lichaamsgeur geur op te nemen. Vervolgens werd een nieuwe groep onwetende participanten aan de lichaamsgeuren ‘angst’ en ‘neutraal’ blootgesteld, terwijl zij een computertaak uitvoerden. Daarnaast werd (onder andere) de activiteit van hun gezichtsspieren gemeten. Participanten die werden blootgesteld aan angstzweet, namen – zonder zich daarvan bewust te zijn – een angstige gezichtsuitdrukking aan. Ook gingen ze iets oppervlakkiger ademen en werden ze alerter.

Wij denken dat deze effecten voornamelijk te verklaren zijn door de door mensen ontwikkelde associaties met geuren. Of het ooit bewust geroken is of niet: de geurmoleculen in angstzweet zijn waarschijnlijk gekoppeld aan eerdere ervaringen, zoals een klaslokaal waarin zenuwachtige, onvoorbereide mensen een presentatie moesten geven. Opnieuw ruiken van deze – of slechts een paar – van deze geurmoleculen, zou dan genoeg kunnen zijn om zo’n herinnering weer op te halen.

‘Evolutionair restje’
Wat ook hoogstwaarschijnlijk evolutionair gezien bewaard gebleven is, is het vermogen om snel een verband te leggen tussen een geur en gevaar. Toen onze verre voorouders nog op een onveilige savanne leefden, was het waarschijnlijk een stuk belangrijker om aan soortgenoten door te geven dat er gevaar heerste. Geur is dan een handig communicatiemiddel, omdat geuren het vermogen hebben om over lange afstanden te verplaatsen. Een ander voordeel is dat geuren relatief lang kunnen blijven hangen. Een ‘boodschap’ kan zelfs overkomen bij een ‘ontvanger’ terwijl de ‘zender’ al lang vertrokken is. Ook al wordt de geschiedenis van de mens gekenmerkt door een steeds sterkere nadruk op het gezichtsvermogen en het gehoor: er blijft een ‘evolutionaire restje’. Namelijk dat geuren vrij snel een blijvende en sterke emotionele betekenis kunnen krijgen.

Gemis van geur opvangen
Aandacht en erkenning voor de sterke emotionele betekenis die geuren kunnen hebben, is belangrijk in het contact met mensen met anosmie. Daarbij kunnen we nog een onderscheid maken in patiënten met aangeboren anosmie of personen die hun reukvermogen gedurende hun leven (deels) hebben verloren. Mensen met aangeboren anosmie hebben geen emotionele associaties met geuren kunnen opdoen; dat is niet zo bij mensen die hun reukvermogen tijdens hun leven (deels) hebben verloren. Wat beide groepen natuurlijk samenbindt is de veelal sterk aanwezige neiging om het gemis van reuk op te vangen.
Geuren hebben niet alleen een effect op mensen door middel van associaties. Zo geven geuren, op basis van hun moleculen, van zichzelf smaak aan gerechten. Bovendien lijken sommige geuren voor bijna iedereen onplezierig ofwel plezierig te zijn (ook al verschillen onderzoekers hierover van mening). De functie hiervan wordt duidelijk bij het vermijden van bedorven producten en gevaarlijke gassen. Een geur is dan vaak een doorslaggevend beschermingsmechanisme voor het niet innemen/inademen van het product. Anderzijds kunnen plezierige fruitachtige geuren je doen besluiten om gezonde voedingsstoffen in te nemen.

Andere zintuigen
Ondanks dat geuren vaak goede signalen zijn of je iets moet vermijden of beter kunt innemen, kunnen onze andere zintuigen deze functie voldoende overnemen. We kunnen vaak zien wanneer vlees of fruit bedorven is. Voor gevaarlijke gassen kunnen we melders inschakelen en we weten vaak uit ervaring (of door anderen in onze omgeving) of voedselproducten een ‘gezonde kleur’ hebben.
Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de emotionele aspecten van een geur makkelijk overgenomen kunnen worden door andere zintuigen. De snelle verbindingen tussen geuren, emoties en herinneringen zijn minder van toepassing op onze andere zintuigen. Niettemin ervaren mensen vaak dat andere zintuigen gevoeliger worden, op het moment dat één (of meerdere) zintuigen niet meer volledig functioneren. De intensere belevingservaring via de andere zintuigen zou dan bij het vormen van nieuwe emotie-gerelateerde associaties de soms diepe emotionele associaties met geur deels kunnen vervangen.

