Pagina 2 van 5

Secretaris gezocht!

Uitnodiging vriendendag 2018

Verbinding tussen geur en geheugen ontdekt

Neurobiologen aan de universiteit van Toronto hebben ontdekt welk mechanisme ervoor zorgt dat we met onze herinnering levendige zintuiglijke waarnemingen kunnen oproepen. Deze ontdekking zorgt ook voor meer duidelijkheid over hoe rijk aan zintuiglijke waarnemingen onze herinneringen worden opgeslagen in ons brein.

De onderzoekers gebruikten het reukzintuig als uitgangspunt en de resultaten die daaruit voortkwamen laten niet alleen zien hoe geuren worden gerepresenteerd in ons geheugen maar zouden ook kunnen verklaren waarom reukverlies in sommige gevallen een vroeg symptoom van Alzheimer is.

Wat Waar en Wanneer
‘’Onze resultaten laten voor het eerst zien hoe de geuren die we hebben waargenomen gedurende ons leven, kunnen worden herbeleefd door herinnering’’, verklaart Afif Aqrabawi, PhD kandidaat, ‘’Kortom, we hebben ontdekt hoe we in staat zijn om de geur van appeltaart uit oma’s keuken te herinneren’’, vervolgt hij.

Er is een sterke connectie tussen herinnering en het ruiken en herkennen van geuren. Aqrabawi onderzocht dit verband in muizen. Daaruit bleek dat informatie over de plaats en tijd wordt verwerkt in een deel van ons brein dat ook geuren verwerkt; de anterior olfactorische nucleus. Over dit gedeelte van ons reukzintuig is overigens maar weinig bekend.

Wanneer je die gegevens combineert, vormt zich een wat-wanneer- en waar-herinnering. Dit verklaart volgens de PhD-kandidaat waarom we vaak nog weten wat we op specifieke momenten roken. Denk hierbij aan de geur van een geliefde (wat) toen je hem of haar voor het eerste kuste (waar en wanneer).

Nieuwe verbinding
Dit maakte hem nieuwsgierig naar de functie van anterior olfactorische nucleus, waardoor hij samen met andere wetenschappers verder onderzoek wilde doen. Hij ontwierp een test waarbij gekeken werd naar de voorkeur van muizen om aan nieuwe geuren te ruiken.

‘’Ze blijven liever langer aan een nieuwe geur ruiken, dan aan een geur die ze al kennen’’, aldus Aqrabawi. ‘’Wanneer ze deze voorkeur verliezen, herinneren ze zich de geur niet meer ook al hebben ze het wel eerder geroken. Ze ruiken het dan alsof ze het voor het eerst ruiken.’’

Tijdens het onderzoek naar de anterior olfactorische nucleus kwamen de onderzoekers een tot dan toe onbekende verbinding tegen naar de hippocampus –een gebied in de hersenen dat essentieel is voor het geheugen. En daar ligt dan ook het verband met Alzheimer. Tijdens het onderzoek konden de onderzoekers het gebrek aan het herkennen van geuren vanuit geheugen -dat voorkomt bij mensen met Alzheimer- nabootsen bij muizen door de verbinding tussen het anterior olfactorische nucleus en de hippocampus te verstoren.

Hierdoor kunnen we nu begrijpen welke verbindingen in het brein voor geurgeheugen worden gebruikt. Deze route kan worden gebruikt voor verder onderzoek.

Vroeg ontdekken
Dat reukstoornissen -en in het bijzonder problemen met geurgeheugen- een vroeg symptoom van Alzheimer kunnen zijn, is al uit meerdere onderzoeken gebleken. Wanneer een patiënt niet meer in staat is geuren te herkennen, hangt dat in het geval van Alzheimer samen met het cognitieve welzijn en de fase van de ziekte.

Daarom worden er nu reuktesten gebruikt om de ziekte in een vroeg stadium te herkennen. ‘’Omdat het functioneren van de anterior olfactorische nucleus al in een vroege fase van de ziekte vermindert. Uit onze resultaten blijkt dat patiënten met name moeite hebben om het ‘wanneer’ en ‘waar’ bij geuren te herinneren’’, aldus Aqrabawi. Wanneer er door verder onderzoek nog meer bekend is over het anterior olfactorische nucleus kunnen er tests worden ontwikkeld die Alzheimer nog directer en effectiever opsporen.

 

Bron: Afif J. Aqrabawi, Jun Chul Kim. Hippocampal projections to the anterior olfactory nucleus differentially convey spatiotemporal information during episodic odour memory. Nature Communications, 2018; 9 (1) DOI: 10.1038/s41467-018-05131-6

Fantosmie: 6,5 procent van de mensheid heeft het

Geuren ruiken die er eigenlijk niet zijn; een deel van onze leden wordt er elke dag mee geconfronteerd. Vanwege het feit dat het vooral vieze luchtjes zijn die worden waargenomen, wordt deze reukstoornis vaak als heel hinderlijk ervaren.

Niet gemerkt
Toch is er uit onderzoek gebleken dat een groot deel van de mensen die in mindere mate fantosmie hebben, het zelf niet in de gaten hebben. Dat hebben derzoekers van het Amerikaans National Institute on Deafness and Other Communication Disorders recent vastgesteld. Uit een test van 7000 personen komt naar voren dat zo’n 6,5 procent van de bevolking een vorm van fantosmie heeft. De meeste deelnemers aan het onderzoek hadden dat zelf echter niet door.  Slechts 11 procent van hen raadpleegde een arts over de niet-bestaande geuren.

