“Waarom voelen sommige mensen met anosmie zich ‘patiënt’ of ‘gehandicapt’, terwijl anderen zich er nauwelijks druk om maken?”
Interview met Garmt Dijksterhuis, docent psychologie aan Maastricht University
Sommige mensen met anosmie voelen zich beperkt of zelfs ‘patiënt’. Anderen halen hun schouders op en gaan door. Waar komt dat verschil vandaan? Docent psychologie Garmt Dijksterhuis (65) onderzoekt het samen met studenten. Daarvoor zoekt hij mensen met anosmie die er relatief weinig last van hebben.
Wie ben je en wat is je achtergrond?
Garmt: “Ik heb (experimentele) psychologie gestudeerd aan de Utrecht University en me gespecialiseerd in waarneming, later vooral in de waarneming van voedselprikkels. Vandaar ook mijn belangstelling voor reuk. Ik ben afgestudeerd bij prof. dr. E. P. Köster, een naam die sommigen misschien nog kennen omdat hij een autoriteit was op het gebied van onderzoek naar de waarneming van geuren.
Ik ben gepromoveerd aan de Leiden University op een methodologisch/statistisch onderwerp binnen onderzoek naar de waarneming van voedingsproducten. Ik woon in Limburg en werk als docent psychologie aan de universiteit in Maastricht.”
Je werkt aan de universiteit. Ben je vooral onderzoeker of docent?
Garmt: “Ik ben geen onderzoeker, ik heb een volledige onderwijsbaan. Wel doe ik onderzoek samen met BSc- en MSc-studenten die een scriptie schrijven en interesse hebben in ‘mijn’ onderwerpen.”
Wanneer raakte je geïnteresseerd in reuk en anosmie?
Garmt: “Al tijdens mijn studie psychologie kwam ik via prof. Köster in aanraking met onderzoek naar reukwaarneming. Ik vond het meteen fascinerend – ook omdat het een relatief weinig onderzocht gebied is. Die interesse in reuk heb ik altijd gehouden.”
Wat maakt reukonderzoek voor jou zo boeiend?
Garmt: “Onze reukwaarneming werkt zo anders dan de meeste andere zintuigsystemen. Juist omdat het anders werkt, word je gedwongen op een nieuwe manier na te denken over onderzoek. Dat maakt het uitdagend en interessant.”
Waar gaat jouw onderzoek over?
Garmt: “Ik vraag me al jaren af hoe mensen met hun anosmie omgaan, omdat je daar grote verschillen in ziet. Waarom hebben sommige mensen last van hun anosmie en voelen ze zich ‘patiënt’ of ‘gehandicapt’, terwijl anderen met anosmie zich er minder of helemaal niet druk om maken? Ik onderzoek waarop die twee groepen verschillen. Is het een persoonlijkheidseigenschap? Is het een manier van tegen jezelf en de wereld aankijken? Is het een manier om met problemen om te gaan? Of is het nog iets anders?”
Met wie doe je dit onderzoek?
Garmt: “Een paar jaar geleden ben ik met een student begonnen aan een onderzoek hiernaar toen ik nog aan de Universiteit Utrecht werkte. Nu zet ik dit onderzoek voort met Maastrichtse studenten.”
In welke fase zitten jullie nu?
Garmt: “We zijn nu op zoek naar nieuwe participanten. We zoeken naar verschillen in persoonlijkheid of andere verschillen tussen mensen die kunnen verklaren waarom iemand weinig of juist veel last ervaart van anosmie.”
Wat doen deelnemers precies?
Garmt: “Deelnemers beantwoorden online vragen: vragen over hun reuk en meer algemene vragen over de manier waarop ze tegen een aantal zaken aankijken en over hun persoonlijkheid.”
Wat is er al bekend over anosmie en persoonlijkheid?
Garmt: “Erg weinig, voor zover ik heb kunnen nagaan.”
Je keek eerder naar persoonlijkheidskenmerken om te verklaren wie veel last heeft en wie niet. Dat leverde geen duidelijk verband op. Wat zegt dat volgens jou?
Garmt: “Dat kan betekenen dat problemen met de reuk heel anders worden beleefd dan andere aandoeningen. De twee persoonlijkheidsvariabelen die we hebben bekeken (neuroticisme en extraversie) lijken bij andere aandoeningen wél een rol te spelen in de mate waarin mensen last hebben van een aandoening. Bij anosmie lijkt dit vooralsnog niet het geval. Overigens hebben we de bestaande gegevens nog niet uitputtend geanalyseerd. Er is nog geavanceerde statistiek die we willen toepassen om alsnog naar een verband te zoeken.”
Heb je al een idee welke andere factoren dan wel meespelen?
Garmt: “Nee, daarom doen we verder onderzoek.”
Waarom zijn mensen met anosmie die er weinig last van hebben zo moeilijk te vinden voor onderzoek?
Garmt: “Deze mensen melden zich niet bij hun arts, willen misschien niet naar een KNO-specialist worden doorverwezen en registreren zich ook niet zo snel bij verenigingen, zoals Reuksmaakstoornis.nl. Daardoor mist onderzoek vaak een belangrijk deel van de groep: mensen die wel anosmie hebben, maar er in het dagelijks leven relatief weinig hinder van ervaren.”
Wat hoop je uiteindelijk beter te begrijpen?
Garmt: “Het verschil tussen de mensen die last hebben van hun anosmie, en degenen die er nauwelijks aandacht aan besteden. Mogelijk kunnen we de eerste groep ook helpen met die kennis.”
Voor wie is jouw oproep bedoeld?
Garmt: “Voor mensen die anosmisch zijn. In het bijzonder zoeken we mensen die er niet zo zwaar aan tillen en zich niet ‘patiënt’ of ‘gehandicapt’ voelen.”
Wat houdt meedoen in?
Garmt: “Je krijgt een vragenlijst (via e-mail) die je online kunt invullen. Dat duurt denk ik niet veel langer dan 15 minuten. De gegevens worden volledig anoniem verwerkt. We kunnen dus ook geen individuele informatie terugkoppelen. Wel sturen we na afloop een bericht met uitleg over onze bevindingen aan mensen die aangeven dat ze dat op prijs stellen.”
Waarom zou iemand meedoen?
Garmt: “Je doet mee aan onderzoek dat kennis kan opleveren over iets waar we nog weinig van weten.”
Wat hoop je dat dit onderzoek op de langere termijn oplevert?
Garmt: “In het gunstigste geval kunnen we mensen met anosmie die last hebben van hun aandoening helpen door tips te geven die het makkelijker maken om met anosmie om te gaan. Voor de wetenschap kan het interessant zijn om te zien dat reukwaarneming – en problemen ermee – mogelijk anders benaderd en onderzocht moet worden dan andere zintuigen.”
Is er nog iets dat je onze lezers graag wilt meegeven?
Garmt: “Als er mensen zijn die iets speciaals te melden hebben over hun anosmie, hoor ik dat ook graag. Misschien zien we in ons onderzoek iets over het hoofd en komen we zo op nieuwe ideeën.”
Meedoen aan het onderzoek of meer weten?
Mail naar Garmt Dijksterhuis: garmt.dijksterhuis@maastrichtuniversity.nl.