Reuk geeft kleur en reliëf
Het reukvermogen is een zintuig dat niet altijd op de juiste waarde is geschat door wetenschappers, artsen en psychologen. In de wetenschappelijke wereld is een lichte kentering zichtbaar in dit patroon. Langzaamaan komt er meer erkenning voor het reukvermogen als belangrijk orgaan. Het ontbreken hiervan kan belangrijke niet te negeren sociale en emotionele gevolgen hebben. Natuurlijk kunnen onze ogen, oren en tastzin een groot deel van het karwei overnemen. Echter, als de zintuiglijke wereld een schilderij zou zijn, zou het reukvermogen de rijke, diepe achtergrondkleur zijn. Reuk geeft kleur en reliëf. Veelal onttrokken aan het oog, maar daardoor niet minder belangrijk. Het reukvermogen verdient erkenning als betekenisvol zintuig. •
A sniff of happiness – een vleugje geluk
Het was al bekend dat mensen de angst van een andere persoon kunnen ruiken. Nieuw onderzoek laat echter zien dat niet alleen negatieve emoties, maar ook positieve emoties zoals geluk kunnen worden overgebracht van een ‘zender’ naar een ‘ontvanger’ via geur. Uit een experiment bleek dat proefpersonen die de lichaamsgeur van gelukkige participanten roken (versus angstige en neutrale lichaamsgeuren), onbewust een oprecht blije gezichtsuitdrukking aannamen (versus angstige en neutrale gezichtsuitdrukkingen). Deze gezichtsuitdrukking werd gemeten door middel van elektroden. De reactie van participanten is mogelijk afhankelijk van geleerde associaties met de geur. Ongeacht het proces is aangetoond dat ook sterke positieve emoties via geur ‘communicabel’ zijn.
Dr. Jasper de Groot publiceerde in 2015 samen met collega’s van UU het onderzoeksrapport ‘A sniff of happiness’

Boon in de ban van bonen

Door Susanne de Bruin

Eind vorig jaar bracht Joke Boon haar tweede kookboek uit: ‘Bonen!’. Een boek bomvol recepten met bonen, peulvruchten, erwten en linzen. Met haar veelzijdige recepten wil Joke haar lezers laten zien dat je met gemak elke dag peulvruchten zou kunnen eten.

Boon heeft anosmie. Op vierjarige leeftijd verloor zij haar reukzin nadat zij aan haar amandelen geopereerd werd. Ze proeft zelf enkel tongsmaken, maar weet desondanks heerlijke gerechten te bedenken en bereiden voor zowel lekkerbekken met een beperkte smaakbeleving als voor smulpapen zonder reuk- of smaakstoornis.
Voor ze aan haar boek begon, blogde ze een jaar lang over bonen. Ze probeerde en elke dag een ander recept met bonen uit en schreef daarover.