Opvallend
Hoewel de onderzoekers geen duidelijke oorzaak konden vinden, kwam er uit het onderzoek wel naar voren dat een aanzienlijk deel van de mensen met fantosmie ooit hersenletsel heeft gehad. Ook viel het de onderzoekers op dat het over het algemeen meer jongeren dan ouderen waren die niet-bestaande geuren waarnemen.

Neuzen: formaat hangt af van klimaat

Kleine wipneusjes, een ronde dopneus of een een grote gok. Geen neus is hetzelfde! We schrijven vaak over hoe ons reukorgaan werkt, maar nog niet eerder over hoe de neus eruitziet en waarom dat nu zo is? Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat klimaat onze neuzen gevormd heeft.

Zoek de verschillen
Zij annalyseerden de uiterlijke kenmerken die verschillen tussen bevolkingsgroepen uit West-Afrika, Zuid- en Oost-Azië en Noord-Europa. Ze richtten zich hierbij op de breedte van de neusgaten en de lengte van de neusrug. Ook de hoogte van de neus en oppervlakte van de neus en neusgaten werden bekeken. Naast die geografische verschillen legden ze data over de temperatuur en vochtigheid.

Warm en koud
De onderzoekers vonden een sterk verband tussen de breedte van de neusgaten met temperatuur en vochtigheid. Brede neuzen komen vaker voor in warme, vochtige klimaten. Mensen in gebieden met een koud en droog klimaat hebben vaker een smalle neus.

Naast ruiken heeft de neus natuurlijk ook andere taken. Bijvoorbeeld het opwarmen en bevochtigen van ingeademde lucht. Een smalle neus en smalle neusgaten verbeteren het contact tussen de lucht en het neusslijmvlies waardoor dat beter lukt. Dat was voordelig voor onze voorouders die leefden in koudere streken. Volgens de onderzoekers heeft dat gegeven ertoe geleid dat neuzen smaller zijn geworden in bevolkingsgroepen die verder weg van de evenaar leven.

Partnerkeuze
Daarnaast denken de onderzoekers seksuele selectie ook een rol speelt. Als mensen bij de keuze voor een partner steeds voor kleine of juist grote neuzen verkiezen, kan dat ook de evolutie van de neus beïnvloeden. Of dat het geval is geweest moet nog verder worden onderzocht.

Nieuw boek over de relatie tussen geur en voeding

Vakantieleesvoer: Why you eat what you eat

Neurowetenschapper en biopsycholoog Rachel Herz heeft zich verdiept in de invloed van ruiken op onze emoties en ons gedrag. Bovendien onderzocht ze het effect van het verlies van reukzin op gedrag, voedselvoorkeuren en partnerkeuze. Onlangs verscheen haar boek ‘Why you eat what you eat’ over de wetenschap achter onze relatie met voeding. ”Mijn interesse in anosmie ontstond toen ik via een advocaat betrokken raakte bij een zaak waarbij een vrouw haar reukzin had verloren door een auto ongeluk. Het was mijn taak om argumenten te vinden waarom dat zulke grote gevolgen had in haar dagelijks leven’’, vertelt Herz in een interview. In haar boek raadt ze haar lezers die hun reukzin verloren zijn aan om hun andere zintuigen en de herinnering aan smaken juist in te zetten om dat wat ze aan smaak missen aan te vullen. Door dat regelmatig te doen onthoud je de herinnering aan de smaak langer, stelt ze. Ook waarschuwt ze voor etenswaren met tegengestelde smaken, zoals zoet, zout en vet. Bijvoorbeeld chocolade met zeezout. ‘’Dat soort dingen zijn vaak nog steeds plezierig om te eten als je niet kunt ruiken, maar wanneer je er teveel van eet zorgt dat al gauw ongezond eetpatroon en gewichtstoename’’, meent ze.

Het hele interview lees je hier. Haar boek ‘Why you eat what you eat’ is als e-book te koop bij Bol.com en gebonden bij Bruna.

Geuren in de geschiedenis

een bijzondere route door het Rijksmuseum

Vorige maand gaf geurkunsthistorica Caro Verbeek leden van onze vereniging een bijzondere rondleiding door één van de mooiste museums die ons land rijk is: Het Rijksmuseum in Amsterdam. Op zaterdag 24 juli om 13:00 uur verzamelde de eerste groep van 20 leden in de centrale hal. Later die middag arriveert de tweede groep.
door Susanne de Bruin
Ronde en donkere geuren

Caro neemt de groep direct mee op een reis door de tijd en leidt hen naar de kunstvoorwerpen en schilderijen uit de Middeleeuwen. Daar aangekomen legt ze uit dat geur in deze tijd werd gezien als de meest ideale manier om met elkaar te communiceren. Zoete geuren waren schaars en kostbaar en betekenden dus dat iemand belangrijk of welvarend was. Een geur als mirre is zoet en bitter tegelijk, en verwijst zo naar het lijden van Christus. ‘’Geuren waren een symbool op zich, in deze tijd bestaat dat niet meer.’’ Doordat geur tegenwoordig een veel minder grote rol speelt, is het voor mensen ook veel moeilijker om geuren te omschrijven. Leden geven aan dat partners dat ook niet altijd even gemakkelijk afgaat. Caro geeft tips: ‘’Probeer te benoemen of een geur donker of licht is. Scherp of zacht, fris of zwaar? En welke vorm past hierbij? Is het een ronde geur of misschien puntig of hoekig?

