Tag: #wetenschap

Onderzoek ‘Neus tot brein’

In de zomer van 2017 werkte het Reuk- en smaakcentrum in Ede mee aan een Zweeds onderzoek over multisensorische integratie, het ‘Neus tot brein’-onderzoek. De focus voor dit onderzoek lag op mensen met aangeboren anosmie. In Nederland deden in totaal elf anosmiekers mee. Zij werden, samen met elf Nederlanders zonder reukstoornis met eenzelfde soort profiel, aan verschillende tests onderworpen. Zo kregen zij verschillende afbeeldingen te zien en geluiden te horen, terwijl er ondertussen scans van de hersenen werden gemaakt.

Door de hersenen van iemand met aangeboren anosmie te vergelijken met die van iemand zonder anosmie hopen de onderzoekers belangrijke informatie te verkrijgen die kan bijdragen aan onderzoek naar het beter begrijpen van reuk- en smaakstoornissen. Ook wordt er gekeken of mensen met aangeboren anosmie, doordat zij geen gebruik kunnen maken van het reukorgaan, andere zintuigen sterker of anders ontwikkelen dan mensen die wel kunnen ruiken.

In totaal zijn er in Nederland en Zweden 34 mensen met aangeboren anosmie getest, en hier tegenover 34 personen zonder reukstoornis. De resultaten zijn nog niet bekend, de Zweedse onderzoekers zijn nog volop bezig met het analyseren van de beelden van de scans. Afgelopen september werd de allereerste voorpublicatie over dit onderzoek gedaan. Hierin wordt onder andere bevestigd dat de hersenen van de anosmiekers er bij het olfactorisch gebied (het deel in je hersenen wat te maken heeft met het verwerken van geuren) anders uitzien dan die van de niet-anosmiekers. Dit is echter niet het geval bij de primaire reukcortex. Dit is het deel van de hersenen dat geuren identificeert. Dit betekent dat een leven lang niet kunnen ruiken niet noodzakelijkerwijs leidt tot veranderingen in de primaire reukcortex. Wat dit verder zou kunnen betekenen is nog niet duidelijk, maar het geeft wel hoop voor toekomstig onderzoek. Ook bevestigen deze bevindingen voorgaande onderzoeken.

Verdere onderzoeksresultaten van het ‘Neus tot brein’- onderzoek zijn nog niet bekend. Hoofdonderzoeker is het Karolinska institutet in Stockholm, Zweden. Wetenschappers Elbrich Postma en Sanne Boesveldt, werkzaam bij het Reuk- en smaakcentrum in Ede en de afdeling Humane Voeding van Wageningen University, volgen het onderzoek op de voet.

Fantosmie: 6,5 procent van de mensheid heeft het

Geuren ruiken die er eigenlijk niet zijn; een deel van onze leden wordt er elke dag mee geconfronteerd. Vanwege het feit dat het vooral vieze luchtjes zijn die worden waargenomen, wordt deze reukstoornis vaak als heel hinderlijk ervaren.

Niet gemerkt
Toch is er uit onderzoek gebleken dat een groot deel van de mensen die in mindere mate fantosmie hebben, het zelf niet in de gaten hebben. Dat hebben derzoekers van het Amerikaans National Institute on Deafness and Other Communication Disorders recent vastgesteld. Uit een test van 7000 personen komt naar voren dat zo’n 6,5 procent van de bevolking een vorm van fantosmie heeft. De meeste deelnemers aan het onderzoek hadden dat zelf echter niet door.  Slechts 11 procent van hen raadpleegde een arts over de niet-bestaande geuren.

Opvallend
Hoewel de onderzoekers geen duidelijke oorzaak konden vinden, kwam er uit het onderzoek wel naar voren dat een aanzienlijk deel van de mensen met fantosmie ooit hersenletsel heeft gehad. Ook viel het de onderzoekers op dat het over het algemeen meer jongeren dan ouderen waren die niet-bestaande geuren waarnemen.