Op gevoel
‘Het werd een geweldige, culinaire reis’, aldus de bevlogen kookboekenschrijfster. ‘Elke morgen werd ik in alle vroegte wakker met een recept in mijn hoofd. Voor ik aan de slag ging, schreef ik het hele recept alvast uit. Tijdens het bereiden bepaalde ik dan de hoeveelheden. Dat doe ik altijd op gevoel, of intuïtie. Ik kook natuurlijk al jaren met passie en lees daarnaast extreem veel kookboeken. Daardoor kan ik nu meestal wel inschatten hoeveel kaneel of kardemom er in een gerecht past. Ik luister altijd naar mijn gevoel.’
Aangezien ze zelf weinig proeft, schotelt ze haar nieuwste gerechten met liefde voor aan haar gezin, vrienden of zelfs een pakketbezorger. ‘Ik proef via de smaakpappillen van anderen. Als ik zie dat iemand gerechten lekker vindt, kan ik er ook enorm van genieten.’ Voor mij zelf is het belangrijk dat eten lekker voelt, een prettige mondbeleving. Bonen hebben een prettige structuur en een goede keelsmaak. Bovendien voel ik me er echt verzadig door. Daarnaast vind ik het belangrijk dat gerechten er aantrekkelijk uitzien, het liefst met veel kleur’, licht Boon toe.
Zelfs zoetigheid
Haar culinaire reis heeft geresulteerd in 144 recepten met peulvruchten. ‘Alle recepten zijn me even lief. Ik vond het geweldig om mensen die op voorhand stelden niet van bonen te houden, over de streep te trekken. Je kunt met peulvruchten zoveel meer maken dan soep of salades. In “Bonen!” staan zelfs recepten voor bonbons en truffels.’
Na haar jaar vol nieuwe bonenrecepten, maakte Boon alle recepten nog een keer. Waar nodig herschreef ze sommige recepten en al haar vers bereidde gerechten moesten natuurlijk ook mooi op de foto voor in het boek. ‘Tijdens het schrijven verbouwde een goede vriendin heel veel soorten peulvruchten in haar moestuin voor me. Daarnaast ben ik langs allerlei telers boeren gegaan. Zo belandde ik een keer bij boeren in Noord-Holland die nog grauwe erwten telen. Een soort kikkererwten maar in de overtreffende trap, zo lekker! Er ging een wereld voor me open die ik nog helemaal niet kende.’ Tijdens haar bezoekjes was Boon zelf ook niet te beroerd de handen uit de mouwen te steken. ‘Bij sommige telers heb ik geholpen met oogsten. Dat was echt zwaar werk, ik heb veel bewondering en respect voor boeren en telers.’
In plaats van plofkip
Het is niet geheel toevallig dat “Bonen!” eind 2015 in de boekhandels verscheen. 2016 is namelijk door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het internationaal bonenjaar. ‘Bonen, of peulvruchten, zijn niet alleen ontzettend lekker en voedzaam, het zijn ook geweldige vleesvervangers. En als we in de toekomst de hele wereldbevolking willen blijven voeden, zullen alternatieven voor vlees steeds vaker moeten worden ingezet. Het lijkt mij een goede zaak als we in plaats van plofkip steeds vaker bonen of andere vleesvervangers eten. Zo wordt vlees vanzelf weer bijzonder, en ontstaat er een win-winsituatie’, besluit Boon.

Recept Linzentruffels
Voor plusminus 20-25 stuks afhankelijk van het formaat dat je maakt
50 gram amandelschaafsel
150 gram gare bruine linzen (zelf gekookt zonder zout) – daarvoor heb je plusminus 65 gram rauwe linzen nodig
50 ml honing
35 gram roomboter
1 flinke tl gemberpoeder
2 el Tia Maria of Cointreau
125 gram extra pure chocolade 76%
6 el cacaopoeder
Rooster de amandelen in een droge koeken-pan goudbruin en krokant. Let op: dit gaat snel. Maal de amandelen in de keukenmachine fijn. Doe de linzen, de honing, de roomboter, het gemberpoeder en de Tia Maria/Cointreau erbij. Draai tot een samenhangend geheel dat qua structuur lijkt op pindakaas.
Breek de chocolade in stukjes in een kom en verwarm in de magnetron op vol vermogen gedurende een minuut. Laat even staan en roer door tot het vloeibaar is en voeg dit bij het linzen-amandel mengsel. Roer goed door en laat het mengsel opstijven in de koelkast  of op een koele plaats, gedurende minimaal een uur.
Doe het cacaopoeder in een diep bord. Rol van het linzenchocolade mengsel kleine balletjes en rol die door het cacaopoeder. Leg ze op een gezellig schaaltje en stop de laatste alvast in je mond.