Ruiken in religie

De introducés mogen haar advies even later in de praktijk brengen, want Caro heeft iets bijzonders meegenomen naar de rondleiding: een geurige rozenkrans. Terwijl ze de krans rond laat gaan, legt ze uit waarom rozenkransen in die tijd vaak een zoete geur verspreidden. ‘’De zoete geur stond symbool voor heiligheid. Welke geuren kunnen jullie onderscheiden?’’, vraagt Caro. De roos wordt als eerst genoemd, hieraan dankt de krans dus ook haar naam. ‘’De rozen waarvan etherische olie werd gemaakt om de kransen mee te begeuren, kwamen helemaal uit Damascus en kostten in die tijd een fortuin’’, licht ze toe. Anderen noemen kruidnagel, kaneel en nootmuskaat. ‘’Dat klopt, typische kruiden die de V.O.C. verscheepte naar ons land. Ik heb deze rozenkrans begeurd naar een 16e-eeuws recept en de olie in de balletjes gekleid zodat de geur heel lang behouden blijft’’, vertelt ze. Reuk en religie zijn in de Middeleeuwen nauw met elkaar verbonden omdat geur de taal van God zou zijn. Bovendien is het moeilijk om je op een gebed te concentreren wanneer je een vieze geur ruikt. ‘’Een begeurd gebed werd daarom als een hoger en krachtiger gebed gezien dan bidden in enkel woorden’’, stelt de geurkunsthistorica. Er zijn zelfs mensen in de geur der heiligheid gestorven. Veel paters en zusters deden in die tijd aan ascese, en aten en drinken daarbij niets omdat de ziel belangrijker was dan het lichaam. Hierdoor konden zij suikerziekte krijgen, waardoor hun adem zoet ging ruiken. De adem stond gelijk aan de ziel, dus wie een zoete adem had moest wel heilig zijn… Ook in het leven van Christus speelt geur een belangrijke rol. ‘’Het is bekend dat hij bij zijn geboorte geuren cadeau krijgt, maar veel minder mensen kennen de versie van het bijbelverhaal waarin Maria haar onbevlekte ontvangenis, verwekt wordt door de zoete geur die engel Gabriël verspreidt’’, legt Caro uit. Tot slot is er het verhaal van Maria Magdalena die Jezus zijn voeten in nardusolie wast. ‘’Nardusolie was voorbestemd voor heiligen, koningen en farao’s. Maria Magdalena zag dus een groot leider in Christus. Daarnaast werden eigenlijk alleen de voeten van doden gezalfd. Zij voorzag dus zijn naderende dood.’’ Voor wie kan ruiken heeft Caro ook de geur van Nardusolie meegenomen. ‘’Het ruikt naar zweetvoeten’’, vindt een van de introducés. ‘’Nee, naar oude kaas’’, roept een ander. ‘’Veel mensen vinden het tegenwoordig helemaal geen prettige geur. Zo zie je maar wat cultuur met de beleving van geur kan doen’’,benadrukt ze.

Geurige grachten

Het blijkt een misvatting dat het in de Middeleeuwen overal stonk. ‘’Maar de contrasten waren wel groter. Riolen bestonden nog niet en alle dode dieren werden in de grachten gegooid. Om die reden deed Amsterdam aan stedelijke begeuring. ‘’Kijk, op dit schilderij zie je hoe de lindebomen langs de grachten bloeien. Hun heerlijke geur maskeert de stank uit de grachten’’, verklaart Caro. Ook in huis werden bloemen niet alleen ter decoratie en als statussymbool neergezet. Achter glas staat een grote, delfts-blauwe bloemenpiramide tentoongesteld. ‘’Die stond vroeger vol peperdure tulpen en de mooiste kamer, ver weg van de grachten en het toilet’’, vertelt ze. Onder de deelnemers bevindt zich ook Polly Visser: ‘’Ik vind het heel interessant. Ik ben altijd heel geïnteresseerd in alles wat met geuren te maken heeft. Het is leuk om het museum eens op een heel andere manier te bekijken’’, vindt ze. Jan van der Zanden is er samen met zijn vrouw Leonne die lid is van de vereniging. ‘’Die stedelijke begeuring vind ik heel interessant. Waarom wordt dat nu niet meer gedaan? Deze week rook ik de lindebloesem tijdens het etsen, heerlijk vind ik dat! Het zou mooi zijn als er ook nu zo bewust met geuren zo worden omgegaan.’’

Zoet is gezond

Tot de uitvindingen van Pasteur, heeft men lange tijd gedacht dat ziektes zich via vieze geuren zouden verspreiden. ‘’Zoete lucht was gezond. Door steeds te zorgen dat het om je heen lekker ruikt, dacht men zich te kunnen beschermen tegen ziekte’’, legt Caro uit. Geheel onopvallend staat in een vitrine een bijzonder geurvoorwerp verborgen. ‘’Dit is een pomander, binnenin zitten verschillende vakjes met daarin verschillende geuren zoals kaneel, nootmuskaat en citrus. Het werd gedragen door hoogwaardigheidsbekleders zoals dokters, rechters en advocaten die vaak in stinkende ziekenhuizen en gevangenissen kwamen. De meest kostbare geurvulling was ambergrijs, het braaksel van een potvis. Wanneer dat gedroogd wordt ruikt het zoet en dat was in die tijd dus heilig en gezond.’’

