Mieke Wakker (72) kon vanaf haar zestiende niet meer ruiken. Ruim veertig jaar later begon haar reuk na een behandeling langzaam terug te komen. Het voelde alsof er een nieuwe wereld voor haar openging. Toch is weer kunnen ruiken voor Mieke niet alleen maar fijn. Sommige geuren komen zo sterk binnen dat ze erdoor overprikkeld raakt. Daarover praten vindt ze soms lastig, omdat anderen verwachten dat ze alleen maar blij is dat haar reuk terug is.
Wil je jezelf kort voorstellen?
“Ik ben Mieke Wakker en ik woon in Wilnis. Ik ben getrouwd en moeder van vier kinderen. Vroeger heb ik onder andere in een boekhandel en op een notariskantoor gewerkt. Inmiddels ben ik met pensioen. Ik houd erg van buiten zijn. Ik zwem, fiets en wandel graag. Ook heb ik een teckel, dus ik kom iedere dag wel buiten.”
Hoe ben je je reukvermogen kwijtgeraakt?
“Ik had altijd al problemen met mijn neus. Er werd weleens gezegd dat dit kwam door het rijden op een brommer en de uitlaatgassen. Op mijn zestiende werd ik geopereerd vanwege ontstekingen in mijn voorhoofdsholtes. De operatie ging via mijn neus. Daarna kon ik niet meer ruiken.
Ik merkte ook dat er iets anders niet goed zat. Als ik een inhaler gebruikte, ging de lucht bij het ene neusgat naar binnen en kwam die er bij het andere weer uit. Fietsen in de winter deed pijn. Het voelde alsof de koude lucht door mijn hoofd circuleerde.
Op een gegeven moment vroeg ik de huisarts om eens goed in mijn neus te kijken. Hij zag toen dat er een gat in mijn neustussenschot zat. Ik vertelde ook dat ik niet kon ruiken, maar daar werd destijds weinig mee gedaan. De boodschap was eigenlijk dat niet kunnen ruiken niet zo erg was. Ik dacht daarom dat ik ermee moest leren leven.”
Wat betekende het om niet te kunnen ruiken?
“Het had veel meer invloed dan mensen vaak denken. Toen mijn kinderen klein waren, kon ik bijvoorbeeld niet ruiken wanneer ze een volle luier hadden. Ook wist ik niet hoe ik zelf rook. Ik gebruikte gewoon de verzorgingsproducten die andere mensen gebruikten, omdat ik aannam dat die lekker roken.
Eten was ook lastig. Ik at soms de gekste dingen door elkaar, zoals haring en chocolade. ’s Avonds was ik dan kotsmisselijk, maar ik begreep niet waardoor dat kwam. Ik wist niet welke smaken wel en niet goed bij elkaar pasten en niemand kon mij daarin helpen.
Ook veiligheid was een probleem. We hadden eens kip in de vriezer die niet meer goed bleek te zijn. De kip zag er nog prima uit, dus ik had hem gebakken. Toen mijn man thuiskwam, zei hij dat de kip verschrikkelijk stonk en dat we hem moesten weggooien. Dat soort situaties kunnen gevaarlijk zijn.”
Kon je nog wel proeven?
“Voor mijn gevoel had ik nauwelijks smaak. Een vriendin van mij kon na haar bevalling niet meer ruiken. Met haar kon ik er goed over praten, maar zij kon nog wel proeven. Voor mij was eten heel vlak en vaak ook ingewikkeld.
Pas toen internet opkwam, ontdekte ik dat er veel meer mensen waren die niet konden ruiken. Ruim twintig jaar geleden werd ik lid van de patiëntenvereniging. Dat was een openbaring. Eindelijk kon ik erover praten met mensen die begrepen wat het betekende. Alleen al ontdekken dat ik niet de enige was, vond ik ontzettend fijn.”
Hoe kwam je uiteindelijk bij een behandeling terecht?
“Ruim twaalf jaar geleden kreeg ik steeds vaker zware neusbloedingen die bijna niet stopten. Ik kwam terecht bij een KNO-arts in Woerden. Zij zag het gat in mijn neustussenschot en vertelde dat ze dit kon afsluiten met een siliconen plaatje.
Dat was een enorme verbetering. Voor die tijd kon ik niet tegen de wind in fietsen, omdat de lucht dwars door mijn neus leek te gaan. Nadat het gat was afgesloten, voelde ik me veel beter. Dat was fantastisch. Alleen kon ik nog steeds niet ruiken.”
Wat gebeurde er daarna?
“Ik kwam terecht bij dr. Boek in Ziekenhuis Gelderse Vallei. Daar kreeg ik een MRI-scan. Uit het onderzoek bleek dat mijn reukzenuw nog intact was. Vervolgens kreeg ik een zware prednisonkuur.
Van die kuur werd ik erg beroerd. Toch begon ik na een tijdje heel langzaam iets te ruiken. Daarna kwam mijn reuk stapje voor stapje verder terug.”
Weet je nog wat je als eerste rook?