Let’s talk smell and taste

Symposium van de Engelse organisatie voor reuk- en smaakstoornissen Fifth Sense
Het tweedaagse symposium van Fifth Sense vond plaats op de Universiteit van Sussex in de plaats Guildford. Voorzitter en oprichter Duncan Boak en zijn team van vrijwilligers hadden weer een bijzonder interessant en gevarieerd programma opgesteld. Het thema: praten over reuk en smaak. Onze voorzitter Kirsten Jaarsma doet verslag.
Het is al de derde keer dat onze vereniging deelneemt aan het Fifth Sense symposium en dus worden we warm ontvangen door Duncan Boak en zijn enthousiaste team van vrijwilligers. We maken kennis met de verschillende kno-artsen en wetenschappers die deelnemen aan het symposium.
Het zaterdagprogramma staat in het teken van presentaties over reuk en smaak.
Mensen hebben een gemiddelde reukzin
Wist u dat olifanten 1948 reukreceptoren hebben en daarmee de beste ruikers zijn onder de zoogdieren? Mensen hebben er ‘slechts’ 396 en daarmee zijn wij een middenmoter met zo ongeveer de hele kinderboerderij populatie boven ons. Opvallend is dat een orang-oetan ‘maar’ 298 receptoren heeft.
Met deze wetenswaardigheden opent Dr. Darren Logan van het Monell Chemical Senses Centre in Philadelphia zijn presentatie. Buiten onze zintuigen reuk en smaak heeft ons lichaam ook sensoren in de maag en darmen die voedingswaarden kunnen ‘scannen’. Bovendien kunnen onze slijmvliezen irritante stoffen detecteren. Daarom gaan onze ogen tranen als we uien snijden.
Elke reukreceptor heeft een unieke detectiefunctie en pikt de passende aromamoleculen op die via de mond (retronasale reuk) of via de neus binnenkomen. Die signalen worden doorgegeven aan het reukcentrum (bulbus olactorius), waarna het signaal naar wel vijf verschillende delen van de hersenen gaat. Dat alles resulteert in onze geurervaring.
Darren Logan legt uit waar het mis kan gaan in het reukproces:
• Bij het detecteren wanneer bijvoorbeeld de reukreceptoren geblokkeerd of beschadigd zijn.
• Bij het ‘sorteren’ van de geurmoleculen in het sorteercentrum bulbus olfactorius dat zich net boven het zeefbot in de hersenholte bevindt. De bulbus olfactorius heeft slechts de grootte van een M&M, maar is goed zichtbaar een mri-scan.
• Bij het transport van het signaal naar de verschillende delen van de hersenen. Hier kunnen ook storingen optreden. Daar aangekomen kan het ook nog misgaan bij de interpretatie van de signalen waardoor men de geur anders of vervormd ervaart.
Een heel boeiende uitleg van een voor veel mensen nog heel onbekend proces. Want zeg nou zelf: begrijpt u wat er misgaat met uw reukproces als er schade is door bijvoorbeeld een griepvirus?
Genetisch onderzoek naar aangeboren anosmie
Het Monell institute doet op dit moment onderzoek naar de mogelijke genetische oorzaken van reukstoornissen. Een boeiend project, waarbij wordt gezocht naar het gen dat mogelijk de oorzaak kan zijn van aangeboren anosmie. Ook mensen van buiten de Verenigde Staten waarbij anosmie voorkomt bij twee of meer familieleden mogen deelnemen aan het onderzoeksproject. Aanmelden kan bij Casey Trimmer van het Monell Institute via smellmonell@gmail.com.
Geurtraining