Nieuwe naam

Tijdens de rondleiding bespreekt Caro ook nog de geur boodschappen verborgen in kunst. In het schilderij Isaac zegent Jakob van Govert Flinck wordt de blinde vader Isaac om de tuin geleid door middel van geurbedrog. ‘’Jakob doet alsof hij zijn oudere broer Esau is door zijn trui om zijn nek te binden. Hierdoor ruikt Jakob zoals Esau naar akkers en gelooft Isaac dat hij zijn eerstgeborene zegent’’, aldus Caro. Soms lijkt geur echter ten onrechte aanwezig. In 2016 werd een nieuwe Rembrandt ontdekt die het zintuig ‘de reuk’ zou verbeelden. ‘’Op dat schilderij is te zien hoe een patiënt wordt opgewekt met reukzout. Dat ruik je niet, maar voel je net als ammoniak via trigemninale zenuwen. Het schilderij had dus eigenlijk ‘Nervus trigeminus’ moeten heten’’, stelt ze lachend.

Leerzaam en confronterend

Na afoop bespreekt de groep de rondleiding na onder het genot van kof e en gebak of een lekker wijntje met bittergarnituur. ‘’Tijdens deze rondleiding zijn we verrijkt met kennis over hoe belangrijk geur in onze geschiedenis was op gebied van gezondheid en religie. Wat extra bagage om ook anderen te laten inzien dat het zintuig reuk veel belangrijker is dan veel mensen denken’, vindt voorzitter Kirsten Jaarsma. Ook deelneemster Elly Warnierde Boer is enthousiast. ‘’Ik vond het heel mooi maar ook heel confronterend. Het gaat over wat je mist. Al die geuren om me heen zijn echt weg, dat kwam even binnen. Maar het is tegelijkertijd ook heel leerzaam, je kijkt op een andere manier naar kunst. Het werd vroeger veel meer op waarde geschat, wij leerden op school dat geur het minst belangrijke zintuig was.’’ Hieruit ontstaat een gesprek aan tafel. In de Middeleeuwen had men vast veel beter begrepen wat de impact van reukverlies was.
Een interessante stelling, vindt Caro: ‘’Dan had je God niet kunnen ruiken, en ook de duivel niet. Je had je zelfs niet kunnen beschermen tegen ziektes’’, besluit ze. •

Klik hier om de pdf te bekijken

Human Olfaction Conference

Voorzitter Kirsten Jaarsma en redacteur Susanne de Bruin bezochten op 22 en 23 juni j.l. de ‘Human Olfaction Conference’ in Nijmegen. Tijdens deze conferentie deelden 31 befaamde wetenschappers en geleerden vanuit de hele wereld hun kennis over reuk op het gebied van taal, cultuur en biologie in het Max Planck Instituut op de campus van de Radboud Universiteit.
door Susanne de Bruin
Hummel

Professor Thomas Hummel, wereldwijd één van de grootste namen in de medische wetenschap rondom reukzin en pionier op het gebied van behandeling van en onderzoek naar reukstoornissen, geeft ook een presentatie op de conferentie. Hij gaat in op de functie van het reukzintuig en de gevolgen wanneer dat verdwijnt of ontbreekt. Allereerst bespreekt hij de resultaten van zijn onderzoek naar de gevolgen voor mensen met aangeboren anosmie. Met behulp van gra eken legt hij uit dat, hoewel het verschijnsel wel degelijk bekend is in de medische wereld, artsen maar weinig weten over de impact van congenitale anosmie. Zo laat hij zien dat de groep met aangeboren anosmie bijna dubbel zoveel ongelukken heeft in de keuken en in het huishouden vanwege de waarschuwende functie die ruiken in bijvoorbeeld de keuken heeft.

Sociaal en seksueel

Daarnaast speelt reukzin een belangrijke sociale rol in het kiezen van partners en het herkennen van emoties in je omgeving. Zowel mannen als vrouwen met aangeboren anosmie geven aan zich niet zeker te voelen op sociaal gebied. Bij vrouwen komt aangeboren anosmie vaker voor. Zij blijken onzekerder in liefdesrelaties dan vrouwen uit de ruikende controlegroep. De mannen die nooit hebben kunnen ruiken hebben over het algemeen een stuk minder bedpartners dan de heren uit de controlegroep.

Reukverlies = gewichtsverlies?

Uit andere resultaten bleek dat er fysiek weinig verschillen waren tussen de groepen met en zonder reukzin. Ondanks de verminderde smaakbeleving voor de groep onderzochten met niet-aangeboren anosmie verloor slechts 11% gewicht. Daarentegen kwam 21% zelfs aan en de overige 68% behield zijn oorspronkelijk gewicht.

Bulbus trainen

Wie ouder wordt dan 80, heeft een grote kans zijn reukzin te verliezen. Doordat het zo geleidelijk met de jaren verdwijnt wordt het echter vaak niet opgemerkt. Volgens Thomas Hummel kan 5% van de wereldpopulatie niet ruiken. Van de mensen in de leeftijdsgroep 70+ zou zelfs 30% een sterk verminderd reukvermogen hebben. De reuktrainingen die Hummel heeft ontwikkeld worden over de hele wereld worden gebruikt. Door middel van trainingen met essentiële oliën of de door Hummel ontwikkelde Snif n’ Sticks in de geuren citroen, roos, kruidnagel en eucalyptus wordt de reukzin geprikkeld.
Uit de resultaten van Hummel zijn onderzoek bleek dat de patiënten die de reuktraining 14 maanden volhielden, gemiddeld zo’n 25% beter konden ruiken. Bovendien neemt de Bulbus Olfactorius na vier maanden training toe in volume en is op MRI-beelden te zien dat ook de connectiviteit tussen de verschillende hersengebieden toeneemt. Wie de training structureel twee keer per dag uitvoert, heeft een grotere kans op positieve resultaten dan iemand die het geregeld vergeet. Volgens Hummel heeft dat te maken met het bewustzijn van de geuren om je heen. Met de training dwing je jezelf als het ware de geuren bewust waar te nemen waardoor je ze steeds beter zou kunnen herkennen en onderscheiden. Wie dat maar af en toe doet, lijkt het ruiken te verleren en is zich dus al snel minder bewust van de geuren.