“Ja, dat weet ik nog goed. Ik had gehoord dat de geur van varkens heel sterk was. Tijdens de prednisonkuur gingen we daarom regelmatig naar een varkensboerderij om te testen of ik al iets kon ruiken.
Op de achtste dag rook ik ineens een heel klein beetje. Ik zei: ‘Ik ruik het!’ Het was nog heel licht, maar er gebeurde iets. Toen ik daarna terugging naar dr. Boek, was het echt een feestje.
Later rook ik ook gemaaid gras. Dat vond ik geweldig. Het voelde alsof ik weer meer mens werd. Alsof er een deel van de wereld openging dat heel lang dicht was geweest.”
Hoe kwam je reuk daarna terug?
“Langzaam en in kleine stappen. Ook het proeven werd steeds beter. Ik moest opnieuw ontdekken hoe eten smaakte en welke geuren ik wel en niet prettig vond.
Of ik nu hetzelfde ruik als vóór mijn zestiende, weet ik niet. Dat is te lang geleden. Ik kan me nauwelijks herinneren hoe ruiken vroeger voor mij was.”
Wat betekent het voor je dat je weer kunt ruiken?
“Het heeft mijn leven verrijkt. Ik geniet van de geur van gemaaid gras, het bos en andere buitengeuren. Die geuren vind ik heerlijk.
Toch vind ik het soms lastig om te zeggen dat weer kunnen ruiken voor mij niet alleen maar fijn is. Mensen reageren al snel met: ‘Maar je moet toch blij zijn dat je weer kunt ruiken?’ Natuurlijk ben ik blij. Ik weet hoeveel ik jarenlang heb gemist. Maar sommige geuren ervaar ik ook als heel sterk, vies of overweldigend.”
Welke geuren vind je lastig?
“Ik heb vrijwilligerswerk gedaan in een verzorgingshuis en in een woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking. Toen ik niet kon ruiken, liep ik daar altijd zonder problemen rond. Nadat mijn reuk terugkwam, rook ik ineens allerlei geuren die ik erg onaangenaam vond.
Dat vond ik moeilijk, omdat ik daar nog steeds graag kwam. Toch zorgden die geuren ervoor dat ik me er minder prettig voelde en soms liever sneller weer wegging. Zo merkte ik dat weer kunnen ruiken me in bepaalde situaties juist kon beperken.
Hetzelfde heb ik in parkeergarages. Vroeger kon ik daar rustig met iemand staan praten. Nu vind ik de uitlaatgassen zo sterk dat ik er snel weg wil.
Ook etensgeuren vind ik niet altijd lekker. Ik heb jarenlang veel knoflook en kaas gegeten. Toen ik weer kon ruiken, dacht ik ineens: wat stinkt camembert eigenlijk! Er ging een nieuwe wereld open, maar niet alles in die wereld bleek aangenaam.”
Hoe ervaar je geuren nu in het dagelijks leven?
“Sommige geuren komen heel sterk bij me binnen. Ik weet niet precies hoe dat werkt, maar voor mij voelt het alsof ik in al die jaren geen filter voor geuren heb ontwikkeld. Mensen die altijd hebben kunnen ruiken, zijn volgens mij gewend aan de geuren om hen heen. Veel daarvan verdwijnt automatisch naar de achtergrond.
Bij mij gebeurt dat niet altijd. Een geur kan sterk aanwezig blijven en ik kan hem dan moeilijk negeren. Daardoor raak ik soms overprikkeld of wil ik een ruimte snel verlaten.
Ik zeg weleens dat ik voor tachtig procent blij ben dat ik weer kan ruiken. Die andere twintig procent gaat over de momenten waarop geuren heel vies, sterk of overweldigend zijn en me soms beperken. Dat vind ik moeilijk om uit te spreken, omdat mensen verwachten dat ik alleen maar dankbaar en blij ben.
Maar die gevoelens kunnen naast elkaar bestaan. Ik ben heel blij dat mijn reuk is teruggekomen én ik mag eerlijk zeggen dat ik er soms last van heb.”
Wat heeft de vereniging voor jou betekend?
“Toen ik ontdekte dat er meer mensen waren die niet konden ruiken, voelde ik me eindelijk begrepen. Je hoeft niet steeds uit te leggen waarom bepaalde dingen ingewikkeld zijn. Andere mensen herkennen het meteen.
De vereniging heeft mij informatie gegeven, maar ook het gevoel dat ik er niet alleen voor stond. Dat was voor mij heel waardevol.”
Wat wil je andere mensen met reukverlies meegeven?
“Blijf zoeken naar informatie en praat met mensen die hetzelfde meemaken. Toen ik jong was, werd gezegd dat niet kunnen ruiken niet zo erg was. Inmiddels weten we gelukkig dat reukverlies veel invloed kan hebben op eten, veiligheid en het dagelijks leven.
Zorg ook voor goede rookmelders en hittemelders in huis. Dat is heel belangrijk als je niet of minder kunt ruiken. Ik heb door mijn reukverlies genoeg vervelende en soms gevaarlijke situaties meegemaakt. Goede voorzorgsmaatregelen kunnen veel narigheid voorkomen.”