Vervolgens presenteert kno-arts Dr. Carl Philpott van de James Pagett reuk-/smaakkliniek een overzicht van oorzaken van reukstoornissen en behandeltrajecten. Hier komt ook de geurtraining aan bod, waarin het procedé dat ontwikkeld is door professor Hummel van de Universiteit van Dresden centraal staat. Fifth Sense heeft een geurtraining-set in ontwikkeling, maar er is inmiddels ook een geurstick-kwartet op de markt gebracht door de Duitse firma Burghart waarmee de reuk door dagelijkse training gestimuleerd wordt. Dr. Jon Silas van de universiteit van Roehampton doet onderzoek naar het inzetten van zogenoemde Electrial Brain Stimulation (EBS) om hersenen extra te activeren bij geurtraining. Volgens Silas zou de effectiviteit van geurtraining met een factor tien kunnen verbeteren.
Workshops
Het middagprogramma bestaat uit een aantal workshops waarbij deelnemers met elkaar in gesprek gaan over hun oorzaak-specifieke reukstoornis. Zo wordt Kirsten ingedeeld bij een groep met mensen die als gevolg van een hoofdletsel een reukstoornis opgelopen. In de persoonlijke verhalen die de deelnemers met elkaar delen, is veel herkenning over het leven zonder reuk.
Het zondagprogramma staat helemaal in het teken van workshops: het Fifth Sense team heeft weer een zeer gevarieerd programma samengesteld.
Geurwandeling
Eén van de leukste workshops is de workshop ‘Talking scents’ (praten over geuren) van Kate Mclean. Deelnemers worden uitgedaagd hun geur-herinneringen uit te beelden in kleur; met potlood of verf. Zo schetsen de deelnemers een kleurige geurassociatie van een stad na een regenbui; lavendel in de tuin of een grasveld. Kirsten maakt een kleurcompositie van haar herinnering aan een strandbezoek, waar een geurenpalet van zonnecrème, zout van de zee en een briesje op het strand wordt weergegeven. Deze geurassociatietraining prikkelt in ieder geval het geurgeheugen van de deelnemers. De deelnemers worden ook meegenomen op een ‘smell-walk’: een zogenaamde geur wandeltocht. Dit leek in eerste instantie een vreemde exercitie voor mensen die niet kunnen ruiken, maar door middel van geurassociaties (je ziet iets en probeert de herinnering aan de geur op te halen), is het een heel bijzondere wandeling. Herfstbladeren, mos, een kopje koude koffie achtergelaten op een terras, een kruidentuin…Het wordt een hele geanimeerde wandeling waar veel ervaringen worden uitgewisseld. De deelnemers zijn – ondanks hun handicap – heel enthousiast.
Reukstoornis en eten
Het is algemeen bekend dat een reukstoornis grote impact heeft op de smaakbeleving. Fifth Sense organiseert ook een workshop waar de deelnemers hun ervaringen op het gebied van eten en koken kunnen delen. Ook hier wordt het weer duidelijk dat eten en drinken voor veel mensen – na het krijgen van een reukstoornis – een moeizaam proces van vallen en opstaan is. Aan welke ingrediënten/gerechten beleef je nog plezier en hoe maak je eten weer leuk? Kirsten vertelt de deelnemers over het project van het Ikazia Ziekenhuis, waar de koks werken met smaaksturing zodat mensen – die tijdelijk hun reuk of smaak verliezen – toch kunnen genieten van een smakelijke maaltijd.