Geurgeluk

Geur en stemming hebben ook veel met elkaar te maken. Zo blijkt zelfs dat de bulbus olfactorius slinkt wanneer iemand in een acute depressie verkeert. Het reukvermogen wordt eveneens minder sterk. Echter, het werkt ook andersom. Wanneer het reukvermogen, bijvoorbeeld door middel van de reuktrainingen, toeneemt heeft dat een positief effect op de gemoedstoestand. Uit onderzoek onder een groep senioren bleek dat zij zich na intensieve reuktraining zo’n zes jaar jonger voelden.

Pauzepraat

Tussen de presentaties door was er voldoende gelegenheid om de wetenschappers en andere bezoekers te ontmoeten. In de pauzes werden dan ook volop handen geschud, nagepraat en dieper op onderwerpen ingegaan. We troffen ook een bekende, Elbrich Postma van het reuk- en smaakcentrum in Ede en als onderzoeker bij Wageningen University. Ze stelt ons voor aan de Zweedse wetenschapper Johan Lundström, hij doet onderzoek aan het gerenomeerde Karolinska Instituut in Zweden. Samen met Elbrich Postma doet hij momenteel onderzoek naar congenitale anosmie. Hierover geeft Postma meer uitleg tijdens de aanstaande Vriendendag op 23 september. Tijdens de conferentie konden ze ons al wel meer vertellen over het effect van niet-aangeboren anosmie op ons brein. Zoals professor Hummel al aangaf in zijn presentatie, heeft het gebrek aan reukzin effect op de connectiviteit, ook wel de verbindingen, tussen de verschillende hersengebieden in ons brein. ‘’Het werkt net zoals met spieren; als je het niet gebruikt, vermindert de werking van de olfactieve cortex’’, stelt de Zweedse Lundström. Dat veroorzaakt grote veranderingen in de hersenen, zo legt hij uit. In het gehele brein neemt de connectiviteit af. ‘’Door het verlies van een zintuig krijgen hersengebieden in het hele brein minder input’’, gaat hij verder.

‘Door het verlies van een zintuig krijgen hersengebieden in het hele brein minder input’

Toch is daar volgens Lundström weinig van te merken in het gedrag van iemand die zijn reukzin verliest. Je merkt eigenlijk alleen dat diegene niet meer kan ruiken, verder niets meent hij. De theorie dat andere zintuigen beter gaan werken wanneer er één uitvalt, blijkt een misvatting: ‘’Je gaat niet per se beter horen, zien, of proeven maar je gaat de informatie wel ef ciënter verwerken en gemakkelijker met elkaar linken’’, stelt hij. Voor we congenitale anosmie heeft, ligt het nog net even anders. ‘’De hersencapaciteit in de olfactorische cortex die normaal gesproken voor reukzin gereserveerd is, blijft dan over. Zie het als de harde schijf van een computer, die extra capaciteit kan dan worden gebruikt voor andere functies in het brein.’’

Kickstart na crush

De Zweedse onderzoeker brengt vervolgens een ander onderwerp ter sprake dat binnen de vereniging ook leeft; anosmie veroorzaakt door een hoofdtrauma. Net als onze voorzitter Kirsten Jaarsma,die haar reuk verloor als gevolg van hoofdletsel, denken veel mensen dat bij een harde klap tegen het hoofd de hersenen in de schedel heftig bewegen en de reukreceptoren langs het zeefbot afscheuren. Als spaghetti door een vergiet. Dat is in veel gevallen echter niet zo, de schade zit vaak hoger, voorin de hersenen: ‘’Door de klap bewegen de hersenen inderdaad en botst de frontale cortex vaak hard tegen de bulbus olfactorius. De bulbus wordt dan beschadigd door de cortex. Als we op een scan direct na het ongeval zouden zien dat de bulbus beschadigd is, konden we direct een medicijn toedienen dat patiënten ook krijgen na een beroerte. Het versnelt het herstel van beschadigd hersenweefsel. Dat middel moet echter wel binnen enkele uren na het ongeval worden toegediend’’, licht hij toe. Wie (langere tijd) na het hoofdtrauma zijn reukzin wil verbeteren, raadt hij net als Hummel de reuktrainingen aan. ‘’Het kan werken als een soort kickstart, om de aanmaak van nieuwe verbindingen weer op gang te brengen. Wij noemen dat de neuroplasticiteit van de hersenen’’, besluit hij.