De deelnemers aan deze workshop concluderen dat iemand die met een reukstoornis te maken krijgt ongeveer 1,5 jaar tijd nodig heeft om zijn of haar weg weer te vinden op het gebied van smaakbeleving. Informatie over eten met een beperkte smaak vinden ze belangrijk. Zo kunnen diëtisten een rol spelen bij de begeleiding.
Voorzitter Kirsten Jaarsma – die vergezeld werd door Elbrich Postma van het reuk-/smaakcentrum in Ede – kijkt terug op een leerzaam weekend. De ontwikkelingen op wetenschappelijk gebied zijn hoopgevend: reuk- en smaakstoornissen komen steeds meer in de belangstelling van medici en wetenschappers te staan. Jammer genoeg organiseert Fifth Sense in 2016 helaas geen seminar. Zij gaan meer tijd besteden aan deelname aan symposia in het Verenigd Koninkrijk, zodat het belang van reuk wijder verspreid wordt. Bovendien heeft Fifth Sense een samenwerkingsverband opgestart met het reuk en smaak centrum van de Universiteit van Florida waar in februari 2017 gezamenlijk het smelltaste 2017 seminar georganiseerd wordt.
De Engelstalige landen lijken voorop te lopen op dit gebied. Het deelnemen aan symposia zoals Fifth Sense organiseert, vergroot natuurlijk ook onze kennis. En die kennis delen wij heel graag met onze leden. Bijvoorbeeld op onze vriendendagen, waarvoor we tijdens dit seminar ontzettend veel inspiratie hebben opgedaan. Wij hopen onze leden ook dit jaar te inspireren! •
Hoe om te gaan met de ruikende wereld?
Herkenbaar voor veel mensen met een reukstoornis: hoe reageer je op de dame die in een parfumerie probeert om je een parfum te verkopen? Op het antwoord: “Ik kan niks ruiken”, is vaak de ervaring dat mensen óf doorgaan met hun verkoopverhaal óf een grappige opmerking maken.
Tijdens de workshop van Fifth Sense wordt duidelijk hoe pijnlijk zulke gesprekken kunnen zijn. Eén van de deelnemers met anosmie vertelt dat zij – net bevallen van haar kindje – moest huilen toen een vriendin op kraambezoek uitgebreid vertelde hoe heerlijk het baby’tje rook. Verhalen over mensen die het verlies van reuk bagatelliseren of er een grapje over maken worden uitgewisseld. Maar kunnen we het de ruikende wereld kwalijk nemen dat men zo reageert?
In de gesprekken onder leiding van Dr. Kelly Benneworth, docent sociologie aan de Universiteit van Kent, wordt duidelijk dat het niet makkelijk is voor mensen met een reukstoornis om uit te leggen wat de impact van een reukstoornis is. Dit heeft vooral te maken met het feit dat reuk een onzichtbaar zintuig is en ten opzichte van zien en horen als een ‘lager’ zintuig beschouwd wordt in onze cultuur. Het is dan ook voor de ‘ruikende’ wereld moeilijk te bevatten wat het is om niet te kunnen ruiken. Ook de omgeving van mensen die reukproblemen hebben vindt het lastig om geuren te omschrijven. Gewoonweg omdat onze vocabulaire weinig nuances heeft om geuren te kunnen uitdrukken. Iets ruikt ‘lekker’ of iets ‘stinkt’.
Dr. Benneworth concludeert dat het feit dat reuk als zintuig een ondergeschikte rol speelt in onze cultuur ten grondslag ligt aan het ‘onbegrip’ in de ruikende wereld. De dame in de parfumerie bedoelt het dus niet kwaad, alleen zij beseft niet welke impact het niet kunnen ruiken heeft.
De taak voor organisaties zoals de Anosmievereniging of Fifth Sense is niet alleen de impact van reukstoornissen zichtbaar te maken, maar bovendien het zintuig reuk een groter podium te geven.