Er is eigenlijk maar één Nederlands woord voorbehouden aan geur: muf
Geen woorden voor geur

De conferentie werd georganiseerd door het ‘Centre for Language Studies’ van de Radboud Universiteit. De verbinding tussen taal
en reukzin was dan ook een veelvoorkomend onderwerp in de presentaties. In onze Westerse maatschappij hebben we geen brede woordenschat voor het beschrijven van geuren. We doen met name aan aan bronbeschrijvingen; iets ruikt bijvoorbeeld houtachtig of naar vers gemaaid gras. Er is eigenlijk maar één Nederlands woord voorbehouden aan geur: muf. Een andere manier om ons over geuren uit te drukken, is door er een waardeoordeel aan te hangen. Iets stinkt, of ruikt juist lekker. In andere talen zoals het Jahai, Maniq en Thai – gesproken door inheemse stammen in Thailand en Maleisië – zijn er veel meer woorden speciaal voor geuren. In veel gevallen komt dit doordat reukzin ook op cultureel gebied een belangrijkere rol speelt in hun cultuur.
Woordenschat voor het beschrijven van geuren
bron: Odor-color associations differ with verbal descriptors for odors:
A comparison of three linguistically diverse groups (Josje M. de Valk, et al)
Doordat de Westerse samenleving veel visueler is ingesteld, wordt deze focus op kijken ook overgedragen op onze kinderen. Ouders zeggen vaker ‘kijk eens, een bloem’ dan ‘ruik eens, een bloem’. Lila San Roque van het Max Planck Instituut onderzocht hoe kinderen die de Engelse taal leren, geuren benoemen. Volgens San Roque lijkt het erop dat kinderen zich wanneer ze ongeveer twee en een half jaar oud zijn, bewust worden van geuren om zich heen. Dat zou dan later zijn dan het bewustzijn van andere zintuigen. Rond die leeftijd – tussen twee en een half en drie – lijken de kinderen het de moeite waard te vinden om over geur te praten. Ze hebben in Westerse talen echter weinig woorden tot hun beschikking om dat te doen. Na die leeftijd lijkt de focus zich weer naar de dingen die ze zien te verleggen.

Geuren in kleuren

Ook volwassenen vinden het niet gemakkelijk om geuren en smaken te beschrijven. Volgens het spreekwoord baart oefening echter kunst; zijn de mensen die beroepsmatig met hun reukzin werken een uitzondering? Onderzoekers IljaCroijmans en Asifa Majid van de Radboud Universiteit zochten uit of kof e- en wijnexperts beter zijn in het beschrijven van geuren en smaken dan andere mensen. De experts bleken inderdaad meer consistent in het beschrijven van geuren. Volgens Croijmans komt dit waarschijnlijk doordat zij er vaker over praten en dus een bredere vocabulaire tot hun beschikking hebben. Croijmans schonk de wijn in zwarte glazen zodat de proefpersonen zich niet door de kleur konden laten beïnvloeden. Er bestaat dan ook een verband tussen geuren en kleuren. Asifa Majid, Josje de Valk, Ewelina Wnuk en John L.A. Huisman van Radboud Universiteit en het Max Planck Instituut onderzochten het verband tussen de manier waarop geur in taal beschreven wordt in de keuze voor kleur. Wederom werden Nederlands, Thai en Maniq met elkaar vergeleken omdat deze talen geur heel verschillend benoemen. Hieruit bleek dat de keuze voor kleuren inderdaad samenhangt met de manier waarop de geur beschreven werd. Synestheten, mensen die extreem sterke verbanden leggen tussen o.a. geuren en kleuren, bleken hierdoor zelfs beter in benoemen en onderscheiden van verschillende geuren dan de controlegroep. Deze bevindingen suggereren dat met behulp van synesthetische waarnemingen geuren beter te omschrijven zijn.
Het waren twee leerzame dagen vol nieuwe ontwikkelingen en inzichten rondom geuren en het menselijk reukzintuig. Bovendien zijn er veel interessante contacten gelegd die de vereniging op de hoogte zullen houden van hun bezigheden in het werkveld. Een waardevol bezoek aan de conferentie dus! •

Klik hier om de pdf te bekijken

Annagreets leven zonder reukzin

Redactie | Daryl Jie

“Huh, kun je niet ruiken?” is de vraag die Annagreet vaak met grote verbazing gesteld krijgt. Ze geeft aan dat mensen zich geen voorstelling kunnen maken van een leven zonder reukzin. Feit is dat deze idiopatische congenitale anosmie altijd onderdeel van haar leven is geweest.

“Bij hele sterke geuren zoals azijn of menthol voel ik wel een soort van tinteling. Als ik dan een pepermuntje neem, voel ik wel de frisheid ervan. Als kind woonde ik ook in de buurt van een pepermuntfabriek en had ik altijd het idee de geur die ervan kwam te ruiken. Dit was voor mij het teken dat ik wel kon ruiken maar dan wellicht niet zo goed als anderen. Helaas bleek dit een illusie.”

Meer genieten van geluiden bij anosmie?

Ze was rond de 12 toen ze erachter kwam dat er iets mis was met haar reukvermogen. Verschillende onderzoeken wezen helaas niet uit wat de oorzaak is van haar anosmie, maar dat ze inderdaad niet kan ruiken bleek het geval. Dit was voor haar aanleiding om meer te leren over de aandoening, want naar eigen zeggen is er bij specialisten weinig bekend. Hieraan ligt ten grondslag dat er maar weinig mensen zijn met deze vorm.

Daar waar het ene zintuig aangetast is, zijn de anderen juist beter ontwikkeld wordt vaak gezegd. Bij blindheid zou het gehoor versterkt zijn en bij doofheid het zicht. Niets van dat bij een onvermogen om te ruiken als we haar mogen geloven. “Ik merk bijvoorbeeld wel dat ik meer kan genieten van geluiden. Zoals het geritsel van de bladeren van de bomen. Dan denk ik echt “wat een fijn geluid”.”

Textuur van voedsel

Voor Annagreet is het lastig te beoordelen in welke zin de anosmie invloed heeft op haar smaak. “Mijn smaakbeleving is in ieder geval anders. Een van de keren waarin dit duidelijk werd was tijdens een etentje met mijn vriend. Hij vroeg mij te proeven hoe lekker de aardappelen waren gekruid, en mijn antwoord was: “Ja, lekker zout”. Waarop hij zei: “Je proeft toch wel meer dan alleen zout”, maar dat was gewoon echt niet het geval”, vertelt ze lachend. Verder geeft ze aan meer op de textuur van voedsel te letten, bijvoorbeeld de romigheid van een saus.

“Kon ik dat ook maar ruiken”

Voor iedereen met een aangeboren aandoening geldt vaak dat je eigenlijk niet beter weet dan hetgeen dat je kent. Desondanks kent ze soms moeilijke momenten. “Ik kan soms sterk balen, tot aan janken toe.” Ze legt uit dat ergens toch een gemis is. Dit wordt versterkt door alles in haar omgeving. Mensen zijn zich er niet van bewust hoe vaak ze het hebben over de geuren van allerlei dingen. Waarvan zij dan denkt: “Kon ik dat ook maar ruiken.” Maar er zijn ook voordelen. Zelf woont ze op het platteland en ondervindt bijvoorbeeld geen hinder van mestlucht.

Als ze op straat loopt of in winkels zegt Annagreet soms net te doen of ze wel kan ruiken. “Als ze dan vragen: “Moet je eens ruiken wat lekker”, zeg ik gewoon ja, inderdaad en dan loop ik weer verder. Dit bespaart de moeite om telkens te moeten uitleggen dat je niet kunt ruiken.”

Benauwde en ongemakkelijke momenten

Hoewel levensbedreigende situaties zich vooralsnog niet hebben voorgedaan, heeft ze wel benauwde en ongemakkelijke momenten gekend. Het eerste wat haar bijstaat zijn de oppasmomenten als tiener. “Ik paste weleens op baby’s maar had dan geen idee wanneer ze in hun broek hadden gepoept.” Onaangename luchtjes zoals zweet zijn ook een ding. Zelf heeft ze het voordeel dat ze zweet niet ruikt, maar dat geldt ook bij haarzelf. Een keer droeg ze na een avondje stappen de volgende dag hetzelfde shirtje, dat niet zo fris meer rook. “Dit zorgde voor scheve gezichten dus nu vraag ik af en toe even advies aan mijn vriend.”

Andere benauwde momenten die ze zich herinnert zijn de keer dat ze thuis onbedoeld een pizza had laten verbranden. En toen ze als kind met haar familie naar een vakantiehuisje ging en daar nietsvermoedend een paar minuten lang binnen zat terwijl het gasfornuis nog aan stond. Haar ouders waren nog de spullen aan het uitpakken, dus pas toen haar moeder binnenkwam kwam ze hierachter. Beangstigen dit soort situaties je niet? “Ik ben niet per se angstig, maar ik let er wel meer op en vind het bijvoorbeeld belangrijk dat er overal brandmelders hangen in huis.”

Pas gemaaid gras

Om soms toch een voorstelling te kunnen maken van bepaalde geuren, praat ze met name met haar directe omgeving. “Van sommige dingen ben ik toch wel nieuwsgierig hoe het ruikt en dan vraag ik bijvoorbeeld aan mijn vriend om hiervan een omschrijving te geven. De geur van pas gemaaid gras is een van de dingen waarnaar ik altijd benieuwd ben.” Op de enigszins gemene vraag, “Wat zou je willen ruiken als je een keer iets zou mogen ruiken?”, staat dat dan ook bovenaan haar lijstje. Nummer twee en drie zijn pizza of de parfum die ze altijd gebruikt. Deze heeft ze ooit een keer van haar zus gekregen en is het enige luchtje dat ze opdoet.

Ooit zou ze er nog achter willen komen wat de oorzaak is van haar anosmie. Ze geeft aan het reuk- en smaakcentrum te zullen bezoeken als de wachtlijsten daar zijn afgenomen. Op de kans van genezing heeft ze zich echter bij neergelegd. “Tuurlijk zijn er momenten dat ik het jammer vind niet te kunnen ruiken, maar dat gaat weer voorbij en dan heb ik er weer vrede mee.”

De invloed van reukverlies op het eetpatroon en voedselvoorkeuren

Elbrich Postma, Lisan Jonker & Dr. Sanne Boesveldt – Wageningen University

In het laatste kwartaal van 2016 hebben we de leden van Reuksmaakstoornis.nl uitgenodigd om mee te doen aan een onderzoek naar de invloed van reuk- en smaakverlies op het eetpatroon en voedselvoorkeuren. Dit verslag geeft een overzicht van de resultaten van het onderzoek, waar in totaal 105 deelnemers aan deelnamen. Om de resultaten te kunnen vergelijken, hebben we in de analyse ook de resultaten van dezelfde vragenlijsten in een controlegroep gebruikt.

“Sinds ik een
reukstoornis heb,
moet ik het hebben van
hoe iets eruit ziet en
hoe iets aanvoelt in
de mond.”

(Veranderde) relatie met voeding
Het onderzoek begon met drie vragen over de (veranderde) relatie met voeding. Bijna 97% van de deelnemers gaf aan dat voedsel nu anders smaakt dan vroeger. Bovendien beleefde meer dan 84% van de deelnemers nu minder plezier aan eten dan vroeger. Met ‘vroeger’ werd in dit geval de situatie voor het verlies van het reuk of smaakvermogen bedoeld. Het is duidelijk dat er veranderingen optreden in de relatie die de deelnemers met voeding hebben sinds zij een reukstoornis hebben.

“Ik let meer
op textuur, knapperig,
romig, smeuïg.
Vaak leg ik iets meer
zoute, of juist zoete
accenten.”