Kate Mclean Smellmaps
Kate Mclean is een kunstenaar en ontwerper. Zij maakt zogenaamde ‘smellmaps’ van steden. Haar filosofie is dat steden een heel specifiek geurenpalet hebben: uitlaatgassen, vuilnis, de geur van een kroeg of restaurant, maar ook geurige parken, bloemen, barbecue. Zij ontwikkelde een speciaal geurenwiel, waarin deze stadse geuren ingedeeld zijn.
Tijdens wandelingen door steden markeren deelnemers de locatie waar ze zo’n ‘stadse geur’ waarnemen. Deze worden gemarkeerd op een plattegrond van de stad. Vervolgens maakt Kate Mclean hier een mooi grafisch ontwerp van.
In 2013 maakte Kate op verzoek van de burgemeester van Amsterdam een plattegrond van echte Amsterdamse geuren. De kanalen, de geur van wafels, bloemen, natte bladeren, haring, koffie, rook, vocht en oude boeken/geur van nat papier. (Bekijk de film)
Het project werd gemaakt met de Olfactive Design Studio van IFF in Hilversum.

Sterren-masterclass koken: spelen met smaken en structuren

Het is 23 november half vijf, wanneer de eerste deelnemers van de kookworkshop proosten met een glaasje prosecco. Ze zijn uitgenodigd door de vereniging om hen te bedanken voor hun bijdrage aan de radiodocumentaire ‘Geursporen’ of deelname aan de interviewserie ‘Ervaringsdeskundigen’. Al die genodigden mogen ook een introducee meenemen. Dit levert een enthousiast en gevarieerd gezelschap op van 32 deelnemers.

verslag: Susanne de Bruin
fotografie: Dorien Scheltens
De kookworkshop – tijdens de avond ook wel ‘sterren-masterclass’ genoemd, wordt gegeven door niemand minder dan Jos Grootscholten in de Kookfabriek te Rotterdam. Grootscholten is patron-cuisinier van restaurant Het Perceel in Capelle aan den IJssel. Hij opende het restaurant in 2010 met zijn partner Sharon Tettero. In 2013 kreeg Grootscholten niet alleen een Michelinster, maar riep de Gault Millaugids hem ook uit tot culinaire belofte van het jaar.

De instructies
Op de zes kookeilanden staan alle ingrediënten al voor de deelnemers uitgestald. Enthousiast lopen ze er op af, maar eerst moet iedereen goed opletten bij de instructie van Grootscholten. Na een middag overleggen met voorzitter Kirsten Jaarsma, heeft de sterrenkok een menu samengesteld waarin de smaakbeleving van mensen met een geur- of smaakstoornis centraal staat.

Hij begint zijn instructie bij het begin, met een amuse die de smaakpapillen direct op scherp zet. In een uitgeholde biet serveert hij bietensap met mierikswortel, appel en koolrabi. Bovendien zorgen de ingelegde mosterdzaadjes voor extra smaak en structuur.
Logischerwijs volgt de uitleg van het voorgerecht: risotto ‘aquarello’ met pittige pompoen, ingelegde groenten, pinda’s én blauwe kaas. Ook in dit gerecht is duidelijk merkbaar hoe er met smaken en structuren wordt gespeeld. Om de pompoencrème pittig te maken, wordt er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van rode curry. De ingelegde rettich zorgt voor een frisse bite, afgewisseld door de knapperige pinda’s en zoute kaas. Stap voor stap legt Grootscholten niet alleen uit hoe de gerechten bereid dienen te worden, maar ook waarom hij nou juist voor deze ingrediënten kiest. In het geval van de bavette bijvoorbeeld – het hoofdgerecht geserveerd met zwarte knoflook, granaatappel, gepofte granen en geprakte aardappel – gaat het Grootscholten om de grove structuur van het vlees. ‘De bavette heeft grove, lange draden en is heerlijk mals’, licht hij toe. Ook de grove structuur van geprakte, in plaats van gepureerde, aardappel is een weloverwogen keuze met de smaakbeleving van de deelnemers in het achterhoofd Tot slot is er natuurlijk een dessert. Een veelzijdig toetje waarin mango op allerlei manieren bereid wordt. Mango meringue, mango pannacotta, mango chutney, mango schijfjes en mango ijs. Dit alles bestrooid met gekarameliseerde pistachenootjes.