Eetpatroon: hoe goed worden de Richtlijnen Goede Voeding nageleefd?
Het volgende onderdeel was de vragenlijst genaamd ‘Eetscore’. Deze vragenlijst meet hoe goed de deelnemer voldoet aan de Richtlijnen voor Goede Voeding. Dit is een wetenschappelijk gebaseerd advies over de gewenste dagelijkse inname van voeding. Door deze richtlijnen te volgen, krijg je alle benodigde voedingsstoffen binnen. Dit advies wordt opgesteld door de Gezondheidsraad. In deze versie van de Eetscore gebruikten we de richtlijnen uit 2006. De vragenlijst bevat 25 vragen, waarmee de inname voor de afgelopen maand van 34 veel gegeten voedingsmiddelen in Nederland gemeten wordt. Op basis van de voedingswaarden van deze producten, wordt de inname van 8 verschillende componenten binnen de richtlijnen bepaald:

De uitslag van de Eetscore geeft een score per component (0-10) en een totaalscore (0-80). Voor de componenten groente, fruit, vezels en vis geldt: hoe hoger de inname, hoe hoger de score. Voor de componenten verzadigd vet, transvet, zout en alcohol geldt: hoe lager de inname, hoe hoger (en dus beter) de score.

Resultaten Eetscore
De gemiddelde totaalscore voor het volgen van de richtlijnen was 55.6 punten (de maximale score is 80 punten). Dit geeft aan dat de deelnemers redelijk gezond eten, maar nog niet aan alle Nederlandse richtlijnen voor een gezonde voeding voldoen. Deze gemiddelde totaalscore was vergelijkbaar met de score in de controlegroep. Er waren wel verschillen tussen de scores per component.

De deelnemers van Reuksmaakstoornis.nl hadden een opvallend lagere score op de richtlijn voor vezels, transvetten en alcohol dan de controlegroep (hoe lager de score, hoe slechter de richtlijn nageleefd wordt). De score op de richtlijn voor zout was daarentegen significant beter dan in de controlegroep. De componenten vis en verzadigd vet scoorden het laagst op naleven van de richtlijn. Dit was ook het geval in de controlegroep.

Voedselvoorkeuren: voorkeur voor voedingsstoffen
Naast het meten van het voedingspatroon, wilden we ook meten of er voorkeuren zijn voor bepaalde producten bij mensen met een reuken/ of smaakstoornis en of deze voorkeuren anders zijn dan die van mensen met een normaal reuk- en smaakvermogen. Dit hebben we gemeten met de voedselvoorkeurentaak. Deze taak meet de voorkeur voor de voedingsstoffen eiwitten, vet, koolhydraten. Deze noemen we ook wel macronutriënten. Ook hebben we de voorkeur voor producten met een lage energiewaarde onderzocht.

In de taak sorteert de deelnemer telkens 4 afbeeldingen van voeding in de volgorde van voorkeur.

 

In de voedselvoorkeurentaak hebben we gekeken naar de voorkeur voor eiwitten, vet, koolhydraten en lage-energie producten. Bij deelnemers met een nietaangeboren reukstoornis zagen we hetzelfde voorkeurspatroon als bij de controlegroep. Er was geen verschil tussen de voorkeur voor zoete of hartige producten. Wanneer we keken naar de voorkeuren bij deelnemers met een aangeboren reukstoornis (14 deelnemers), zagen we een ander patroon dan bij de deelnemers met een nietaangeboren reukstoornis. Bovendien hadden de deelnemers met een aangeboren reukstoornis een voorkeur voor zoete boven hartige producten.

 

 

Aanbevelingen
Ondanks de veranderde relatie met voeding, lijken de deelnemers gemiddeld redelijk gezond te eten. Over het algemeen gelden voor de deelnemers dezelfde aanbevelingen die gelden voor de gezonde controlegroep: eet meer groente, fruit en vis en minder verzadigde vetten. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met het feit dat de deelnemers een andere smaakbeleving hebben dan de controlegroep, waardoor adviezen op maat gewenst zijn. Hoewel de deelnemers met een aangeboren reukstoornis een ander patroon van voedselvoorkeuren hebben, lijken zij de richtlijnen niet minder goed te volgen dan deelnemers met een niet-aangeboren stoornis. Een onderzoek met meer deelnemers en over langere tijd is wenselijk om een beter beeld te krijgen van het eetpatroon en de voedselvoorkeuren van deze groep, ook in relatie tot duur en oorzaak van de stoornis.

“Sinds ik
niet meer kan ruiken,
vind ik het heel moeilijk
om te beslissen waar
ik zin in heb om
te eten.”

Conclusie
Als we de resultaten samenvatten, kunnen we het volgende zeggen:

  • De deelnemers laten duidelijk een veranderde relatie met voeding zien: ze geven aan dat voedsel anders smaakt en beleven minder plezier aan eten door hun reukstoornis.
  • De deelnemers eten gemiddeld redelijk gezond, maar voldoen nog niet aan alle Nederlandse richtlijnen voor een gezonde voeding. Dit is gelijk aan de controlegroep.
  • De deelnemers houden zich gemiddeld slechter aan de richtlijnen voor vezels, transvetten en alcohol en beter aan de richtlijn voor zout dan de controlegroep.
  • De deelnemers die een niet-aangeboren reukstoornis hebben, laten hetzelfde patroon van voedselvoorkeuren zien als de controlegroep.
  • Deelnemers met een aangeboren reukstoornis hebben een ander voedselvoorkeurenpatroon.

Klik hier om de pdf te bekijken

« Oudere berichten Nieuwere berichten »