Zelf kokerellen
Na de instructie is het tijd om zelf aan de slag te gaan. Hoewel de uitleg helder is, slaat bij veel deelnemers al snel de twijfel toe. ‘Hoe moest dit nu ook alweer?’ en ‘Waar kunnen nu het best als eerste mee beginnen?’ galmt het door de Kookfabriek. Gelukkig schiet het team van Grootscholten, bestaande uit drie jonge en ambitieuze koks, de deelnemers al gauw te hulp. De sfeer is gemoedelijk. Tussen het snijden, hakken, malen, bakken en braden door worden al snel ervaringen en tips uitgewisseld. Maar er wordt ook veel gelachen en stiekem geproefd. Bovendien zit er ook een competitieve factor in deze masterclass; het winnende team gaat naar huis met de échte sloven van restaurant Het Perceel. Natuurlijk wordt daar fanatiek om gestreden. Alle gerechten worden zover bereid, dat er tussen de gangen door in een handomdraai een prachtig bord met een heerlijke maaltijd op tafel komt te staan. Het meest bijzondere bord is toch wel het bord vol bietjes dat wel erg dicht bij de natuur blijft. Het team van Grootscholten zet ze gezamenlijk op een bord vol aarde. Niet voor niets, want met je ogen “proeven” is voor veel mensen met een smaak- en reukstoornis heel belangrijk. Deelnemers van de workshop reageren dan ook enthousiast: Wat ziet het er ontzettend leuk uit zo!’, vindt Leonie Plaizier. ‘Het zorgt echt voor extra beleving’, vult Janny Meesters aan.
Ook het voorgerecht valt in de smaak. ‘Het was lekker, maar ik vond de pinda’s wel wat overheersend. Die heb ik er af gehaald’, bekent Lidy Broekmans, ‘De bavette bij het hoofdgerecht vond ik erg goed gekozen, en de geprakte aardappel was ook een succes’, vervolgt ze.
‘Het toetje was goed, maar misschien waren alleen de chutney, schijfjes en het ijs genoeg geweest’, mijmert Leonie, want de pannacotta was erg glad en de meringue heel zoet’, licht ze toe. ‘Ik zou voor meer verschillende smaken gaan’, oppert Janny, ‘Pure chocolade-ijs was hier ook lekker bij geweest denk ik.’
Goed proeven
De introducees zonder reuk- of smaakstoornis krijgen tijdens het eten de kans om eens zonder reukzin te proeven. Er is gezorgd voor neusclips, om zo een indruk te geven van smaakbeleving zonder geur. Veel introducees zijn verrast door deze ervaring en vinden het leuk dat ze zich nu enigszins een voorstelling kunnen maken van hoe iemand zonder reukzin proeft.
Wie dacht dat de avond na het dessert zou eindigen, heeft het mis. Na de uitreiking van de sloven aan het winnende team, volgt een wijn- en kaasproeverij. Veel deelnemers zijn verrast door de bijzondere combinaties van wijn en kaas die sommelier én fromager Maarten Koek hen voorschotelt. Zo zijn veel deelnemers enthousiast over de Nero Imperial, een bijzondere kaas van rauwe koemelk die in as gewassen is. De buitenkant is dan ook zwart. Ook de rode sake die een ronde later wordt geserveerd valt in de smaak. Mede dankzij zijn combinatie van die sake met een overjarige kaas uit Streefkerk, werd Koek vorig jaar uitgeroepen tot beste fromager van Nederland door de restaurantgids Gault Millau. De laatste kaas waarmee hij afsluit is erg sterk. ‘Deze Cabrales picos is als een flinke klap voor je kanis’, grapt de Rotterdamse sommelier tot slot.

Leuke uitdaging
Grootscholten kijkt aan het einde van de avond met een goed gevoel terug op de workshop. ‘Ik ben heel blij met de enthousiaste reacties. Voor mij is het een heel leuke uitdaging om het voor de deelnemers zo lekker mogelijk te maken.
Ik heb zelf ook vooraf met knijper op geproefd en uitgebreid met Kirsten overlegd. In dit menu hebben we geprobeerd om door middel van verschillende structuren, krokantjes en bijvoorbeeld de zoetzure ingelegde groenten een ultieme smaakbeleving te creëren.’ Ook souschef Bas de Vries is enthousiast: ‘Juist omdat ik zelf non-stop met smaak bezig ben, fascineert het me om met deze groep te koken. Heel interessant en inderdaad een leuke uitdaging’, besluit hij.

Nieuwere berichten